woensdag 23 september 2015

Afstand, zei ik vanavond bij het programma ‘Kunststof’ van Radio 1, is een aspect van het leven in de Veenkoloniën. Naast het feit dat we wingebied zijn (gas, zout en turf) en een in vroeger tijden hiërarchische samenleving waarin je, als je op de onderste sport stond, weinig had te vertellen.

Dat alles zit nog in ons dna en daarom is de Veenkoloniaal een lokale variant van de soort mens. Een mens die, kort samengevat, gewend is dat er weinig van de cake voor hem overblijft en daar ook geen amok over maakt omdat het toch geen zin heeft. We zien er verder wel uit als homo sapiens. De mens is immers een universeel wezen.

Afstand, bijvoorbeeld tot de rest van de wereld. Oost-Groningen is geen Amsterdam, geen Berlijn, dus als er iets gebeurt is het meestal niet hier en als je iets wilt moet je dus op pad. Die afstand zorgt er voor dat je hier in betrekkelijke rust kunt leven, maar die afstand maakt ook dat we bij de landelijke overheid niet agendapunt 1 zijn. Hoewel dat soms prettig zou zijn, want we redden het niet helemaal alleen.

De afstand Slochteren – Amsterdam, noemde ik als voorbeeld. Als je in de hoofdstad woont ga je op de fiets of met de tram naar de studio, ik moet dat regelen en plannen. Zorgen dat je kind ’s middags ergens anders ondergebracht wordt, dat je vrouw hem van voetbaltraining ophaalt en zelf op tijd weg. Ik werd om 18.45 uur verwacht en dan zit ik om drie uur ’s middags in de auto. Dat lijkt vroeg en dat is het ook. Maar. Het is twee uur rijden en ik hou rekening met allerlei rampen en rellen. Bruggen open, ongelukken, alle stoplichten op rood. Een uur is niks bij een beetje file.

Alleen: als er niks gebeurt ben je om half zes in Amsterdam. Wat me de gelegenheid gaf in een brasserie aan de Plantage Kerklaan vlakbij de studio even een hapje te eten en een borreltje te drinken.

Afgaand op de reacties viel het gesprek alleszins mee, heb ik geen bokken geschoten en was ik goed verstaanbaar. Toen ik met presentatrice Jellie Brouwer na afloop naar buiten liep zag ik in het centrum van Amsterdam volle cafés en terrasjes, terwijl, kon ik niet nalaten te denken, je in Slochteren en Stadskanaal op dat moment een kanon zou kunnen afschieten. Sterker, Slochteren heeft niet eens een centrum.

Afstand, had ik ook willen illustreren met wat ik vanochtend zag: de vader van een klasgenootje van mijn jongste zoon die met de auto naar zijn postbus reed.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen