woensdag 16 september 2015

Een perfecte dag is een groot woord, maar de ochtend voelde zo. De woensdag ben ik doorgaans alleen thuis en werk aan mijn boek over Milko Djurovski. Dat is heel simpel: aan de keukentafel zitten en schrijven; iets leukers is er niet. Alleen al omdat het bijna helemaal stil is in huis.

Wat meespeelde aan het geluksgevoel was dat ik niets op de agenda had. Ik hoefde nergens heen en kon in pyama blijven lopen.

Op andere woensdagen had ik Reyer van school moeten halen en van voetbaltraining, maar meneer bleef thuis. Ziek. Een voorschot op de familiebaaldag dus, al voelde hij zich echt niet lekker. We hangen er met zijn allen tegenaan, heb ik het idee.

Wat wel opvalt is dat hoe ziek ze zijn, gamen moet blijven kunnen. Al bleef ik voet bij stuk houden. Hij kon me wat: ,,Lijkt me niet verstandig. Je bent toch ziek?’’

,,Ja maar…’’

Gelukkig houdt hij ook van lezen. Hij ontfutselde me nog wel een tientje. We hadden blijkbaar – het was me ontschoten – gewed. Als PSV van Manchester United zou winnen mocht Reyer de inhoud van mijn portemonnee. Daar zat een papiertje van 10 euro in. Twee zelfs, maar die ene zag hij niet.

Ik heb alle dingen gedaan die ik wilde doen, schrijven, gitaarspelen, stukje voor de blog en een rotklusje: de helpdesk van de fabrikant van onze nieuwe router bellen. Dat ding is voor de vakantie al gekocht, maar ook na zes keer installeren bleef hij langzamer dan de oude.

Om de voor de hand liggende reden zag ik er tegenop en mijn angst werden bewaarheid. De helpdesk bleek zo moeilijk te bereiken dat van de 50 pogingen er maar twee lukten. Het meisje gidste me uiteindelijk wel door een firmware-update, dat ik met hangen en wurgen en twee laptops voor elkaar kreeg (omdat ik dus geen goede internetverbinding had). De beloning was er in bijna van geluk huilende jongetjes, die onmiddellijk verder gingen met downloaden van Mad Max op de PS4.

Met internet heb ik vaker wel dan niet het gevoel dat je er meer last van hebt dan plezier. Ik moest na de installatie denken aan gisteren. Onderweg naar Bedum hoorde ik op Radio1 een item over dat de ontwikkeling van software zich dusdanig ontwikkelt dat we over tien, twintig, dertig jaar onze bestanden van nu niet meer kunnen lezen.

Een van de founding fathers van internet luidde onlangs de alarmbel. Zelfs hij kon de allereerste via internet verstuurde mails niet meer openen. Er is weinig aan te doen, behalve bestanden, of filmopnames van bestanden en besturingsprogramma’s, ergens in kwarts opslaan. Maar die technologie staat nog in de kinderschoenen. Of die founding father dan een andere, betere oplossing had voor bijvoorbeeld onze foto’s, was de logische vraag.

Die had hij: ze uitprinten op een goede kwaliteit fotopapier.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen