woensdag 17 februari 2016

Tandarts en ik hebben één keer per half jaar een afspraak. We kennen elkaar al decennia, maar het contact blijft beperkt tot een paar zinnen, eens in die zes maanden. Korte zinnen ook nog. Hoe is het? Goed. En met jou? Ook goed. Zijn gangetje, zegt een van ons er soms achter aan. Of dan vraag ik hem of hij het druk heeft en dan zegt hij: best wel, voor de tijd van het jaar. Blijkbaar heeft een tandarts ook seizoenen.

Soms vraagt hij hoe het bij de krant is. Dan zeg ik: naar omstandigheden redelijk. We snellen niet meer met een noodgang richting afgrond, maar rijden er nu langs. Zoiets. Meer hoef ik niet uit te leggen, want zijn vader werkte heel lang bij de krant. Dus hij weet er alles van.

De tijd die ik bij de tandarts doorbreng is te verwaarlozen. Als ik er om negen uur moet zijn, ben ik er om kwart voor negen, zoals vanochtend en in negen van de tien keer heb ik nauwelijks tijd om Autoweek of Elle in te kijken, of ik ben aan de beurt. Blijkbaar lopen ze zelfs op dat tijdstip al in. Dan zit ik net en dan zie ik hem komen, in zijn wit met blauwe tenue, mondkapje onder zijn kin, zoals een cowboy zijn stofdoek en aan zijn houding zie ik direct dat hij mij dan moet hebben.

,,Meneer Sandman’’, klinkt het dan. Ik weet niet waarom, misschien omdat er andere mensen bij zijn, want in de behandelkamer is het van jij en jou.

Bij binnenkomst geef ik hem een hand. Ik weet nooit of dat bij de assistente ook hoort. Ik wil dat meestal wel, maar ze rekenen er nooit op. Die van vandaag zakte na het ‘Hallo’ meteen door de knieën en was achter de kasten niet meer te zien, zodat ik in het wilde met mijn hand op heuphoogte stond te zwaaien.

,,Ze is weggedoken’’, zei de tandarts en ik hoopte maar dat het een grap was.

Omdat je niet een eeuwigheid op zo’n assistente kunt staan wachten, ging ik maar in de stoel zitten. Die prompt in de ligstand zakte. Met spiegeltje en een ijzeren prikstangetje liep de tandarts in vlot tempo mijn gebit langs, onderwijl ik mijn tong van rechts naar links bewoog, zodat hij goed zicht had.

Geen bijzonderheden.

Behalve wat tandsteen en nadat hij dat verwijderde ging de stoel weer in de zitstand. ,,Ziet er goed uit’’, zei hij de vorige keer, ,,dat is wel eens minder geweest.’’

Wat ik maar als een compliment opvatte.

,,Op mijn leeftijd doe ik er ook geen gekke dingen meer mee.’’

Dat was een grap van mijn kant, maar niemand lachte.

Hij checkte vandaag wel even het tandvlees. Met dat scherpe prikstangetje drukte hij het hier en daar naar beneden, wat een beetje zeer deed, maar ook dat was prima. Tenminste, voor mijn leeftijd, schat ik zo.

Het bezoek duurde net als de laatste keren nog geen tien minuten, behalve dat ik hem meldde op de ene kies toch een kroon wilde.

Ergens links of rechts is een kies zo vaak gevuld dat hij onder zijn eigen gewicht dreigt in te storten. Als dat gebeurt heb je een probleem, dus moet daar een kroon op.

Ik ben daar voor verzekerd, dus liep ik vanuit de behandelkamer naar de receptioniste met wie ik wat data overeenkwam. Een kroon vervangen gebeurt in drie sessies van pak hem beet een uur. In maart, april en mei staat dat gepland. Zie ik de tandarts ook eens wat vaker.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen