donderdag 23 juni 2016

Ik kan er tegenwoordig op donderdag op wachten. Een telefoontje om een uur of vier. Van de jongste. Of ik niet vergeet vis te halen. Bij de kar op het marktje bij de haven. Dat ging eerst om een broodje haring, toen om kibbeling en tegenwoordig zijn het lekkerbekjes. Voor mij, mijn zoons en de oppas. Zijn vraag was nu anders. Hij herinnerde zich dat ik vorige week melding maakte van een caravan bij de haven. In de kleuren van de Italiaanse vlag. Er stond pizza op de zijkant. Daar deed ik toen niks mee, omdat ik nog steeds iemand ben die eerst de kat uit de boom kijkt, maar ik dacht al wel: dat wil ik volgende week proberen.

Dat had de jongste dus ook. En het was nu volgende week: ,,Zei jij niet dat je pizza kon krijgen op de markt?’’

,,Ja.’’

,,Dan willen Ineke en ik een pizza. Met salami.’’

,,Geen vis?’’, vroeg ik voor de zekerheid.

,,Geen vis.’’

,,Ok’’, zei ik en besloot zelf een pasta te nemen. Dat had ik ook gelezen.

Omdat ik niet vroeg was – af en toe moet ik ook nog werken weet je wel – stond ik pas om half zes op de markt. Ik stapte uit de auto en zag een Italiaans ogende man de poten van de caravan indraaien. Fuckaduckiedoo, dacht ik. Te laat.

,,Breken jullie op?’’, vroeg ik. Leek me een logische vraag.

,,Ja, of wil je wat bestellen?’’

,,Ja.’’

,,Zeg het maar.’’

,,Twee pizza’s salami en een pasta. Kan dat nog?’’

,,Ja, moet kunnen. Wat voor pasta?’’

De caravan was niet groot, dus ik stelde me voor dat ik niet kon kiezen uit dertig soorten.

,,Wat heb je?’’

,,Bolognese, paesana…’’

,,De laatste doe maar.’’

..Ok. En pizza allebei salami?’’

,,Ja.’’

Waarna ik niet goed wist wat te doen. Dat weet ik nooit. Zo’n man is dan aan het werk en jij kunt niks anders dan wachten. Ik zocht een plekje in de schaduw van het havengebouwtje en keek half schuldig naar de visboer omdat ik daar dit keer niet het avondmaal bestelde. De visboeren keken niet terug.

Ik hanneste wat met de smartphone en knoopte een praatje aan met de pizzaboer. Hoe laat ze normaal sloten (zes uur) en of het klopte dat hij van dat ene Italiaanse restaurant in de stad was. Dat klopte. Het stemde me tot tevredenheid want dat was een uitstekend adres. Daar heb ik een paar keer gegeten en soms denk ik daar nog aan.

,,Maar nu niet meer’’, zei de Italiaanse man, ,,ik zit nu in Froombosch.’’

Ik wist niet of dat een goed nieuws betekende.

De bodems van de pizza waren flinterdun, er lag weinig op, maar van oppas en jongste zoon begreep ik dat ze goed smaakten. Beter dan die uit de supermarkt. Een onverwacht compliment. Meestal is het andersom. Ook de pasta was helemaal goed en ik vind dat een geruststellende gedachte, dat we in Slochteren in de haven op donderdag een marktje hebben met een prima visboer hebben en een prima pizzaboer. Dat voelt als vakantie.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen