dinsdag 1 april 2014

Voorbij de Watertoren (12) - Circus Feest

Als je een van de twee vaders in het publiek bent, dan weet je dat je vroeg of laat de piste binnenstapt. Ik dacht: laat het niet bij dit onderdeel zijn, maar tien tellen later stond ik met de rug tegen een plank en was er een meneer die een geweer op mij richtte. Dat zijn geen situaties waar je rekening mee houdt.

Ik zou me geen zorgen hoeven maken. Die truuk had ik namelijk door. De man had eerder geschoten. Op ballonnen die door een mevrouw werden vastgehouden. Hij schoot niet echt. Ik zag dat zij ze kapotkneep. Het oogde geloofwaardig, maar toen de ballon tussen mijn benen zat bleek zij nergens te bekennen.

Het was de tweede keer in tien jaar dat ik een circus in Slochteren zag. Circus Feest. Wij zijn altijd in voor een feestje, het was mooi weer, dus Reyer en ik heen. Op de fiets.

In de tent konden wel tweehonderd man, er zaten er veertien. Negen kinderen, een vader en moeder die bij elkaar hoorden en twee losse ouders, waarvan ik er een was. Ik ging naast de losse moeder zitten. Wij kenden elkaar.

Er was een clown die popcorn in open monden probeerde te gooien, expres miste zodat de kindertjes een beetje voor lul zaten met hun open mond en toen een moeder haar mond opendeed gooide de man de hele inhoud van het bakje naar haar toe. Mijn zoon lachte, die van haar niet.

Daarna kwamen hondjes, een jong meisje op een evenwichtsdraad en een soort van trapeze-act van een knappe jongeman met gelaatstrekken die deden vermoeden dat hij uit Tibet of Nepal kwam en daarna nog wat mensen en dieren die kunstjes deden.

De bokkige paardjes hadden het druk met naar elkaar bijten en denderden ondertussen over de voeten van een medewerker, tot grote hilariteit van de mevrouw van de ballonnen en ook wij moesten lachen en daarna kwamen er vier ganzen die over een hekje sprongen.

Had ik al verteld dat we, omdat er niet veel mensen waren, in plaats van ergens achterin, loge mochten zitten?

Dat vonden wij aardig, al vroeg ik me af of de vader van het gezin, dat wél voor loge had betaald, zijn geld ging terugeisen. Hij had het in de pauze kunnen proberen, maar de kassa bleek omgetoverd in een snoepkraam. Ik was toe aan een borrel. Die hadden ze niet. Wel sinas en cola van het merk River. En popcorn, snoep en suikerspin. De suikerspin zat in een plastic bakje.

Toen we na afloop naar buiten liepen was de kassa/snoepkraam al weg. Het meisje van de evenwichtsact zat op het opstapje voor de caravan. Voorovergebogen, met het hoofd tussen de benen. Circus Feest trok diezelfde middag verder. Naar Pekela.

Er is niks mis met een klein circus, als je maar één ding hebt dat heel goed is. Dan zingt je naam en faam vanzelf rond en kun je toch een aardige boterham verdienen en dan maak je de wereld er bij elke voorstelling een beetje leuker op.

Je hebt kwaliteit en je hebt kwaliteit en dit was geen Russisch Staatscircus, maar ik had de middag van mijn leven. Reyer liet zich meeslepen door de magie, zette grote ogen op toen de goochelaar popcorn in papegaaien veranderde en weer even later twee witte duiven uit het kooitje tevoorschijn toverde en hij praatte bij thuiskomst honderduit over het feit dat ie bij een slapstick-act door een van de leden van het Tsjechisch duo met een bezem over zijn hoofd werd geaaid.

Direct onder de douche, besliste mijn vrouw.

‘Hoe was het echt?’, vroeg ze.

‘Tja’, antwoordde ik.

Maar als ik eerlijk ben hou ik daarvan. Opgegroeid in een arbeidersgezin ben ik met weinig tevreden. Een klein circus, op een braakliggend terrein waar eens de gemeentewerf was, op een zondagmiddag in een dorp waarvan de ene helft op dat moment in de kerk zit en de andere helft ergens op een terrasje, dat vind ik mooi. Dan ga ik kijken, dan ga ik lachen, dan druk ik af en toe mijn zoon tegen me aan en dan denk ik na over het leven. Helemaal als er een geweer op mijn kruis wordt gericht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen