maandag 21 maart 2016

We keken om de beurt door het raam naar buiten. Kijken of de hamster nog leefde. Die leefde nog. Tot aan vanavond aan toe. Dat hadden we niet verwacht. We rekenden op een van de katten in de buurt die de beslissing voor ons zou nemen, maar de natuur kon of wilde haar werk niet doen. Misschien dat de katten voelden dat er iets mis met het beestje was.

Mijn vrouw vond het gisteren niet meer kunnen. De open wond aan de zijkant van de hamster was zo groot als die hele zijkant. De antibiotica hielp niet en opereren was volgens de dierenarts geen optie, dat werd een gepriegel van heb ik jou daar. Dus haalden we de bovenkant van de bak en zetten hem buiten. Dan zou het probleem zich vanzelf oplossen.

Althans, wij denken dat het dier een probleem heeft, want op het oog vergaat ze niet van de pijn. Ze eet nog goed en doet verder haar ding, voor zover hamsters hun ding kunnen doen. Alleen die wond, ja, die ziet er niet uit. Al verschillen ook daar de meningen over. Mijn vrouw vond hem een stuk groter dan de vorige keer; Hunter en ik zeiden dat het ongeveer hetzelfde was.

De hele zondag keken we door het raam naar buiten. Om de beurt, maar ik het meeste. Af en toe zag ik wat van het stro bewegen. Af en toe zagen we ook een kat bij de bak. Ik deelde mijn visie op het een en ander, dat het best een verandering voor het diertje moest zijn; van de warme kamer en elke dag verzorging, naar ineens de kou van buiten, waar het regende, waaide en waar lokale predators liepen met belletjes om de nek. Dat kon ze niet waarderen: ,,Ik hoef hier er geen gesprek over. Dit vind ik niet fijn. Het is al moeilijk genoeg.’’

Het eerste wat ik vanochtend deed was naar buiten kijken. Ik zag niks. Behalve dat ik me gisteren vergist had. Toen dacht ik dat ze zich verschool in de ene loopgang aan de zijkant van de bak. Daar zou geen kat bij kunnen komen. Maar wat ik voor de hamster had gehouden bleek een bultje stro.

Het eerste wat ik vanmiddag deed toen ik thuiskwam van het werk was naar de zijkant van het huis lopen. Uit het hoopje stro in de hoek zag ik twee kraaloogjes en een snuffelend snuitje. Dat zei ik toen mijn vrouw thuiskwam. ,,Ah nee. Dat is zielig. Ik dacht dat het in no-time gebeurd zou zijn.’’

We keken elkaar aan.

Ik opperde dat het dus niet uitmaakte. Dat we haar net zo goed weer binnen konden halen en gewoon eten geven net als anders. Op een dag zou ze hoe dan ook dood zijn. Zo oud worden hamsters ook weer niet en voor zover wij het konden beoordelen leed ze niet. Die indruk had de dierenarts ook niet gehad.

De bak staat sinds een half uur weer binnen. Bovenkant er op, het waterreservoir gevuld en vers vreten in het etensbakje.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen