vrijdag 13 mei 2016

Komend vanaf het Slochterdiep spotten we haar op de Borgsloot. Een mevrouw op een fiets. Rok, halve legging, ik meen roze van kleur, spijkerjack, fietshelm. Modern, zoals de halve stad de deur uit gaat. De leeftijd van deze dame was daarom moeilijk te schatten. Veertiger, dacht ik. Maar tegenwoordig is dat een gok. Iedereen probeert er cool uit te zien. Jonger in ieder geval. Waarom ze ons opviel weet ik niet meer, misschien omdat ik dacht dat ze het uit dorp kwam of zo. Of omdat het leek alsof ze haast had. Soms zie je dat. De meeste fietsers van Slochteren naar Groningen zitten er anders bij, wetend dat het nog een heel eind is. Dan moet je je niet direct al in het zweet jagen.

Om daar zeker van te zijn – of het iemand was die we kenden - wilde ik ongemerkt opzij kijken zodra we haar voorbij reden. Wat een kwestie van tijd moest zijn, dachten we. Wij reden immers in een auto die honderdzestig kon. Zij was op de fiets.

Vergeet het maar.

De hele Borgsloot lukt het niet dichterbij te komen. Dat had deels te maken met tractor en aanhanger voor ons, maar ze reed inderdaad niet langzaam. Ik zou haar fietshouding ‘krachtig’ willen noemen. Op het kruispunt Borgsloot/Borgweg liepen we een redelijke achterstand op, want het was druk. Ondanks dat de Ruischerbrug dicht was. Op dat kruispunt is altijd gedoe. Onhandige plek. Ze verdween helemaal uit het zicht op de Middelberterweg en mijn voet popelde om het gas in te drukken zodra wij zelf op die weg reden.

De Middelberterweg gaat op zeker moment over in de Driebondsweg en dat is best een eind, maar niks, we kwamen niet dichterbij. Ik kijken en kijken, maar nee. Dat had deels opnieuw te maken met verkeer voor ons, maar er was iets geks. Wij haalden andere fietsers – die ons minder opvielen – wel in. Op de Driebondsweg begreep ik het. Elektrische fiets.

Aan het einde van die baan, bij de twee rotondes onder de Ringweg door, dat is ook nog Driebondsweg, ving ik een glimp van het fietsende vrouwmens op. Ze reed met een noodgang. Onmenselijk.

Ik moest denken aan wat een keer voorbij kwam in de raad van Tynaarlo toen ik daar werkte; een fietssnelweg tussen Assen en Groningen. Ik vond het toen wat overdreven. Nu begreep ik dat ik het mis had. De fietster ging inderdaad enorm hard. Ik vroeg me zelfs af of dit nog wel een fiets was. Een scooter in vermomming. Ik reed veertig, vijftig, maar kwam echt niet dichterbij. Het was om gek van te worden. Mijn zoon liet het op zeker moment los, wilde mijn iPhone om te kijken in welke klas hij het eerste uur moest zijn, ik niet.

Ze bleef ongrijpbaar. Ook over de gehele lengte van de Sint Petersburgweg, wat geen kort stuk is. In een flits in de verte zag ik een roze legging. Gassen, schoot er door me heen. Maar ik zat achter een Dodge Ram met aanhanger. De hoop dat ze over de Sontbrug voor het stoplicht stond bleek ijdel. Toen wij over die hobbel waren en zelf de Eltjo Ruggeweg opreden was ze volledig uit het zicht. Hele Sontweg; niks.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen