dinsdag 10 november 2015

Dag Raï,

Een rare gewaarwording vanochtend: de eerste keer in 16,5 jaar, uitgezonderd vakanties, dat jou binnenlaten en eten geven niet het eerste was wat ik deed nadat ik wakker werd. Je bent dood. We hebben je gisteren laten inslapen. Om je een lijdensweg te besparen. De dierenarts zei zaterdag dat je hart op de hobbel was. Vermoedelijk na een infarct. Sloeg 200 per minuut en de slagen werden niet afgemaakt zodat de circulatie in je lichaam slecht was. Vandaar de opgezette pootjes en je zware ademhaling. De pilletjes hielpen zondag niet.

Je hebt het misschien niet meegekregen, maar toen Hunter jou maandagochtend een plakje worst wilde geven, toen je weggekropen was in de garage, schrok hij ontzettend. Het vocht zat onder je kin waardoor je op een voorwereldlijk monster leek. Ik weet, ze kijken te veel griezelfilms, maar wij begrepen waarom hij schrok.

De dierenarts had het al gezegd: ik hoop dat de pillen aanslaan, anders wordt het een moeilijk verhaal. Dat laatste is het geworden en het is nog steeds een moeilijk verhaal.

Ik zou aan het werk, maar in plaats daarvan reden jij en ik naar Schildwolde voor wat jouw laatste uur op deze aarde zou worden.

Je hebt het niet meegekregen, maar toen ik op school aan de juffen vertelde dat Reyer mogelijk verdrietig zou zijn omdat het niet goed met je ging, zat ik zelf in de klas te grienen. Ze schrokken zich wild, omdat ik niet uit mijn woorden kwam. Dachten waarschijnlijk eerst dat Joke en ik gingen scheiden of zo, of dat een van ons een erge ziekte had.

Maar het ging om jou.

We hebben ons gisteren de hele dag afgevraagd of het de juiste beslissing was, maar we refereerden aan de woorden van de dierenarts: omdat je niet meer at, het hart op hol bleef en je vocht bleef vasthouden, was je vroeg of laat gestikt of verhongerd. Dat wilden we niet.

Je kreeg een spuitje voor het slapen, je hebt nog even bij me op schoot gezeten en nadat je sliep heeft ze een vloeistof in je hart gespoten, waardoor dat stopte.

Dat de arts na een paar minuten zei: ,,Hij is al vertrokken’’, ging door merg en been en ook daar moest ik weer om je huilen.

Ze legde je mooi in je reismand, alsof je sliep en ik heb je weer meegenomen naar ons huis, daar waar je de afgelopen 16,5 jaar was, daar waar je hoort. We hebben je nog even op de salontafel laten staan en nadat we waren uitgehuild heb ik een diepe kuil gegraven, jou erin gelegd zodat het leek alsof je sliep en de kuil weer dichtgegooid. De aanblik van jou in de grond en de eerste schep zand erop zal ik niet snel vergeten.

Je ligt op een mooi plekje, vinden wij.

Misschien doet het je goed om te weten dat we gisteren een rotdag hadden. Ik zou aan het werk, maar heb gebeld dat ik thuis ging werken. Daar kwam ik tot niks. Nooit geweten dat het zo’n impact zou hebben. Zoals een collega zei: je staat versteld van jezelf.

Ik reed gistermiddag naar Groningen om Hunter op te halen omdat hij zei dat hij naar huis wilde. Dat wilde hij uiteindelijk toch niet en ik reed alleen terug over het Slochterdiep. De donkere wolken boven het land werden ineens mijn gedachten en toen de regen langzaam begon te vielen, kwamen de tranen weer. Wij hebben nogal om je gehuild en doen dat nog, zij het zonder tranen.

Je wilt niet weten hoe leeg het is in huis. Ik praat nog hardop tegen je, al ben je er niet meer. Je was geen aanhankelijke poes, je hebt in al die 16,5 jaar nooit bij iemand op schoot gelegen, maar waar wij waren daar was jij. Als ik zat te schrijven, lag je tegen mijn rechterhand, de laatste weken kroop je bijna in de laptop. Nu weet ik waarom. Je moet het hebben gevoeld.

Ook nu, tijdens het schrijven, kijk ik om me heen of ik je zie en ik verwacht half en half het geluid van het kattenluikje weer te horen. Maar dat gaat niet gebeuren.

Je bent weg, al prent ik mezelf in dat je gewoon in een hoekje van onze tuin, onder de grond ligt te slapen. Lieve Raï, waar je ook bent, je was een lieve kat en ik wil je even laten weten dat ik het fijn vond dat je bij ons was.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen