vrijdag 20 november 2015

Windjacks en werkschoenen. Bemodderde auto’s in het gras. Kale bomen en bleke gezichten. Een crematie op het platteland. In de aula klinken Motörhead, Nick Cave, Rammstein en Edwin Jongedijk.

Ik ben terug in de wereld waar ik vandaan kom, de wereld waar ik vandaag niet wil zijn en dat is op de uitvaart van Okki.

Okko en Gerrie. Gerrie en Okko. De gebroeders Ten Hoff. Uit Musselkanaal. Veendorp langs het kanaal dat Bareveld met Ter Apel verbindt.

Ze zijn onderdeel van mijn jeugd, deel van mijn leven. Zo lang ik bij Seta voetbalde (Sportclub Eerste Exloërmond tot Afdraai), zo lang stonden zij elke zaterdag langs de lijn. Zo lang ken ik ze.

De aula is afgeladen. Gezichten uit een voorbij leven. Terwijl Lemmy bezig lijkt aan een soort van ballade, komt de familie binnen. Ik zie Gerrie zoals ik hem niet ken. Huilend. Een gebroken man. Zijn broertje, zijn Okki, ligt in een kist.

Onderwijl Nick Cave zingt van waar de wilde rozen groeien denk ik aan het jaar dat Okki en ik leider waren van Seta D1. Dat bleek achteraf geen goed idee. Tijdens een weekend in kampeerboerderij De Alinghoek in Drouwen, deden de rest van de begeleiding en ik geen oog dicht. Overdag hadden we de zorg voor de jongste jeugd en ’s nachts konden we achter Okki aan die in de verkeerde slaapzalen rondhing.

Okko en Gerrie, Gerrie en Okko. Een kennis van mijn ouders noemde ze ‘vreselijke mensen’ en dat was, gek genoeg, een compliment.

Ze waren apart. Heel apart. Sloffe praters, intelligente jongens, scherp van de tong en zwaar alternatief. Sjappen, maar ónze sjappen. Ze gaven kleur aan het leven. Authentiek, helemaal zichzelf. Sans gene.

Al zagen ze dat zelf niet zo. Op een van de familiedagen van Seta, jaarlijkse afsluiting van het seizoen, zat ik met Okki te praten en hadden we het over een familie uit Ceresdorp. ,,Die mensen,’’ bezweerde Okko, ,,dat zijn héél aparten.’’

Broer Bert, met zus Liesbeth de enige ‘normale’ kinderen van het gezin Ten Hoff, schetste tijdens de uitvaart een hilarisch beeld. Want Okko en Gerrie stonden elke zondag langs de lijn bij voetbalvereniging Musselkanaal. Uit en thuis, in weer en wind. Supporters in hart en nieren. Kwam niet aan de club, dan kwam je aan hen. Wat meermaals tot dolle taferelen leidde. Als er iets gebeurde wat hen niet zinde, renden ze het veld in.

Eerst Okko die verhaal ging halen bij scheids, keeper of trainer, daarachter Gerrie, om zijn broer te beschermen en daar achteraan vader Batse, hetzij om zijn zoons in toom te houden, hetzij om er ook op los te meppen, dat was niet altijd even helder en daar weer achteraan broer Bert, die, werkzaam bij Lokale Omroep Kanaalstreek, microfoon en koptelefoon aan de kant gooide en het veld in stoof om zijn familie tot de orde te roepen en in zijn kielzog een handvol bestuursleden.

Okko zat, op de jaarlijkse familiedag, bij voorkeur tussen de wat oudere vrouwen, waaronder mijn moeder en sprak met hen over de zorgen van alledag en het huishouden. Hij dronk, in tegenstelling tot alle andere mannen, geen bier. De jongste Ten Hoff had suikerziekte. In plaats daarvan dronk hij rum, met cola light en bij wijze van traditie, of omdat het gesprek met de oudere dames hem verveelde, stond hij aan het einde van de middag bovenop de tafel en liet zijn broek zakken.

De laatste act op de familiedag was penalty schieten voor iedereen. Ik vond het elke keer bijzonder om mijn moeder een strafschop te zien nemen. Als een van de laatsten was Okki aan de beurt en elke keer tijdens de aanloop liet hij zijn broek zakken. Daarna ging de deur van de kantine op slot en was het vakantie.

Als het tijd wordt om afscheid te nemen staat Gerrie voor de kist. Hij heft de armen in de lucht. Zelden iemand zo radeloos gezien. Hij roept iets van ‘ouwe rocker’ en wordt door broer en zus afgevoerd, snikkend.

Als ik aan Okki denk, denk ik aan hem met zijn broek op de enkels, klaar voor de aanloop. Een herinnering met een lach.

P.S. Het laatste nummer op de uitvaart was Ohne dich van Rammstein. Tip: luister dit met de volumeknop op max.

10 opmerkingen: