dinsdag 12 januari 2016

Hoe we het ook wenden of keerden, mijn vrouw en ik ontkwamen er vanavond niet aan dat de zonen een paar uurtjes alleen thuis moesten zijn. Zij had een mr-vergadering en nog iets en ik had de Nieuwjaarsreceptie van de gemeente Bedum. Die van Loppersum moest ik al laten lopen vanwege de verjaardag van de jongste en ik kon deze niet ook nog aan me voorbij laten gaan.

Het probleem is dat je dan niet echt lekker op zo’n receptie staat. Ik was om vijf uur weggegaan, arriveerde er om half zes en je kletst wat, je grapt wat en je pakt een biertje en een bitterbal. Je luistert naar de burgemeester en de voorzitter van de bedrijvenvereniging en normaliter zou je als een dolle gaan netwerken (‘verder nog nieuws’, maar wetende dat er thuis twee jongetjes zitten, een van 12 en een van 8, eigenlijk net te jong, ik bedoel: er zal wat gebeuren, was ik er met de gedachten niet of nauwelijks bij.

De eerste de beste gelegenheid –en dat was drie seconden nadat de beide speeches waren afgelopen – besloot ik om toch weer huiswaarts te gaan. Dat had niks te maken met de sfeer in het gemeentehuis Bedum. Het voelt gewoon waardeloos en ik ben dan ook wel zo iemand bij wie de meest zwarte doemscenario’s door het hoofd spoken.

Van: ik krijg autopech in het niemandsland tussen Ten Post en Stedum (ik nam ik weet ook niet waarom niet de meest logische route) en de mobiele telefoon is leeg, tot: er valt een vrachtwagen van een viaduct bovenop de ringweg waar ik net rij, ik morsdood dus en mijn vrouw overkomt eveneens iets gruwelijks en dan zitten onze zoons te wachten op hun papa en mama die nooit meer thuiskomen.

Je moet dan uitkijken dat je niet als een dolle gaat rijden, met de kans dat het doemscenario selffulfilling prophecy wordt, maar het gaf al rust om weer naar huis te rijden.

Bij wijze van geruststelling had ik eerder op de avond gebeld en gesmst met de oudste. Die had zijn mobieltje naar goed gebruik echter niet aanstaan en reageerde nergens op en ik reed alweer op het Slochterdiep toen mijn Phone ging. Die zei: Hunter, maar het was Reyer. Alles goed thuis, hij was net met de Playstation gestopt, verveelde zich en dacht: ik bel papa. Hij zei letterlijk: even op zoek naar een teken van leven. Ik kon hem op mijn beurt op zijn gemak stellen door te melden dat ik binnen een kwartier thuis was en dat was ook zo.

Waarna ik me voor heb genomen om dit niet meer te doen. Een van ons moet thuis zijn. Simpel. Omdat ik van alles ben: mens, verslaggever, schrijver, partner, vriend, maar eerst en vooral: vader.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen