donderdag 28 april 2016

Liselotte was dinsdag aan het monteren en schoot erg in de lach. Ze keek mij aan, onze bureaus staan op een meter of zes van elkaar, en ik keek terug: ,,Lach je me uit?’’

,,Ja.’’

Ik erheen en ik zag mezelf juichen als Johan Cruijff. Een doelpunt maken, opspringen en mijn rechtervuist weggooien. Twee keer achter elkaar en bij de laatste keer ging ik bij het landen door mijn enkel en liep hinkend weg. Het zag er inderdaad niet uit. Vond ik. Zij vond dat erg grappig.

Wat ik nog duidelijker zag: ik leek op Cees van Kooten toen hij bij de oud-internationals voetbalde. Twintig kilo te zwaar en ik besloot op dat moment écht iets aan mijn figuur te gaan doen.

Ik ben dik honderd kilo en dat komt niet door mijn zware bouw.

Een eerste begin was er gisteren, op Koningsdag. Een beetje. Dankzij mijn jongste zoon. Die wilde voetballen. En dat deden we. In de speeltuin in de wijk achter ons. We hadden er tijd voor, want ondanks dat mijn vrouw ’s ochtends om half tien al nerveus door de kamer ijsbeerde, voortdurend vragend wat we gingen doen vandaag, was het geen weer om wat te doen. Regen, hagel, wind, the works. Zelfs in de tuin ging niet.

Voetbal wel.

Het veldje bij de speeltuin is bepaald geen Cruyff Court. Sterker, het oppervak kent evenveel pieken en dalen als het Lake District, maar dan op een postzegel tussen Stelling en Voeghouten en we moesten voortdurend opletten omdat de bal op het zompnatte veld alle kanten opstuiterde. Strikvraagje: waar krijg je een betere techniek; op zo’n superglad Cruyff-veldje of op een Brits moorlandschap?

Nadat er andere jongetjes bijkwamen zei ik dat hij nog even door mocht gaan, ging ik nog even hardlopen.

Dat voelde goed, al had het voor die dag geen zin meer, want we gingen uit eten. Dat doen we bijna nooit, in ieder geval niet met ons vieren, maar Koningsdag leek ons een mooi moment. Onze zonen sputterden voor de verandering eens niet tegen en mijn vrouw reserveerde. Een steakhouse riep ze. Nee, zei ik: dat is een truckerscafé.

Dat bedoelde ik niet negatief, want ik kijk graag naar Ice Road Truckers en Outback Truckers. Ik ben gek op trucks en als ik niet zou schrijven, zou ik vrachtwagenchauffeur worden. Dat wil ik trouwens nog steeds.

De schnitzel van de jongste zoon was model kettingkast, de oudste kreeg twee racks spareribs van een dusdanige lengte dat ik dacht dat er radiatoren op zijn bord lagen, mijn vrouw ging voor de mosseltjes en zoals vaker was mijn chilisteak niet medium zoals ik had gevraagd, maar rauw, maar ik dronk sinds decennia weer een Southern Comfort, daarna een Desperado, verlangde naar Hank Williams, Uncle Tupelo, The Dixie Chicks of J.J. Cale en we hadden een leuke avond met het verzinnen van de namen voor de drie katjes die we krijgen.

Er stond inderdaad steakhouse op de gevel, maar op de parkeerplaats stonden meer trucks dan personenwagens. Eenmaal thuis konden we geen pap meer zeggen.

Ik heb vandaag een ATB gekocht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen