woensdag 3 februari 2016

De woensdag is mijn vrije dag, maar op de een of andere manier moet ik meer regelen dan op werkdagen. Dat had ik al, toen de kinderen nog klein waren: op kantoor is het rustiger.

Het begon om acht uur met de vraag van mijn vrouw of ik haar naar het werk kon brengen. Dat kon, maar dat werd even rekenen. De oudste zou ik dan eveneens moeten meenemen en die hoefde pas om kwart voor tien te beginnen. Ik gaf hem de keuze: of met de bus, of met ons mee en dan te vroeg.

Hij ging mee, zonder al te veel enthousiasme. Waarna de jongste begon te sputteren, want die was nog steeds ziek en wilde alleen thuisblijven. Voor een negenjarige redelijk ambitieus, maar nee, toch maar niet. De beide heren uitten hun frustraties door in de auto op elkaar te zitten hakken. Daarmee waren we er nog niet, want toen we inderdaad drie kwartier te vroeg bij de school van de oudste aankwamen, wilde hij een beetje door de stad toeren om de tijd vol te maken.

Daar had ik geen zin aan en tijd voor, want ik had zelf ook plannen. Zoals aan het boek over Milko werken – is niet gelukt – en een aantal interviewafspraken maken – is wel gelukt – en de was draaien, de vaatwasser uit en inruimen, douchen, drie kwartier bellen met een meneer over een woekerpolis waar ik ingetuind ben (en de oplossing van hunnie tegenviel), soep eten, gitaarspelen en boodschappen doen, want de jongste herinnerde me aan de belofte van wraps.

Ondertussen moest ik nadenken over het eind van de middag, want ik had te veel afspraken. Ik werd verwacht in de stad omdat ik een van de drie genomineerden voor de Kees van der Hoefprijs was (niet gewonnen, Poëziepaleis wel). Daarbij moest ik om zeven uur de oudste weer van hockey halen, terwijl ik om half acht naar een commissievergadering in Bedum zou luisteren en ik bovendien piketdienst had. Wat betekent dat je elk moment kunt opgeroepen worden voor ramp of rel.

Nadat vervanging voor hockeyvervoer en backup voor piket was geregeld kon ik met een gerust hart naar de stad afreizen. Daar bleek dat ik niet bij het Groninger Forum aan het Hereplein moest zijn, maar bij het Groninger Forum/Openbare Bibliotheek aan de Oude Boteringestraat. Zodat ik met de toch al balende jongste, die opnieuw alleen thuis wilde blijven, door de stad moest rennen.

Toen we daar klaar waren ineens een appje van vrouwlief of ik haar wilde ophalen. Kan wel, maar meteen, liet ik haar weten. Nee, we konden best even op haar wachten. Dat duurde dus een half uur en was het pas kwart voor zes dat ik aan de wraps van de moeder van Ruud Boymans kon beginnen. Die lustte niemand.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen