maandag 29 februari 2016

Het waren niet alleen de buikloop en de hoofdpijn die maakten dat ik mij afgelopen donderdag ziek meldde. Eerlijk gezegd was het meer nog - om eerlijk te zijn vooral - die allesverlammende moeheid die een mens eens in de zoveel tijd overvalt. Een staat van dasein waarin zintuigen en zenuwen nog minder functioneren dan afgekapte armen. Een uitvloeisel van dat wat een tijdje geleden door Happinezz-goeroes werd omschreven als het fin de siècle-gevoel en derhalve geen probleem, want wie wilde kon zijn mind resetten (‘geluk is een keuze’) met tantrische yoga, taugé-smoothies en curry’s van zeewier en tapioca. Wat achteraf natuurlijk enorme lulkoek bleek omdat het ‘waar doen we het allemaal voor, mensen’ in wezen de standaardmodus is voor de 21e-eeuwse met rede begaafde wezens. En nee, dat is niet de zoveelste uiting van het traditionele doemdenken waarin de bevolking in dit deel van Nederland nogal uitblinkt, of, zoals mijn vrouw het verwoordt, ‘jij bent altijd zo negatief’, maar veeleer een realistische benadering van het bestaan in al zijn vormen, tot en met de oerknal van dit universum en dat is: volstrekt zinloos.

Oftewel: soms heb je dat.

En wat doe je als je je zo voelt? Niks. Compleet niks. Want daar heb je geen zin aan. Je hebt nergens zin aan. Voor je gevoel nooit gehad ook. Televisie kijken is ruk, lezen vermoeiend, uislapen hebben we nog nooit goed gekund en zelfs doelloos uit het raam kijken bracht geen verlossing, want je zat zoals gewoonlijk weer te kijken naar een stortregen.

Buiten het feit dat ik een keer of wat met mijn vrouw naar het ziekenhuis moest omdat haar oog niet op de netvlieshersteloperatie reageerde zoals dat zou moeten, heb ik in een pyama in een stoel gezeten. Omdat mijn betere helft ook niet veel meer kon, keken we een paar dagen achter elkaar thrillerseries op Netflix. Eerst ‘Arne Dahl, daarna ‘The Divide’ en toen was het alweer zondagmiddag en zag ik nog een stukje ‘Goodfellas’, waarna Netflix haperde omdat onze beide zonen tegelijk gameden en skypeten en onze internetverbinding zich net als het weer gedroeg, volkomen kut.

Ik vond het daarom niet zo erg om vandaag weer aan het werk te gaan, al ging het gevoel van ontheemdheid niet meteen weg, want vandaag was de dag dat we voor het eerst met ons nieuw redactiesysteem werkten en voor iemand die al het idee had aan het einde van zijn krachten te zijn, voelde dat alsof alle basis onder zijn voeten werd weggeslagen en ik tikte drie stukjes in dat nieuwe systeem en er is goede kans dat het morgen in de krant staat, maar ik heb eigenlijk geen idee wat ik precies gedaan heb.
 
Een klein momentje dacht ik: ik zou wel eens overspannen kunnen zijn, maar alle mannen denken bij elk ongemak onmiddellijk aan iets groots, existentieels en vooral onomkeerbaars en ik wilde dit eigenlijk ook niet opschrijven, omdat mijn ouders zich dan weer een hoedje schrikken (‘maar geloof niet wat je leest hoor pap en mam, niks aan het handje; ik vind het gewoon leuk om het zo op te schrijven en we zien jullie morgen gewoon op de verjaardag van Joke, ik heb al cadeautjes voor haar gekocht en ben al aan het snert koken!’) en zoals altijd dacht ik daar dan onmiddellijk weer achteraan: waarvan?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen