zaterdag 5 maart 2016

Schrijfdagboek Milko's bio (9) - De brug van het menselijk schild

De twijfel was er: moet ik wel, moet ik niet, maar vanochtend om zeven uur hakte ik de knoop door. Ik ben naar een hotel verhuisd. Dat lag niet aan Miki, de bewoner van het appartement waar ik verbleef. Een aardige gast, behulpzaam, gastvrij, gemakkelijk in de omgang en iemand die je ’s ochtends bij het ontbijt een rakija (zeg maar de Servische jenever) aanbiedt, is gewoon oké.

Alleen, daar ben ik nu achter, ik kan niet zomaar bij een onbekende logeren. Op de een of andere manier voel ik me niet vrij, blokkeer ik. Zora bezweerde me dat het geen probleem was, omdat Serviërs dat zo gewoon zijn en ook als ik er niet was zou hij waarschijnlijk zelf op de bank slapen, maar ik merkte aan mezelf dat ik me zo bewust was van zijn aanwezigheid dat ik eigenlijk nergens toe kwam en me steeds meer ging afzonderen.

Dat begon gisteren eigenlijk al, maar ik heb nog even gewacht. Ik vond dat ik me niet moest aanstellen en ik realiseerde me dat het afwijzen van gastvrijheid beledigend zou kunnen overkomen. Zo van: oh, jij vindt het bij mij dus niet goed genoeg?

Maar dat had er niks mee te maken.

Laat ik het anders uitleggen: het nieuwe menu waarmee ik sinds donderdag te maken heb, heeft invloed op de chemische processen in mijn spijsverteringsstelsel, met als gevolg een andere samenstelling – en substantiële toename - van gassen die zich tijdens het afbreken van het voedsel ontwikkelen en aangezien de ruimte in darmen beperkt is zoeken die een uitweg en dat gaat gepaard met geluiden die door het andere voedsel ook substantieel anders van toon en volume zijn. Omdat ik heb geleerd dat je dergelijke natuurlijke processen nooit moet tegenhouden, dat is niet gezond, ben ik genegen me in dat opzicht helemaal te laten gaan, maar dat voelt buitengewoon ongemakkelijk als twee meter verder een vreemde achter zijn computer zit, slechts van geluid en geur gescheiden door een enkelwandige deur.

Wat ik dus heb gedaan is vanochtend vanuit mijn bed online een hotel reserveren. Midden in het centrum van Belgrado. Want dat was een ander nadeel, het appartement lag in een buitenwijk, op ongeveer tien kilometer afstand.

Dus ik werd wakker om zeg acht uur en kreeg meteen koffie. De rakija wees ik af, dat leek me niet verstandig. Ook al omdat hij me blokjes wat leek op Turks fruit voorzette. Daar zat zoveel suiker in dat ik dacht dat ik een hartaanval kreeg. Ik douchte, kleedde me aan, liep naar de dichtstbijzijnde supermarkt en kocht een fles whisky voor hem, bij wijze van dank. Toen ik terug was, meldde ik hem dat ik naar een hotel ging, omdat het praktischer was. Wat in wezen ook zo is. Afspraken hier worden in de regel in het centrum gemaakt en dat is nu op loopafstand. Ik wandel nu de straat uit, ga linksaf en sta dan in de Kalverstraat van Belgrado.

Mijn gastheer belde een taxi en omdat die er binnen drie minuten was, ging het afscheid vrij snel. Op de een of andere manier voelde ik me schuldig, alsof je iemand in de steek laat, maar ik denk dat hij het ook weer lekker vindt in zijn eentje in zijn appartement, zonder zo’n zwijgzame Groninger.

Op basis van gisteren dacht ik dat Servische taxichauffeurs niet met passagiers praatten, maar die van vanochtend wilde wel. Hij wees me op het gebombardeerde hoofdkwartier van het leger, op de hoek Kneza Milosa Street en Nemanjina Street – dat inmiddels tot cultureel erfoed is benoemd – en een van de grondslagen van de Balkanoorlog was volgens hem dat alle Serviërs ‘not normal’ waren, om er aan toe te voegen: I am Serviër, waarna hij hoofdschuddend en toeterend ‘not normale’ medeweggebruikers terechtwees. Dat snapte ik, want een vrouw reed heel raar (zoals in Nederland alle vrouwen raar rijden) en een meneer liep om onduidelijke reden over de tramrails midden op een drukke verkeersweg met een soort van kartonnen zak.

Om bij het hotel te komen moesten we een stukje omrijden. Een deel van een belangrijke winkelstraat, de Kralja Milana, was afgezet. Daar wees hij me op, zodat ik geen stampij zou maken over de ritprijs. Toen ik vroeg naar het waarom van die afzetting, haalde hij zijn schouders op: ‘Geen idee. Mij hebben ze niks verteld.’

Het hotel is vergane glorie, maar daar hou ik van. De online reservering was overigens niet binnengekomen, maar de man achter de balie deed niet moeilijk: I give you a room. Of het inderdaad 22 euro per nacht is, betwijfel ik, aangezien een Aziaat naast mij zijn beklag kwam doen. Die dacht voor 24 euro te slapen en dat bleek ineens 30. Ik vond de uitleg van de balieman overigens steekhoudend (de gast was weliswaar alleen, maar sliep in een tweepersoons kamer), de Aziaat was een andere mening toegedaan.

Eenmaal de spullen op de kamer, ging ik naar de naastgelegen supermarkt en kocht een fles Eau De Vie De Montenegro (50 %), twee flessen water, een pak jus d’orange, een flesje sinas, twee blikjes bier en een zakje studentenhaver, hier ‘sport mix’ genoemd. Alles bij mekaar iets van twintig euro.

Daarna maakte ik het mezelf gemakkelijk, omdat Zora vandaag familiebezigheden had en we vanmiddag zouden afspreken. Dat zou niet eerder dan twee, drie uur worden, smste ze, dus had ik ineens zeeën van tijd. Om elf uur proefde ik voorzichtig aan de Eau de Vie, had na twee bodempjes meteen rode wangen en werkte het zakje ‘sport mix’ naar binnen, om niet out te gaan, aangezien het suikerfruit het enige was dat ik vanochtend binnenkreeg.

Ik las wat in de speciale uitgave ‘Vergeten Helden’ van Hard Gras, waarin ook mijn eigen verhaal ‘Ik was Milko Djurovski’ staat en dat ik dus oversla, omdat ik het al ken en ik speelde Bubble Blast op mijn smartphone.

Het restaurant in het hotel is 24/7, dus om twaalf uur dacht ik: lunch! Ik was de enige. Er bleek zelfs geen bediening, dus haalde ik ergens een mevrouw vandaan om de bestelling op te nemen. Mijn eerste keus, mixed meat, kon niet, maar ze beloofde me een Servische specialiteit, wat een vleesstaaf bleek, met daarin gesmolten kaas (erg lekker), frietjes en mixed salad en bij het vlees lag ook een hoopje rauwe ui. Omdat ik niet wist of er niet alsnog een afspraak vandaag zou zijn, liet ik dat liggen. Zoals ook gisteren vulde de lunch zo, dat ik moeite had de trappen naar de derde verdieping op te komen. Daar zal de halve liter bier mede debet aan zijn geweest.

Inmiddels was het één uur en ging ik de stad in. Immers, ik wist niet hoe ver het lopen was naar waar ik Zora zou zien, Beogradjanka, een hoog gebouw dat als een zwarte pilaar uit de straten oprijst. Een gemakkelijk herkenningspunt.

Het eerste wat ik deed was een boekwinkel binnenlopen, want ik vermoed dat ik Vergeten Helden zo uit heb. Uit het kleine stapeltje Engelse literatuur in de boekhandel viel mijn oog meteen op ‘The Post Office’ van Charles Bukowski. Ik moet er niet aan denken dat ik ergens zonder boek ben.

Daarna sjokte ik via de Knez Mihailova (dat overgaat in de Kralja Milana en nog meer de Kalverstraat is) richting Beogradjanka en kocht een Blic. Daarin inderdaad een column van Ivan Mrden over mijn plannen voor een boek over Milko.
 
 
 
Wat ik ook wilde was shirtjes van Rode Ster kopen voor mijn zoons. Kunnen ze in trainen en hebben zij ook eens wat bijzonders en ziedaar: tegenover het afspreekpunt was een Red Star Fanshop.
 
Ze hadden ze ook nog in de goede maten, alleen niet voor mezelf. Dus kocht ik het - na het vaste tenue en het uittenue - het derde shirt van Red Star voor mezelf. Af en toe zaalvoetbal ik en ik wil ook wel eens wat anders aan dan het oude shirt van WVV 5 (wat overigens, mede door de opdruk ’t Pleintje een collector’s item is) en heb ik ook een keer wat bijzonders.

De verkoper zei dat dit het shirt was waarin Red Star altijd tegen Partizan speelde - en altijd verloor. Het is hier soms net Groningen qua fatalistische insteek.

Uiteindelijk was het kwart over drie dat Zora en ik elkaar zagen en na een kopje koffie, voor haar Bailey’s en een sorbetglas koude romige Nescafé-koffie, besloten we een wandeling te maken naar het fort van Belgrado, dat in een park ligt op de oostoever van de Sava, precies waar die rivier overgaat in de Danube (Donau). Een soort Central Park van Belgrado.

Van daaruit was er zicht op de beroemde drijvende hotels van de Servische hoofdstad en op de brug, volgens mij de Brankov Most, waarop de mensen van Belgrado in de Balkanoorlog als een menselijk schild hand in hand gingen staan om te voorkomen dat de laatste verbinding tussen het oude en nieuwe Belgrado ook kapot gebombardeerd zou worden. Een huiveringwekkend verhaal.
 
Tijdens de wandeling naar-, door- en terug van het park - met het tennisveldje waarop Djokovic het leerde - en later op een terras in de Knez Mihailova praatte Zora me bij over de geschiedenis van de hele Balkanregio, van pak hem beet 1213, toen het Servisch-orthodoxe geloof werd erkend als religie tot en met Turkse overheersing en de oorlog van de jaren negentig en ik weet nu hoe het zit, al kan ik dat op deze plek niet uitleggen, de lengte van dit stuk loopt al de spuigaten uit.

Om even over zeven namen we afscheid, ging zij bij haar moeder eten en liep ik op de weg terug naar het hotel bij de supermarkt langs. Ik was vanochtend shampoo vergeten en ik kocht een nieuw zakje sport mix.

Bij het aanzetten van de computer een mailtje van journalist Milos Rangelov van Blic. Hij wil me interviewen. We hebben meteen een afspraak gemaakt voor morgen om 13.00 uur bij Hotel Moskva.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen