dinsdag 24 mei 2016

Het is regelmatig dat ik dinsdags eind van de middag een appje krijg met de tekst: wat eten we? Dat is dan van mijn vrouw. Zij is tijdig thuis om de jongste van school te halen. Meestal gaat ze aan de keukentafel zitten werken. Daar is in principe niks op tegen. Behalve dat de focus dan niet ligt op het op zeker moment opstarten van het gasfornuis voor het bereiden van een sobere doch voedzame maaltijd. Dat realiseert ze zich doorgaans tegen een uur of vijf, half zes.

Ik reageer meestal met: ‘Weet ik niet’, of: ‘Als ik naar huis rij neem ik wel wat mee’, of, als ik in een grappige bui ben: ‘Ik ben benieuwd!’

Dit verhaal heb ik vaker verteld, maar ik moest er aan denken toen ik vanmiddag thuiskwam. Om een uur of half zes. In een leeg huis. In ieder geval zonder vrouw. Dat wist ik, omdat ze vanochtend had aangekondigd dat ze naar de kapper zou zijn. Op de een of andere manier had ik verwacht dat er een pan met eten klaar stond. Wat ik zo op kon warmen. Soep desnoods.

Maar het huis was leeg en koud. De verwarming stond niet aan, de jongste zat op een slaapkamer te gamen en de oudste kwam van de plee.

Ik had honger, dus ik appte: wat eten we?

Zero reactie.

De tijd was beperkt, omdat ik om kwart over zes de oudste naar hockey zou brengen.

,,Hebben jullie honger?’’, riep ik door het huis.

,,Ja’’, klonk het tweestemmig.

,,Zin in knakken?’’

,,Jaaa.’’

Ik pakte een kleine steelpan, trok de deksel van een blikje runder light, mieterde de 12 stuks in het pannetje en zette het vuur eronder. Daarna liep ik naar de schuur, haalde de juspan en de overgebleven aardappelen van gisteren. Mijn schoonvader kookt elke maandag en dan blijft er wel eens wat over. Meestal ook twee stukken kipfilet en die lagen ook nu in de koelkast. Ik ontdekte tevens een bakje rookspekjes, cherrytomaten en ging aan de slag.

De knakworsten waren inmiddels klaar, ik verdeelde ze over twee schoteltjes, voor de een mosterd erbij, voor de ander mayo en bracht de heren hun voorgerecht.

Daarna appte ik mijn vrouw: laat maar, hebben al. Jij moet even voor jezelf zorgen.

Ik liep terug naar de keuken, bakte de spekjes in de overgebleven jus, sneed de kipfilet in stukjes en schoof die erbij. De aardappels decimeerde ik en hup, ook in de pan. Oudste zoon keek over mijn schouder en zei ik dat hij morgen zin had in aardappels met ei.

,,Kan nu ook. Ik klap hier zo een paar eieren in. Kleed jij je alvast om?’’

,,Is goed.’’

We hadden gelukkig eieren. Ik pakte er drie, klopte ze even en goot ze over aardappelen, spekjes en kip, dat ik een beetje dichter bij elkaar in de pan had geschoven. Het duurde maar even of de ei stolde. Daaromheen legde ik de tomaatjes, bakte die even mee, zette drie borden op het aanrecht en na nog een keer roeren verdeelde ik het baksel over drie borden. Er was net genoeg voor drie.

Omdat het inmiddels zes uur was, hadden de oudste en ik precies een kwartier voor deze sobere doch voedzame maaltijd en net voordat ik de laatste hap naar binnen schoof ging de voordeur open en stapte mijn vrouw even later de kamer binnen. Ze showde haar nieuwe kapsel en dat leek mooi, dat zag ik zelfs, waarna ze de keuken inliep, niks vond en vervolgens haar hoofd om de hoek stak: ,,Heb ik niks?’’

,,Nee, der was net genoeg. Had ik trouwens geappt. Dat je even voor jezelf moest zorgen.’’

,,Oh. Heb ik niet gezien.’’

Ze ging nadenken over wat ze zou eten. Ik zei de oudste dat het tijd was en wij stapten in de auto. Hij was precies om kwart voor zeven op het hockeyveld, waarna ik naar gitaarles reed en na 25 minuten weer naar Hoogezand tufte, de laatste twintig minuten van de training meemaakte, zag dat de tweet met de link naar mijn bijna tien jaar oude Bob Dylan-verhaal op de DvhN-site, vanwege de 75e verjaardag van His Royal Bobness, driftig werd geretweet, waarna we huiswaarts reden.

Ik had de voordeur nog niet open of ik rook het: mijn vrouw had gekookt. Soep.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen