zondag 15 mei 2016

De bal is rond - Schlachtenbummler

In theater De Klinker in Winschoten las ik zaterdag tijdens de theatervoorstelling 'De bal is rond', met ook Arie Haan, Henk de Haan, Erik Hulsegge, Henk Mulder, Meindert Talma en Bert Hadders, onder meer het verhaal 'Schlachtenbummler' voor. Omdat dat nog nergens in druk verschenen is en de thuisblijvers ook wat te bedienen bij deze alsnog. De foto is van Ina Greving, de vrouw van Henk.


Schlachtenbummler

Zijnde een mens wiens voorkeur naar de Angelsaksische letteren uitgaat ben ik ietwat bevooroordeeld, maar Engels is natuurlijk dé taal voor literatuur. Het is bijna zonde om de werken van William Faulkner, John Updike, Henry Miller, Ernest Hemingway, Philip Roth, Don DeLillo, John Cheever en Raymond Carver te vertalen.
Inzake eten en drinken moeten we ons bedienen van het Frans. Foie gras klinkt aanmerkelijk beter dan berehap en bij gedachten aan chateaubriand, bouillabaisse, coq au vin en moules et frites loopt het water mij in de mond. Aangaande de liefde is Spaans de aangewezen taal. Er is geen mooier woord voor vrouw dan ‘mujer’, net als er in de muziek geen passender kreten zijn dan het Italiaanse ‘allegro’, ‘fortissimo’ en ‘adagio’.

Toen ik in Winschoten woonde was het woord ‘piano’ een tijd lang in de mode: ‘Hé mienjong, dou even piano piano.’

Dit gezegd hebbende komen we automatisch uit bij de conclusie dat Duits dé voetbaltaal is. Voor diegene die dit willen afdoen als gelul: wat is de bekendste uitslag in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal? Precies: Zwei zu eins.

In het voorjaar van 1988 werkte ik in de drukkerij van de Winschoter Courant en niet alleen stond het Europees Kampioenschap voetbal op punt van beginnen, de drukpers bleek toe aan een onderhoudsbeurt. Omdat het een machine van Duits fabricaat betrof, stonden er op een goede dag Duitse monteurs in de bedieningskamer. In contact met Duitse medeburgers is het buitengewoon verstandig het over twee onderwerpen niet te hebben, maar op de een of andere manier kwam het gesprek toch op voetbal. Dat ging best goed, totdat een van de monteurs vroeg: ‘Wer wird Europameister?’ Als vanzelfsprekend riepen we in koor: ‘Holland’. Een antwoord waarin een grandioos gebrek aan historisch besef doorklonk. Het Nederlands Elftal had tot dan immers nog nooit iets gewonnen. Bij de Duitser verscheen dan ook een spottend lachje op zijn lippen. Een beetje zoals je tegen kleine jongetjes lacht die zeggen dat ze net zo hoog als de dakgoot kunnen plassen. Een van mijn collega’s, laten we hem Jan D. noemen, raakte daar zo geïrriteerd over dat hij riep: ‘Der Matthäus muss Carbid lusten.’ Dat had hij in geen enkele andere taal zó kunnen zeggen.

Als een Engelse commentator moet vertellen dat er een strafschop is spreekt hij de ‘P’ van penalty uit alsof hij op hetzelfde moment een beuk op zijn rug krijgt van Bud Spencer. Met ‘Elfmeter’ weet iedereen onmiddellijk waar ie aan toe is. Zelfde met ‘Ecke’. Hoekschop is een onzinnig woord. Wat moet je schoppen? Een hoek? Om de hoek? Doelpunt, goal? Allemaal onzin. Goed, het Braziliaanse ‘góóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóóól’ heeft wel wat, maar ik geef de voorkeur aan ‘Tór’. Bij een ‘elftal’ zie ik de hulpjes van Paulus de Boskabouter paddenstoelen afstoffen, maar een ‘Mannschaft’ is pas een team. Zowat elke verdediger scheet in de broek als Horst Hrubesch aan kwam denderen. Zijn bijnaam was ‘Das Ungeheuer’. Vergelijk het met ‘Us Abe’. Dat is de naam van een vuurtoren aan het Tjeukemeer.

Edoch… het Duits is niet voor niets ook de taal van Goethe, Schiller en Hölderlin en tegenover die krachtige termen klinkt poëzie in kreten als Dreh- und Angelpunkt, Auftakt nach mass, Abseitsverdächtig, Bananenflanke, Fallrückzieher en Torschützenkönig en ik had graag Maximilian Heidenreich geheten. En het Duits kent natuurlijk het mooiste woord voor supporters.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen