dinsdag 15 december 2015

Een klotenweek wordt dit. Onontkoombaar. Dat heeft niks te maken met het al dagen durende gevoel dat ik door watten kijk, hersenen die als schuurpapier langs mijn schedel schrapen en het handvol grind dat zich ergens in mijn maag moet bevinden, maar wel met: ik heb piket.

Eens in de zoveel tijd ben je bij de krant de lul. Dan is het van maandag tot en met vrijdag van zes uur ’s avonds tot ’s ochtends zeven uur stand-by staan voor rampen en rellen en daarna weekenddienst.

Werken op zaterdag en zondag is het probleem niet. Je doet twee of drie reportages die meestal niet in je eigen gebied zijn, dus je komt nog eens ergens. De piket is wat vervelend is. Ik check doorlopende de vijf mailboxen, wat er op Twitter gebeurt en controleer alle OOV-Alert berichten op rampen en rellen die er aan zitten te komen. Mijn vrouw vindt me daar nogal krampachtig mee om gaan en dat zei ik ook tegen collega L. ,,Je bent niet de enige’’, zei hij, ,,het is gewoon een klotenweek. Je kunt geen biertje drinken, je kunt nergens heen en je slaapt inderdaad onrustig. Der is gewoon niks aan.’’

Sinds dat gesprek beschouw ik piket helemaal als een verloren week. Dat werd er niet beter op toen hij er aan toevoegde dat collega M. nog minder dan ons een oog dicht deed, pas om middernacht slapen en om vijf, zes uur weer wakker: ,,Doodsbenauwd dat er brand op het chemiepark uitbreekt.’’

Ook al verdeel ik de piket met twee andere collega’s, daar denk ik sinds gisteren tot en met komende zondag aan elke minuut aan: als er maar geen brand op het chemiepark uitbreekt.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen