dinsdag 17 mei 2016

Er waren dagen bij vorige week dat ik dacht: toch even naar dokter. Mijn schouder gaf op momenten erg veel last. Al zou ik het geen pijn willen noemen. Linkerarm en alle plekken waar ik aanhechtingen of spieren vermoedde voelden alsof er zakken cement aan hingen.

Ik ga zelden naar de dokter.

Hartaanval leek me onwaarschijnlijk. Ik was een keer eerder met dezelfde klachten bij de huisarts. Die plakte me voor de zekerheid een partij stickers met draden op mijn borstkas, maar ze zei toen: als het echt je hart is zit je er anders bij. Bleek, misselijk, zweterig. Dat was ik toen niet en nu niet.

Alleen pijn. Of beter: last.

Oorzaak lag wat mij betreft nog steeds bij de tuin: hout zagen, kippenhok afbreken (waar drie dagen kippen in hebben gezeten), varens uitgraven. Niks gewend zeg maar.

Vraag is dan wel: waarom altijd de linkerschouder? Ik ben rechts. Ik steek de spade in de grond met rechts, boor met rechts, zaag met rechts, draag afvalhout en stenen rechts en de ring waarmee ik flesjes bier open zit aan de rechterhand.

Tot rust kwam ik de voorbije week niet. Ik had mijn gewone werk en (ik herhaal me zelf, weet ik), piket en weekenddienst. Los van de klussen waar je op uittrekt, je bent voortdurend stand-by. In gedachten, want in principe kan de hel elk moment losbreken. Als je je dat realiseert komt er van ontspannen niks. Daarbij kun je ook geen borrel drinken, want het staat niet echt goed als je katjelam arriveert bij een buitenbrand, kettingbotsing of roofoverval. Los van het feit dat je er eerst maar eens moet zien te komen.

Vanwege mijn nogal nonchalante voorkomen - ongeschoren tronie, lang haar, kitscherige armbandjes, puntlaarzen en kleren die er uitzien alsof een hond ze in de kont heeft gehad - denkt iedereen dat ik een relaxte vogel ben, maar dat ben ik allesbehalve. Zenuwenlijer.

Ik schrok vannacht ook meteen wakker toen mijn phone ‘ping’ deed. Geen brand op het chemiepark in Delfzijl of een massale vechtpartij op de Pinksterfeesten. Een Amerikaan die mij op Twitter volgde. Joel Comm. Volgens zijn account Keynote Speaker en NY Times Best-Selling author. Dat ik wakker werd vond ik niet erg, want ik had een nachtmerrie, iets met mijn lichaam dat uit elkaar viel of zo, maar daarvan moest ik wel bijkomen en vervolgens lag ik een half uur wakker omdat ik niet wist waarom zo’n man mij opeens volgde. Dus maar een portje ingeschonken en even gelezen in Infinite Jest.

Ik hou van zo’n stiekem uurtje in de nacht, maar je wordt weer gebroken wakker.

Slopend, vind ik het. Slopend. Ik was ook blij toen ik vanochtend om zeven uur verlost was van piket en weekenddienst en ik heb de hele dag kalm aan gedaan. Vrouw naar werk, kinderen naar school en ik gitaar spelen, lunchen met spaghetti en een whisky, boodschappen doen, kippensoep maken, de was doen, de jongste naar voetbal brengen, de oudste naar hockey, daarna zelf naar gitaarles en verdomd, toen ik tijdens het kijken naar ‘Tailor of Panama’ nog een borrel pakte zei ik tegen mijn vrouw: hé, ik heb een stuk minder last van mijn schouder.

Toch spannings dus.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen