dinsdag 21 juni 2016

Slapen gaat al twee nachten rot. In de linkerkant van mijn nek zit een pijn. Een spier, denk ik. Overblijfsel van het voetbaltoernooi van zaterdag. En wellicht ook de verjaardag van mijn schoonvader, die we zondag bij ons thuis vierden. Overbelasting, kan niet anders.

Het vergt wat fantasie om nekpijn te krijgen door voetballen, maar ergens in de voorlaatste wedstrijd kopte ik een lange pass van achteruit - met een beweging waarvan ik niet dacht dat ik die in mij had - over de uitgekomen keeper richting doel.

De bal ging op de lat, maar ik sluit niet uit dat het daar van komt. Mijn teamgenoten hadden ook blessures. De een begon al met een kapotte hamstring, de ander zijn lies begaf het en nog twee man vielen in de loop van het evenement af met duidelijke en onduidelijke klachten. Zelfs de jongeren hadden verschijnselen die normaal alleen bij evenementen als Iron Man en Burning Man voor komen.

In diezelfde voorlaatste wedstrijd vroeg een van hen, circa veertig, of het nog ging.

,,Ja hoor’’, zei ik naar waarheid, ,,hoezo?’’

,,Nou, als je niet meer kunt, kan ik er in. Ik ben nog fit.’’

Ik vermoedde dat het van hem meer eigenbelang was dan dat hij bezorgd was om mijn welzijn en vermoeid was ik wel, dus ik zei: ,,Het is jouw feestje, ga er maar in.’’

Nog geen halve minuut later hoorde ik van de andere kant van het veld een schreeuw: ,,HERMAN. D’R WEER IN.’’

Terwijl ik mijn rentree maakte, zag ik hoe twee mensen hem naar de kant sleepten. Een hele operatie omdat een van die twee probeerde de kramp uit het been van mijn teamgenoot te krijgen. Een mix van Funniest Home Video’s en Jiskefet. Ik durfde niet te lachen.

We moesten zes keer twintig minuten voetballen en daarna nog een finale. Dat is veel voor ongetrainde amateurs. Dat we tweede werden vond ik niet eens erg. Ik was al lang blij dat het voorbij was. Na de douche ging ik in de feesttent zitten en durfde me niet meer te verroeren. Alles deed pijn, echt alles en er zat iets in mijn linkerbeen.

Dat kende ik van de verhalen van onze gastspeler. Die speelde tot ver na zijn veertigste in het eerste van een stad-Groninger club. Hij had na elke wedstrijd drie dagen nodig om te herstellen. Zijn vrouw mocht dan zelfs niet naar hem wijzen.

Zo voelde ik me zondagnacht, nadat het in mijn nek schoot. De pijn wordt iets minder, maar het houdt niet over. Ik nam gisteravond zelfs, na een drukke dag met als toetje een commissievergadering in Loppersum, diclofenac tijdens de presentatie van een jongerenwerker. Ik vond in mijn jaszak ineens een strip met pilletjes. Maar ze hielpen niks en ook de paracetamol van vanmiddag leverde weinig op.
 
Het doet zo’ zeer dat ik me moeilijk op gesprekken en zo kan concentreren. Eigenlijk kan ik me nergens op concentreren. Zelfs autorijden gaat moeilijk, want ik zit scheef achter het stuur. Maar om nou weer bij de dokter aan te kloppen… Ik ben een maand geleden nog geweest met schouderpijn, dus ik ga niet weer. Ik zit het wel uit. Met rust kom je ook een heel eind. Daarbij zijn er mensen met ergere pijnen en kwalen en ik denk ook altijd: over tien jaar lach je er om.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen