maandag 25 april 2016

Ik vrees dat ik mezelf vandaag onsterfelijk belachelijk heb gemaakt. Dat zal binnenkort, ik vermoed komende zaterdag, zijn beslag krijgen.

Het zit zo: er ontstond ter redactie het idee over een verhaal dat te maken had met voetbal en juichen. Of ik dat wilde schrijven? Was net wat voor mij. Vonden ‘ze’. Dat vond ik eigenlijk ook wel. Althans: ik zeg niet snel nee, dus schreef ik dat verhaal. Maar aangezien we niet alleen meer een krant maken maar ook een website was er al snel nog een idee – ik meen zelfs dat het van mezelf kwam – voor een filmpje erbij.

Dus stond ik vanochtend om half twaalf, met collega Liselotte, die heel goed filmpjes kan maken, vooral als het ‘apart’ moet, op het hoofdveld van de vv Engelbert. Zij met camera, go-pro en andere hardware en ik in voetbalshirt, korte broek en voetbalschoenen. Het moet voor de achteloze voorbijganger een bijzonder tafereel zijn geweest.

Een wat dikkige man met de techniek van een eiken voordeur die met een bal in de weer is, moederziel alleen, gefilmd door een jongedame die zijn dochter had kunnen zijn. Er zijn mensen voor minder opgepakt.

Tussen de hagelbuien door maakten wij opnames voor een korte film die, inderdaad, met voetbal en juichen te maken had en waarvoor ik een aantal dingen heb gedaan, die ik normaal gesproken nooit zou doen. Zeker niet in voetbaltenue.

We hadden wel veel lol.

De apotheose was dat ik helemaal onder de modder tegen half twee weer in de auto stapte. Ik was vergeten douchespullen mee te nemen. Terwijl Liselotte de hardware inpakte en alleen haar rubberlaarzen hoefde te verwisselen voor casual boots, veegde ik me zo goed en kwaad als het kon met twee theedoeken schoon, trok T-shirt en spijkerbroek aan over mijn vies bovenlijf en natte onderbroek en gooide de stinkende voetbalspullen achterin de auto.

Wiegend op de klanken van J.J. Cale reden we terug naar kantoor, waar ik snel mijn gezicht en bovenarmen schoonmaakte en achter mijn bureau plaatsnam, hopende dat de collega’s niet al te veel last hadden van de geur van drogend modder.

Ik was precies op tijd terug, want ik had om twee uur een telefonisch interview en moest tot vier uur nog van alles doen, alvorens ik naar huis kon om te douchen.

Wat ik echter het meest bijzonder vond was dat Liselotte een app had, tenminste ik geloof dat het een app was, waarbij ze op de minuut af kon zien of er in Engelbert regen zou vallen of niet.

Dat leverde de volgende scene op: ik reed de parkeerplaats bij MFC Engelbert op in de stromende regen en Liselotte zei: over een minuut moet het stoppen. Een minuut later: de regen hield op.

Dik anderhalf uur later, kort na de laatste take, zei Liselotte: we zijn net op tijd. Ik had de auto nog niet gestart of de regen kwam weer met bakken naar beneden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen