donderdag 3 april 2014

Van Pong tot Bommen Berend

Wanneer ik mijn zoons vertel dat mijn eerste computer een harde schijf had van 1MB zullen ze mij niet-begrijpend aankijken. De oudste is nu tien en voor hem is Windows 8 even vanzelfsprekend als een broodje hagelslag. Als ze over vijftien jaar een chip in hun hoofd krijgen gemonteerd zodat ze met een knipoog kunnen inloggen, is Windows 93 voor hen iets uit de Middeleeuwen, laat staan MS-DOS. Dat staat gelijk aan vuur maken met twee stenen.

Mijn eerste kennismaking met een game was dat tennisspel dat je op de tv kon aansluiten. Het werd in 1972 geïntroduceerd en heette Pong. De speler zag zichzelf terug als een verticaal streepje dat op en neer kon. De enige variatie was dat je het tempo kon opvoeren. Het balletje was niet eens rond, vierkant.

De virtuele wereld is behoorlijk later dan de echte van start gegaan, zeg tienduizend jaar na het begin van de moderne mens, maar in een periode van nog geen veertig jaar is de computerwerkelijkheid ons voorbij gestreefd qua ontwikkeling.

De mannen die er in rondlopen hebben borstkassen als aambeelden, kinnen als skischansen en spierbundels als staalkabels. Ze zijn koel en berekenend in elke situatie; sterk, slim en onvermoeibaar. De vrouwelijke heldinnen zijn nog fascinerender. Borsten als skippyballen en billen als meloenen. Verleidelijk en dodelijk en ze doen wat ik wil. Doodgaan bestaat niet. Het kan wel, maar dan begin je opnieuw. Er is geen plek voor verliezers.

De digitale werkelijkheid neigt dus naar perfectie.

De mogelijkheden zijn bovendien veel uitgebreider dan in de echte samenleving. Je kunt het zo gek niet bedenken of het is in spelvorm. Kaarten, autoracen, Wendy Aankleden of zeehondjes doodtrappen. Wat wil een mens nog meer?

Edoch… in de virtuele evolutie is een stap overgeslagen, die van de ontwikkeling van de eigen identiteit. Bij het scheppen van de mens, de personages, is meteen een universeel ideaal gemonteerd, zonder dat daar eerst half ontwikkelde vormen als provincialen aan vooraf zijn gegaan. Zodra je de computer aanzet is iedereen gelijk.

Dat klinkt prachtig, maar dat is het niet. Er is zelfs geen reet aan.

In het echt zijn we ook niet gelijk en dat is veel leuker. De een is Amsterdammer en het Groninger zijn vormt de basis van onze persoonlijkheid. In een game ben je dus jezelf niet.

Er ontbreekt iets. En als er iets ontbreekt is dat een lacune en volgens de 21st-eeuwse economische principes vertalen we een lacune als een gat in de markt.

Daarmee zouden we eerst eens aan de slag moeten.

Is het immers niet belangrijk dat Groningers, Friezen, Drenten en Limburgers zich kunnen herkennen in Groningse, Friese, Drentse en Limburgse games, compleet met eigen taal?

Limburgers willen vlaaien gooien, Friezen gaan uit hun dak als ze op hun Playstation met salvo’s van kaatsenballen skûtsjes tot zinken kunnen brengen en Drenten doe je geen groter plezier dan ze met hunebedden laten gooien.

De Groninger wil niet een game met de Terminator in de hoofdrol, maar met Staarke Derk van t Botterdaip. Voor het Drentse afzetgebied is Ellert en Brambo een idee. Twee mastodonten die pittoreske dorpjes uitmoorden. Daar moet een markt voor zijn.

Dirty Harry rijdend in de prairie is mooi, het is nog leuker hem op paard te zien in het Hogeland, met in de verte de lucht achter Oethoezen en in de sleutelscène zegt hij dan niet ‘make my day’, maar ‘kom moar op mienjong.’

Die zenuwenmuziek van het Groningse folktrio De Tuutjefloiters past prima bij de voortrazende SuperMario en in een muziekspelletje zou je zo maar Lou Reed en Laurie Anderson achter het klavier van de Martinikerk kunnen zetten, iets wat in de werkelijkheid natuurlijk godsonmogelijk is.

Het doel moet zijn: in de plaatselijke gameshop of bij de VVV een schap met Groningse games. De thema’s zijn niet zo moeilijk te bedenken. Bezigheden als mandvlechten, vlegeldorsen, strodokken binden of bijenkorven ontbreekt het ietwat aan thrillelement, maar je kunt wel denken aan: Kredietcrisisje (Gok met het geld van de Groningers!), Mien Toentje (kweek de groenten van Ede Staal en zorg dat vijandige tractors de boel niet omploegen!) en Clean Mutua Fides (Maak die smerige studentenbunker helemaal schoon, onderwijl vervelende Vindicaters de boel onderkotsen!) en uiteraard RAM BAM NAM (voorspel waar de volgende aardbeving komt en als beloning mag je het hoofdkantoor bestormen). Van de avonturen van Johan Willem Ripperda moet een boeiend spel zijn te maken en de moeder aller onderwerpen voor een Groningse game is natuurlijk: Bommen Berend.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen