vrijdag 12 februari 2016

Ik zit in een hotelkamer in Breukelen, ergens tussen Amsterdam en Utrecht. Omdat mijn uitgever een boek van mij had ingestuurd voor de J.M.A. Biesheuvelprijs kreeg ik een uitnodiging voor de uitreiking in het Lloyd Hotel aan de Oostelijke Handelskade in onze hoofdstad en omdat ik morgen een column moet voorlezen bij Spijkers met Koppen, in de Domstad, leek het mijn vrouw voor mij handiger om een hotel te boeken.

Als ze niks had gezegd was ik gewoon twee keer heen en weer gereden, maar soms luister ik.

De uitreiking was best aardig, al kwam de bijna vijfduizend euro niet mijn kant op. Dat had ik ook niet verwacht. Mijn bundel De eeuwige Veenkoloniaal bevat columns en deze prijs was voor de beste bundel korte verhalen, maar ach, je probeert eens wat.

Ik was in goed gezelschap, want A.L. Snijders won ook niet en Tommy Wieringa ook niet en 21 anderen niet, want er waren 24 inzendingen. De jury deed niet aan nominaties. Gewoon iedereen die een boek had ingestuurd werd welkom geheten met twee consumptiebonnen en have fun.

Marente de Moor won wel en ik neem aan terecht. Volgens mij kan zij wel schrijven en ik heb meteen ook maar het boek gekocht om te kijken of dat zo is. Misschien dat uitgever mijn boek eens in moet zenden voor de verkiezing van de beste columnbundel, maar ik weet niet of zo’n prijs bestaat.

De hele avond leverde in zoverre winst op dat ik serieus ga nadenken over wat ik eigenlijk met schrijven wil. Ik heb van alles gedaan, doe van allerlei dingen, maar het is hier wat, daar wat, column dit en blogje dat. Net of ik met een pompbuks wat in het wilde weg schiet en volgens mij ben ik daar wel klaar mee. Misschien moet ik mij maar eens concentreren en daar ook echt de tijd voor nemen, voor goede verhalen. Korte verhalen, een roman, whatever.

Ik hield het in het Lloyd Hotel al vrij vlot voor gezien, want ik ben dan reuze nieuwsgierig naar de hotelkamer en die is oké. Daar is de prijs dan ook naar: 139 euro en ik besluit morgen of ik een ontbijtje neem van 15 euro. Ik denk het wel, wat moet je anders. Ik hoef pas om 12.00 uur, zelfs 13.00 uur kan nog, in Utrecht zijn en die tijd ga ik niet alleen op de hotelkamer doorbrengen.

Het grappige is dat ik, net als alle andere mannen die alleen een nacht in een hotel doorbrengen, meteen kijk of er porno op de televisie is, maar dat was niet zo. Daar mocht ik ook niet naar kijken, appte mijn vrouw.

Dus lig ik in bed met twee blikken bier, type Gulpener Gladiator (10 procent), gekocht bij de Jumbo aan de Oostelijke Handelskade en lees verder in het boek waar ik al weken in verkeer: De kunst is mijn slagveld, het postume brievenboek van streekgenoot Nanne Tepper.

Het ligt hier lekker en ik heb slechts twee zorgen. Dat als ik morgen de column voorlees binnen de vier minuten blijf – thuis klokte ik 03.45, dus moet in principe kunnen, maar twee keer verspreken en je hangt – en wie morgenvroeg de hamster van mijn oudste zoon haar medicijn geeft. Het diertje heeft een open wond aan de zijkant, vermoedelijk een tumor plus ontsteking, maar kan ook alleen ontsteking zijn en om dat te verhelpen moet ze twee keer per dag antibiotica hebben. Met een soort injectiespuit in de bek gespoten. Een dosis van 0, 0225 liter per keer. Dat heb ik tot dusver gedaan en ik weet nu al wie dat morgenvroeg gaat doen. Niemand.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen