dinsdag 15 maart 2016

Ik stond voor de deur van de woning van mijn gitaardocent en zag, even voor ik binnenstapte, een vlucht spreeuwen boven de huizen van Harkstede. De Engelsen noemen het ‘the black sun’. Wolken vogels die, vlak voordat ze ’s avonds de bomen ingaan, een luchtballet houden.

Er zijn legio filmpjes van op YouTube en ook Hunter en ik zetten er ooit de auto voor langs het Slochterdiep om het fenomeen te aanschouwen. Een paar minuten, toen was het weer voorbij. Het kan ook zijn dat we stopten met kijken, omdat we, toen nog samen, niet te laat wilden komen voor gitaarles.

Wat opviel was dat het nog licht was toen ik richting Harkstede reed. Langs het nieuwe natuurgebied ’t Roegwold, dat met de week mooier wordt en waar ik bijna met de week meer vogels zie. Een geschenk is dat, een platte jungle zo dichtbij. Dat krijgen we er gratis bij. Zoals we dat ook zeiden toen we net in Slochteren woonden en elke dag naar het bos tegenover ons keken: ook dat was gratis. Hoefden we niks voor te doen en wat ik vanavond dacht, dacht ik gisteren toen Hunter en ik na school en werk naar huis reden en ik hem stiekem observeerde. Dit is niet mijn land, dit is het land van mijn kinderen. Zij groeien hier op en zo zullen zij zich, als ze ergens op de wereld rondzwerven, het herinneren. Die kleine veilige wereld waar ze heg en steg kenden en waar ze zichzelf konden zijn.

Ze zullen af en toe denken aan hoe het, komend vanaf de stad, eerst leek op een vreemd dorp in de verte, met bomenrijen, een witte brug, molens en een kerk met een juffertoren helemaal links en dat, naarmate we dichterbij kwamen, steeds meer op thuis leek.

O ja, daar woonden wij.

Zo keek ik ook naar ons huis, toen ik na gitaarles terugreed. Ik draaide niet zoals gewoonlijk de ventweg op, maar bleef op het Slochterdiep en zag van een afstand, ik ging even langzamer rijden, de plek waar ik woon, waar op dat moment mijn vrouw en kinderen thuis waren en ik stopte niet omdat ik op weg was naar het gemeentehuis waar ik een interview had met jongeren uit Slochteren.

Wij spraken over de aardbevingen, hoe de jongeren dat beleven, wat dat met hen doet, want zoiets moet impact hebben. Het land van jouw jeugd dat rampgebied is geworden. Niet zoals op andere plekken op de wereld waar een aardbeving meteen betekent dat tienduizenden mensen dakloos worden, maar evengoed schudt de aarde hier ook en de gevolgen zijn er.

Dat klopte, zeiden deze jongeren, die de aardbevingen aan den lijve ondervonden. Op de fiets op weg naar Schanspop, zittend aan de keukentafel thuis en ook zij hadden scheuren in huis en anders hun ouders wel en ja, het was een factor die meespeelde bij het uitstippelen van de toekomst, maar wat opviel en eerst waren het er drie dat zeiden en toen vier en toen zes en toen zeven: ze wilden hier allemaal blijven.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen