vrijdag 17 juni 2016

Ik dacht: ik ga weer eens bloed geven. Dat deed ik al, maar dat gaat zo vaak zoals het gaat. Een oproep, komt slecht uit, herhalingsoproep, ook lastig en na drie keer stuurt de bloedbank maar geen oproep meer.

Een deel van mijn excuses: ik werkte in Assen. Dan is het onhandig om tussendoor heen en weer naar de stad Groningen te rijden. Je bent zo twee uur kwijt en ik had een strenge chef daar.

Maar mijn bureau staat al bijna een jaar weer in de stad Groningen, mijn vrouw dringt vaak aan dat ik mijn bloedwaarde eens moet laat meten, omdat ik er bij loop alsof ik net onder een trein ben doorgekomen en ik had daarom ineens iets van: ja, laten we het weer eens doen: bloed geven.

Op de gok, want de oproep was al lang geleden.

Ik had rijbewijs mee, het meisje keek even in het systeem en ja hoor, dat kon gewoon.

Aan de procedure was weinig veranderd. Eerst een formulier invullen met vragen over het medicijngebruik van de laatste tijd, of ik nog seks met mannen had, zwanger was, een tattoe had laten zetten, of dat ik me liet betalen voor seks (nee man, andersom: ik wil geld toegeven) en of ik jongstleden nog in Bokkiwokkistan ben geweest, daar dan onbeschermde gemeenschap had en meer van dat soort dingen.

Dat had ik allemaal niet, ik bedoel, in Slochteren gebeurt weinig en dat is soms wat saai, anderzijds kon ik nu gewoon door. Mijn bloeddruk viel me mee, ik meen 157 om 88, wat iets te hoog is, maar iets te hoog is helemaal niet erg. IJzerwaarde ook OK, mijn hart sloeg normaal en nee, verder geen ziekte onder de leden. Dat ik een paar weken geleden Diclofenac gebruikte kon door de beugel. Dat deed ik vanwege een ontsteking aan de schouder en dat kwam weer van veel te enthousiast in de tuin werken. Dat doe ik dus ook niet meer.

Ik hou van het ritueel bij bloed geven. Meestal laat ik me in de linkerarm prikken, daar heb je ook stoelen voor, voor links of rechts prikken en na een paar minuutjes komt er dan een mevrouw in een witte jas bij je staan met een bakje.

In een bakje zit een zakje, buisjes, een lange slang en aan het einde van die slang een grote naald.

De binnenkant van de arm moet naar boven en dan bindt de verpleegster je bovenarm af zodat je aderen opzwellen en ze goed kunnen mikken.

Ik heb mooie aderen, fantastisch eigenlijk, zo mooi zichtbaar en ik denk elke keer dat ik een carrière als junk ben misgelopen, zo gemakkelijk is het prikken. Gaat altijd goed, al doet het een beetje pijn. Dat komt dan omdat de punt van die naald tegen de binnenkant van de ader drukt. Als je dat zegt, haalt zo’n dame de naald een stukje terug en is het te doen. Die naald in de arm jeukt wel, maar dat is omdat het lichaam weet: hé, er zit iets vreemds hier, weg ermee. Afstotingsreactie.

Nadat eerst wat buisjes bloed worden afgenomen voor wat testen, ik weet niet wat voor testen, zal ook wel met seks te maken hebben, kan de zak vol stromen. Je geeft een halve liter per keer en dat gaat vrij vlotjes. Door voortdurend te knijpen in een bal of een soort zachte dildo, hou je de gang er in en duurt het ongeveer zes minuten.

De bloedbank is de enige plek waar ze zeggen dat ik bloedmooi ben. Ik heb namelijk bloedgroep O negatief. Het goede daaraan is dat je dat kunt gebruiken voor alle andere bloedgroepen.

Wat ik niet wist, maar dat zag ik op het formulier toen de mevrouw het meenam: ik was al achttien keer geweest. Ik weet alleen niet of dit de achttiende was, of dat ik nu op negentien zit. Hoe dan ook, binnenkort zal een cadeautje mijn deel zijn, bij de twintigste keer. Daar doe je het voor, plus dat je andere mensen helpt.

Als ik weer afgekoppeld ben ga ik aan de grote tafel zitten, waar je koekjes kunt eten en een mevrouw vraagt of je iets wilt drinken. Ik wil altijd Cup-a-soup. Tomaat. Bij het drinken en het eten van Wasa-crackers met kaas, of zo’n gevulde koek, lees ik wat. Dat doe ik altijd. Ik heb last van leesdwang. Maar de leesmap bij de bloedbank is ruk. Geen Playboy, voor de interviews, Voetbal International, Rolling Stone of The New Yorker (grapje), meestal is het behelpen met de LINDA en daar ben ik direct voor een jaar ook weer klaar mee.

Terug op de fiets naar het werk is het credo: kalm aan, omdat ik me ietsig licht in mijn hoofd voel. Ik beeld me elk moment in dat ik omval, maar dat is bij de voorgaande achttien (of zeventien) keren ook nooit gebeurd en ’s avonds als ik thuiskom gun ik mezelf een borrel. Goed voor de bloedsomloop. Dat deed ik trouwens elke dag al.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen