woensdag 11 mei 2016

Een man alleen in het zwembad. Aan een tafeltje bij het pierenbadje. Dat deel is eigenlijk bedoeld voor ouders en kinderen die niet kunnen zwemmen. Maar het zit daar goed. Er is ruimte, uitzicht over zowel het diepe als het ondiepe, er lopen niet voortdurend mensen langs je heen en, belangrijker, je kunt er min of meer onbespied zitten.

Openluchtbad De Tobbe is voorzien van houten banken voor pappa’s en mamma’s die niet constant hoeven op te letten, maar als je geen zin hebt in kletsen over het weer, kinderen, werk, school of Eurovisie Songfestival, is dat geen goede plek.

Die man in het zwembad ben ik.

Al ben ik niet helemaal alleen.

Het is vakantie en de jongste zoon wil zwemmen. Wij vinden hem nog net te jong om in zijn eentje te gaan, dus ben ik mee en hou de wacht. Met een boek. Een goed boek. Een moeilijk boek. Ik zeg niet welk boek, dat lijkt zo snakkerig. Meestal lees ik ’s avonds voor het slapen gaan, maar tegenwoordig val ik na een halve bladzij in slaap. Deze middag lukt het lezen goed. De auteur maakt ingewikkelde zinnen en sommige alinea’s moet ik twee of drie keer lezen en het grote verband ben ik geloof ik al kwijt, maar de man kan erg goed schrijven. Jaloersmakend.

Ik hoef niet veel op de jongste te letten. Hij is negen en heeft alle zwemdiploma’s. Er zijn veel vriendjes. Van school, van voetbal, uit het dorp. Ze gooien met een bal, vragen waterpolodoeltjes aan de badjuf, rennen even later met zijn allen richting springkussen en ineens staat hij voor me. Hij wil zijn handdoek en T-shirt.

,,Hoezo, gaan we weg?’’

,,Nee, maar we gaan even op het gras chillen.’’

Ik haal mijn schouders op en lees verder. Dat gaat voorspoedig. Het is rustig in het bad, ondanks dat het woensdag is en ook nog vakantie. Maar niet elke ouder heeft vrij. En ook niet elke ouder die vrij heeft gaat met zijn kind naar het zwembad.

Een enkele keer moet ik grinniken, zo grappig zijn sommige passages.

We hadden afgesproken dat we om half vier naar huis zouden gaan. De jongste moest immers ook nog naar voetbaltraining.

Van te voren had ik hem gezegd dat ik niet zou gaan zwemmen. Daar had ik geen zin aan. Daarbij zag ik donkere wolken, het waaide, dus het zou sowieso te koud zijn.

Dat had ik gedacht.

Ik zat eerst met mijn gezicht in de zon, toen met mijn rug en ik had maar één flesje water mee. Om kwart voor drie werd het me te heet. Ik deed boek en bril terzijde, legde in mijn zwembroek alles weer op de goede plek en toog naar het grote bad. Vlakbij het duikblok sprong ik in het water, zwom naar het ondiepe, klom er uit en ging weer aan het tafeltje zitten. Eerst met mijn gezicht in de zon, toen met de rug en toen was het tijd om te gaan.

Ik keek rond op het grasveld, vond de hele meute in het klimtoestel en zei tegen de jongste dat-ie zijn handdoek ook moest meenemen. Slippers hoefde hij niet aan. Toen we samen wegliepen keek ik nog een keer naar het pierenbadje en dacht aan de zomers dat ik er op de rand zat en hij nog een zwemluier om had.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen