dinsdag 23 februari 2016

Ik knik. Naar de auto voor ons. Mijn zoon knikt ook. Daar heb je hem weer. Een grijsgroene, of groengrijze Vectra. Het is sinds enkele weken een terugkerend ritueel. Als we naar Groningen koersen en we gaan over het Slochterdiep rijden we vroeg of laat achterop die Opel.
Dat is een probleem. Want die meneer, het is een oude meneer, rijdt niet hard. Een gangetje of vijftig kilometer per uur. Dat is te weinig voor een weg waar je tachtig mag. Zeker in de ochtend, want ook de forenzen uit Slochteren hebben haast. Wat gebeurt is als we achter die langzaam rijdende wagen zitten is proberen er zo snel mogelijk voorbij te komen. Dat is lastig, want de man heeft niet zo goed in de gaten dat mensen hem willen inhalen en hij gaat niet echt aan de kant.
Deze automobilist is het levende bewijs dat te hard rijden gevaarlijk is, maar te langzaam zo mogelijk nog gevaarlijker. Hij doet me denken aan mijn opa op oudere leeftijd. Dat was op zeker moment ook niet meer vertrouwd en dat is hier ook het geval. Deze meneer moet eigenlijk niet meer achter het stuur. Ik ben elke keer blij dat ik er langs ben, al weet ik dat het geluk tijdelijk is. De volgende morgen rij ik er weer achter, knik ik naar mijn zoon en haal diep adem.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen