maandag 4 januari 2016

Met hangen en wurgen een ruitenkrabber vinden, die bij de eerste de beste halen kapot breken, schuur en garage overhoop halen voor een spuitbus met ramenontdooivloeistof, die niet kunnen vinden en twintig minuten later de weg opgaan met half ontdooide spiegels en zijramen en geen zicht naar achteren omdat de achterruitverwarming van de Volvo het niet doet. Achteraf had ik de Ford moeten pakken, maar de ABS van die auto heeft kuren.

De hele kerstvakantie, twee weken lang, hebben we naar buiten gekeken, in de hoop op sneeuw. Die kwam niet, maar op de eerste werkdag van het nieuwe jaar wel.

De wereld ziet er mooi uit alstie wit is, maar niet als je twintig minuten later dan gepland weg wilt rijden en nog niet kunt, omdat de jongste zoon net weer naar binnen is gerend om handschoenen te pakken en je bezweet en verhit zit te toeteren dat-ie moet opschieten en de oudste zoon ondertussen de verwarming in de auto op dertig graden zet om de ramen met warmte van binnenuit schoon te krijgen en omdat ‘ik ijskoud ben’.

Tijd voor het kopje koffie om half negen op de lagere school van de jongste, bij wijze van nieuwjaarsgroet, is er niet. Hij moet zich maar even alleen redden. Als ik hem afzet weet ik immers al dat de oudste te laat op zijn, middelbare, school komt. Dat, meld ik hem, is vandaag niet zo erg. Als er een keer een goede reden is voor een verlate entree, dan is het op deze maandag. Hij zal niet de enige zijn, voeg ik er aan toe.

Meneer zit er niet mee. Is meer geïnteresseerd of ik een beetje kan slippen. Ook wil hij weten of we eten genoeg in huis hebben. Die vraag verrast me: ,,Hoezo?’’

,,Nou, voor als we ingesneeuwd raken.’’

,,Nee, daar had ik wel op gehoopt in de vakantie. Toen hadden we genoeg in huis om het een week of wat te kunnen volhouden.’’

,,Maar toen lag er geen sneeuw.’’

,,Nee, toen lag er geen sneeuw.’’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen