woensdag 1 juni 2016

De bijen kwamen voorbij in een interview met de dijkgraaf van Waterschap Hunze en Aa’s. Alfred van Hall, heet hij. We spraken over ’t Roegwold, een gebied van zeg 1100 hectare tussen Slochterdiep en Schildmeer. Landbouwgebied veranderd in natuur. In de regel heet dat ‘teruggegeven’, maar dat is gelul. Natuur krijgt niks terug. Natuur rules. Ook al bombarderen we nu de hele mensheid aan gort met alle kernbommen die we hebben, zelfs dan zijn er specimen die overleven en, wellicht in een andere vorm vanwege de overdosis aan radioactiviteit, blijven doorleven. De mens zal het onderspit delven, het leven niet.

Wat Van Hall zei over de bijen, want landbouwers zijn natuurlijk niet blij met het opofferen van land dat al eeuwen familiebezit is en brood op de plank brengt, is dat ze een goed voorbeeld zijn van dat de landbouw niet zonder natuur kan. Zonder het werk van de geelzwarte vrienden zou het telen van bepaalde gewassen niet mogelijk zijn.

Oud-minister Cees Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ging een dag later in de Fraeylemaborg, bij de afronding van bijna 25 jaar werk aan ’t Roegwold, een stapje verder. Hij zei: als er geen bijen zouden zijn, waren we binnen drie, vier dagen allemaal dood.

Goed, Veerman en Van Hall spraken dezelfde taal, voor hetzelfde project, maar ik dacht aan het smsje van mijn chef Drenthe, ongeveer een jaar geleden. Ik was net aan de slag bij het DvhN en de strekking van het berichtje was dat ik het ‘vuilbroed’ die dag moest oppakken. Ik smste terug: ‘Wat is vuilbroed?’

Ziekte onder de bijen. Ontdekt op twee plekken in de regio Zuidlaren – Hoogezand-Sappemeer en het was toen groot nieuws. Hoewel ik er een verhaal van maakte snapte ik de zorg toen niet zo, maar nu wel. Als het de bijen niet goed gaat, dan merkt de mens dat.

Direct.

We gaan er gewoon aan zonder de bijen.

Wij hebben sinds kort een kas. Door mijn vrouw gewenst, door mijn vader gemaakt. Ik heb er nauwelijks tijd voor, maar ik vind het mooi zoals het staat en oudste zoon heeft het inmiddels als zijn project gekaapt en hij zorgt er voor en ziet de plantjes groeien. Opa ziet toe en komt met tips en wetenswaardigheden en afgelopen vrijdag zei hij tegen mij en tegen zoonlief: ,,Die deure mout n stukje open blieven, den kinnen de bijen bie de plantjes.’’

Ik dacht: hoe weet hij dat nou?

Hij praat met mij alleen maar over FC Groningen, of over de familie en leest nooit een boek. Ik realiseer me dat de laatste constatering ook iets over mij zegt, maar hoe komt deze man aan deze wijsheid? Van generatie op generatie doorgegeven, of weet ik dat als enige niet omdat ik mijn hele schooltijd met de handen bij de potlood zat?

Wat me ook weer verbaast is dat mijn vader met enige regelmaat dat soort boerenwijsheid (‘Wait Joke wel dat bloumen woater mouten hebben?’) laat zien, terwijl het aan de andere kant een onnozelheid is van heb ik jou daar.

Hij zette eens een fles Westpoint op tafel. Bourbon bij de Aldi even over de grens. Iets van zeven of acht euro.

,,Lekker’’, zei ik.

Waarna een betoog volgde dat ze af en toe naar Duitsland gingen en dat de drank er erg goedkoop was.

,,Neem de volgende keer tien flessen voor mij mee’’, zei ik,

,,Moie’’, zei mijn vader.

,,Hoezo moie”,, antwoordde ik, ,,Is ja goedkoop. Gooi de kofferbak gewoon vol. Ze controleren toch niet. Je moet alleen geen ongeluk krijgen. Dan ontploft de kofferbak.’’

,,Straks denkt elk dat wie zoepers binnen’’, zei mijn moeder.

,,Wat denken jullie dat die andere Nederlanders bij de Aldi en Lidl in Duitsland doen’’, probeerde ik nog: ,,voor de broccoli en bratwurst? Come on.’’

De scene herhaalde zich een keer of wat. Op de vrijdagen dat ze oppassen, of tijdens verjaardagen. Mijn vader schonk met vreugde een ‘Mummeltje’ aan wie dat maar wilde en keer op keer volgde het verhaal dat het zo goedkoop was: ,,Zie hebben ook whisky. Lust ons Harmpje ook.’’

,,WAIT IK! NEEM GEWOON TIEN FLESSEN MIT! IK BETOAL JOE TERUGGE, AS DAT T PROBLEEM IS!’’

,,Wie willen ons nait schoamen’’, zei mijn moeder.

Ik kom zelden in Duitsland, eigenlijk één keer per jaar (heen en terug samen), op weg naar Frankrijk, maar vanochtend was ik er. Jongste zoon had met school uitwisseling in Weener. Een ritje van drie kwartier. Omdat ik nog moest werken sloeg ik het kopje koffie op de Grundschule af, maar kon de verleiding niet weerstaan toen ik bij de rotonde de Aldi zag. Ik nam een karretje, pakte vier flessen Westpoint, drie flessen perenschnapps, twee flessen korn en twee flessen rum. Van onbestemde merken, dat wel, maar alles bij elkaar nog geen negentig euro.

Het gerammel van de flessen op de bijna lege parkeerplaats klonk inderdaad wat gênant om kwart voor negen ’s ochtends, maar de enkele huisvrouw die ik groette liet niks blijken. Met een brede grijns reed ik over de A7 terug naar Slochteren, laadde de boel in de schuur en sloeg aan het schrijven. Om een uur of twee schonk ik me een perenborreltje in, verwelkomde de oudste die net van school kwam en zei hem dat hij de plantjes in de kas water moest geven: ,,En vergeet niet de deur een beetje open te laten. Voor de bijen.’’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen