donderdag 30 juni 2016

Angst voor de dood is wat mij eens in de zoveel tijd aanvliegt. Het is niet zo zeer ziekte, sterven, of lijden dat ik vrees, als wel het gegeven dat ik er op zeker moment niet meer zal zijn en nooit meer zal terugkomen en daar geen weet van heb. Het scherm gaat op zwart en alles wat je ooit deed, beleefde, voelde, wist en herinnerde, is weg.

Dat kan in principe op elk moment gebeuren. Even niet opletten achter het stuur, een orgaan dat er mee stopt, een propje bloed en het is voorbij.

Daar kan ik niet omgaan, met het vergankelijke, dat niets blijft en alles voorbij gaat. Maar dan ook echt alles. Een hang naar vroeger heb ik altijd gehad, maar het is sterker geworden sinds ik kinderen heb. Ik zie ze elke dag en elke dag zie ik in hen mijn eigen jonge jaren. Ik denk aan de jaren op de lagere school, het vouwen van een bootje, ademloos luisteren als de juf voorlas uit Beekman en Beekman, het kleuren van de plaatjes die de Kruisweg van Christus uitbeeldden. De herinneringen zijn soms bijna voelbaar.

Ik denk aan mijn vriendjes van vroeger. Een enkele kom ik soms tegen. Er zijn er bij die ik nooit meer zie en toch hebben we een band. Soms kijk ik zwijgend naar oude foto’s op Schoolbank.

Dat was toen en dat was toen.

Ik denk aan het ouderlijk huis, de vreugde om een cadeautje, kamperen in Duitsland, een middagje sjoelen. Je was ziek, lag op de bank in de kamer, je las de Donald Duck en had zin in sinaasappels.
Hetzelfde voor mijn tienerjaren, de adolescentie, diensttijd, de eerste baan, de nachtdiensten in de drukkerij, de weekenden in discotheek Frascati. Wat ik wel en wat ik niet had moeten zeggen. Ik kan er aan denken, maar ik kan er nooit naar terugkeren, het is geweest.
 
De gedachte aan dat wat geweest is biedt troost. Soms ga ik slapen en denk aan dat wat ik allemaal gedaan heb. Daar beleef ik vreugde aan. Ja, zo was ik toen. Maar als ik weg ben, zijn die herinneringen ook weg en feitelijk is het leven van toen nooit geweest. Omdat het mijn herinneringen zijn en niet die van iemand anders. Mijn zoons zullen aan me denken, maar hun gedachten zijn niet die van mij. Met mij verdwijnt mijn geschiedenis, mijn verhaal.

De frustratie is dat het een gegeven is. Je kunt van alles willen, verzinnen of dromen, ooit, op een dag, gaat het licht uit. Dat wil ik niet. Ik wil altijd blijven leven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen