donderdag 26 november 2015

Het is elf over tien als ik aan dit stukje begin. Ik zit op de groene bank, zoals wel vaker ’s avonds, alleen staat het meubel op een andere plek. Net zoals onze grote zwarte bank. Ze staan op elkaars plek nu. De reden van de verschuiving is me onduidelijk. Dat doet mijn vrouw. Die heeft dat eens in de zoveel tijd. Dan moet de inrichting van de kamer weer anders. Van mij hoeft het niet, maar goed, mij wordt niks gevraagd. Het zit wat apart, want ik heb nu een muur in de rug en ik zit schuin voor de televisie.

Het grootste deel van de avond ging op aan de commissie ABZ in Bedum. Daar zat voor de krant van morgen niet direct een verhaal in, maar zo vaak ik kan ga ik naar een vergadering. Je weet nooit of je niet iets hoort waar je later iets mee kunt. Bovendien is het belangrijk om de mensen te zien en de mensen jou. Journalistiek blijft een kwestie van bronnen. Om de doodeenvoudige reden dat we nog steeds geen nieuws kunnen ruiken. Iemand moet je dat vertellen.

Naast mee staat een glaasje whisky, leeg, en een bakje chips, ook leeg en ik weet dat als ik dit af heb, ik naar bed ga. De Hulk is op tv, maar de film haalt het niet bij de serie die er op was toen ik jong was. Daarbij boeit televisie me de laatste tijd nauwelijks. Ik lees vooral en ik verslind het ene boek na het andere. Na Vrouw van Knausgård en een bundel korte verhalen van Tsjechov begin ik nu aan een nieuwe, maar ik weet nog niet welke. Voordat ik aan het slotdeel van de cyclus van de Noorse auteur begon was ik half bezig in Zuckerman Bound van Philip Roth en nu twijfel ik.

Lees ik eerst Roth uit, of begin ik aan In een mens van John Irving? Dat heb ik vaker. Dan ben je ergens mee aan het lezen, maar dan komt er een nieuwe titel van een favoriete auteur en dan moet die eerst. Dat heb ik dus onder meer met Irving. Ik neig naar hem, omdat ik Roth in het Engels lees en voor het slapen gaan is dat niet altijd handig. Je leest hooguit drie pagina’s en valt in slaap. Maar ik wil Roth ook niet steeds vooruit schuiven.

Daarbij: Irving is typisch iemand die lekker weg leest rond kerst. Dus bewaren. Aan de andere kant ligt er nog van alles op het nachtkastje: Effi Briest van Theodore Fontane, Infinite Jest van David Foster Wallace, een biografie van Hunter S. Thompson, de speciale uitgave Vergeten Helden van Hard Gras, een enorme pil met wielerverhalen en nog wat dingen die ook lekker zijn met kerst. Dus zou Irving nu kunnen. Maar ik ben ook weer iemand die vindt dat eerst Roth uit moet. Gewoon: omdat die er ligt. Eerst afmaken waar je aan begonnen bent. Dan het volgende. Zo leerden wij dat vroeger.

Het is inmiddels half elf en terwijl ik net mijn tweede bakje chips over het toetsenbord gooi, per ongeluk, ben ik er nog niet uit. Ik slaap tijdelijk op het bed van Reyer (geen ruzie of zo hoor) en voor de zekerheid heb ik zowel Roth als Irving op zijn boekenkastje gelegd. Over een kwartier maak ik de keuze.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen