Een agent houdt mij tegen. Wat ik van plan ben?
Ik zeg dat ik van de krant ben en de politievoorlichter
zoek.
Die is er nog niet.
Er zit niks anders op dan te wachten. Maar ik denk aan de
website. Daar moet zo snel mogelijk een stukje op. Met foto. Waar ik sta, bij
de agent, aan de verkeerde kant van de brandweerwagen, zie ik niks.
De telefoon ging om even voor vier. Ik sliep net weer half,
nadat ik heel nodig moest plassen en ik even had liggen lezen. Nog een geluk
dat ik geen borrel nam. Wat ik soms doe als de slaap niet direct komt.
Om ik weet niet wat voor reden had ik mijn kleren zo
neergelegd dat ik er direct in kon schieten en toen het persalarm ging en de
stem sprak van een uitslaande brand en dat de persvoorlichter binnen een half
uur ter plekke zou zijn, was ik in no time in de kleren, maakte mijn vrouw
wakker dat ik er opuit ging, pakte mijn laptoptas en reed naar de plek des
onheils.
Een bijzondere rit, in de vroege ochtend door het lege
Noord-Groningen. Ik moest constant groot licht voeren en belandde bijna toch
nog in de sloot. Ook moest ik omrijden omdat ze bezig waren met de brug in
Leermens. Dat herinnerde ik me ineens. Daar had een berichtje over op de site
van de gemeente Loppersum gestaan.
In het donker was echter vrij snel te zien waar ik wezen
moest. In het schijnsel van de lichten van een hoogwerker zag ik hoe witte rook
zich losmaakte van een huis waarvan alleen de muren nog overeind stonden.
Onderweg – en dat was de reden dat ik bijna de sloot inreed
– had ik de Twitter-berichten van de brandweer gecheckt en zodoende wist ik dat
er nog een persoon vermist werd. Dat moest, dat was niet zo moeilijk te
beredeneren, de bewoner zijn.
Toen de brandweervoorlichter naar mijn zin te lang op zich
liet wachten, belde ik de voorlichter van de politie. Die vond het maar wat
vreemd dat ik vanaf de plek des onheils met hem belde, zei ook dat ik maar
moest wachten op de brandweervoorlichter. Hij had bovendien ook niet veel meer
informatie.
,,Kun jij me niet even bijpraten?’’, vroeg ik een
politieman.
,,Nee.’’
Zo gaat dat tegenwoordig. Je staat op een plek, het nieuws
is voor je neus, maar je moet wachten op de woordvoerder.
Ik kende de verhalen van collega’s die met hun perskaart
zwaaiden en stampij maakten als ze niet dichterbij mochten komen, maar ik had
geen perskaart, dus was niet als zodanig te herkennen.
Het was koud in Leermens.
Ik zag de jonge vrouw bij een paar andere mensen staan, maar
het leek me ongepast haar op dat moment lastig te vallen. Pers of geen pers,
sommige dingen doe je niet.
De burgemeester van Loppersum zag ik ook voorbij lopen. Hem
kon ik wel aanspreken. We begroetten elkaar en hij bevestigde onofficieel wat
ik vermoedde.
,,Word jij standaard opgeroepen bij rampen en rellen?’’,
vroeg ik hem.
,,Nou. Niet als er een koe in de sloot ligt’’, klonk het
droog.
Waarna hij verzuchtte dat het verschrikkelijk was.
Dat was het. Wij stonden voor een smeulend huis waarin zich
nog een mens bevond. We kenden hem niet, althans ik niet, maar evengoed een
mens. En in een klein dorp als Leermens is elk mens er een.
Een man in een groene hes liep voorbij. Ik herkende
‘…voorlichter’ en speerde achter hem aan, net als de collega van het
persbureau. Hij begroette ons, beloofde informatie te halen, liep heen en weer,
belde, praatte ons bij en bevestigde officieel wat we vermoedden. Meer kon hij
niet zeggen, dat zou nader onderzoek moeten uitwijzen.
Daar stonden we.
In mijn hoofd had ik nog steeds niet meer dan een regel of
tien voor de site. Veel meer zouden daar niet bij komen, maar ik bleef staan
kijken, denkend aan de man in het huis.
Pas toen brandweerlieden met zuurstofmaskers aanstalten
maakten de woning binnen te gaan, liep ik terug naar mijn auto, nam op afstand
nog een paar foto’s, reed naar huis, tikte een stukje voor de site en zag dat
het zes uur was. Te laat om weer te gaan slapen.
Ik zette koffie, maakte twee uitsmijters en probeerde wat te
lezen. Dat lukte niet. Het was even over half zeven. Ik ging in de woonkamer
zitten en keek naar buiten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten