vrijdag 4 april 2014

Schrijfdagboek Milko’s bio: ijs is voor whisky (2)

Zeggen dat je een biografie over Milko Djurovski gaat schrijven is één ding, daadwerkelijk aan de slag gaan is een ander verhaal. Ik heb wat artikeltjes uit ons eigen krantenarchief gekopiëerd, maar nog niet veel. Er moet, zoals zo vaak als ik aan een klus als dit begin, ritme komen. Dat duurt even.

Maar vandaag, vrijdag 4 april 2014, is de eerste echte schrijfdag. Mijn baas zat er niet echt op te wachten, maar ik heb een dag in de week onbetaald verlof gekregen. FC Hopeloos, dat op 5 juni wordt gepresenteerd is het elfde boek dat ik heb geschreven en dat is bijna allemaal in de avonduren gedaan. Dat is een aanslag op je vrije tijd. Ik hoef niet perse televisie te kijken, maar soms wil je eens een avondje niks doen. Met alle andere schrijfdingen komt dat er nauwelijks van en alles begint zo door elkaar heen te lopen.

Dat is trouwens ook vandaag zo, want ik heb om half negen eerst een interview voor de HS-krant. Daarna begint het echt, met om tien uur een afspraak met Bouke Nielsen, journalist van het Dagblad van het Noorden. In de tijd dat Djurovski in Groningen voetbalde, zat hij op de sportredactie van het Nieuwsblad van het Noorden en hield zich vooral bezig met FC Groningen. Leuk gesprek, al hebben we het een redelijk deel ook over het wel en wee van ons bedrijf.

Al die artikelen van Bouke moet ik nog lezen, maar het kan geen kwaad om een sportjournalist te spreken om een en ander te duiden. Veel van wat hij en zijn collega’s weten is natuurlijk niet in de krant gekomen.

Henk Hagenauw was twee weken geleden de eerste die ik interviewde. Hij is sinds jaar en dag masseur/ verzorger bij de FC. Dat gesprek was op aanraden van Hans Nijland. Uitgever Anton Scheepstra (Uitgeverij Passage), vertaalster Zora Duvnjak en ik waren begin dit jaar bij hem wezen koffie drinken. Om te vragen hoe de club tegenover dit boek stond en ‘of we iets voor elkaar konden betekenen’. Dat konden we. Van de FC alle medewerking. In de publiciteit en in de fanshop en Nijland zei dat ik in ieder geval Hagenauw moest spreken. Die weet veel. Henk weet ook veel. Alleen vertelt Henk niet alles. Logisch, want Henk heeft als verzorger zijn beroepsgeheim.

Hij is behulpzaam, maar het gevoel dat ie het achterste van zijn tong niet laat zien blijft hangen. Dat kan ik me voorstellen. Ik ben een onbekende. Geen ingewijde, dus dan ga je niet meteen alles aan de grote klok hangen.

Bouke is openhartiger. Kan ook vrijer praten. Had evenals Henk en bijna iedereen een goede relatie met Djurovski. Wat hem niet belette kritisch te blijven. In de beroemde wedstrijd tegen Ajax, waarin FC Groningen en Milko volgens de overlevering weergaloos speelden, beoordeelde Nielsen hem met een 5,9: ‘Hij kreeg 3 of 4 kansen om het af te maken. In zo’n wedstrijd moet je er staan. Maar hij liet het liggen. Tja.’

Daar was Henk Nienhuis, toenmalig directeur, weer erg verbolgen over, maar Milko deed nooit moeilijk. Ook niet als er veel kritische verhalen over hem in de krant stonden.

‘Je moet me een keer een 1 geven’, had Milko eens tegen Bouke gezegd. Dan zou hij dat opsturen naar Joegoslavië. Daar is een één het beste.

Hagenouw en Nielsen bevestigen dat het zo’n aardige kerel is. Met een groot hart, een warm mens. Eerlijk, geen verborgen agenda. Ging volstrekt zijn eigen gang, wat een ander daarvan ook vond. Was wel lui. Heel lui. Geen trainingsbeest. Op de vraag aan Hagenauw of Milko veel geblesseerd was volgde het veelbetekende antwoord dat het meeviel omdat hij erg zuinig op zijn lichaam was.

‘Hij was regelmatig geblesseerd’, herinnert Nielsen zich, ‘dan was er natuurlijk weer wat anders aan de hand.’

Dat ‘wat anders’, dat kon van alles zijn. Als je de anekdotes mag geloven was dat ook echt alles. Het stappen, het gokken, de vrouwen en nog veel wildere verhalen. Over een ontvoering, dat ie gechanteerd werd en dat ie goud zou hebben gesmokkeld.

Of die verhalen kloppen, dat is dus de vraag. Want, aldus Nielsen, ‘Milko is geen crimineel. Dat zijn andere types. Heel erg op de centen. Milko niet. Hij geeft met gulle hand.’

Van meerdere kanten hoor ik het verhaal over het trainingskamp op Marbella, over dat een deel van de selectie in het restaurant wilde afrekenen, maar dat dat niet meer hoefde, omdat Djurovski dat al had gedaan.

Met Zora heb ik vorige week een film gekeken over Milko. Documentaire. Sloveense ondertiteling. Servisch gesproken. Aparte productie, met beelden uit ‘An Officer and a Gentleman’ en veel stierenvechtfragmenten. Ook Dragan Dzajic, een levende legende, komt aan het woord. Ik veer op. Op het einde een soort onthulling van Milko. Over zijn overgang van Rode Ster Belgrado naar Partizan Belgrado.

Dat deed hij voor de kick, is het verhaal. Want Milko wil graag in de belangstelling staan. Dat deed hij voor het geld, is een andere lezing. Zoals in het boek ’40 jaar FC Groningen’ staat. 250.000 gulden zou hij bij Partizan krijgen. Milko wilde eindelijk eens wat verdienen, want hij had inmiddels twee kinderen. Er blijkt echter nog een ander aspect. Dat er iets gebeurd is bij Rode Ster (het was niet helemaal goed verstaanbaar), waarna vooral Djurovski de emmer met bagger over zich heen kreeg en hij daarop concludeerde: nou, als jullie me niet meer moeten ga ik toch weg? En hoe laat je zien dat je er ook klaar mee bent? Door over te stappen naar de grootste vijand? Daarna – en dat weet Nielsen weer – veranderde alles voor hem in Joegoslavië.

Uit wat ik inmiddels weet is dat veel anekdotes rond Djurovski niet kloppen. Dat van die moonboots is al ontzenuwd. Ook het verhaal dat ie onder de tribune sliep. Heb ik nooit gezien, zei Hagenauw. Zegt me niks, zei Nielsen. Wel had ie een weddenschap met toenmalig directeur Henk Nienhuis. Die wilde hem van het roken afhelpen. Elke sigaret kostte Milko 100 gulden. Hij bleef ze opsteken, voor de ogen van Nienhuis.

Een andere die klopt: Als Milko in zijn eerste dagen op de training een schop krijgt en geblesseerd raakt wil Hagenauw er ijs op doen. Niks ervan, zegt Milko, ijs is voor in de whisky.

Het aardige aan een figuur als Milko Djurovski is dat iedereen zijn verhaal bij de man heeft. De een heeft zijn zoon naar hem vernoemd, een ander heeft hem als tiener geïnterviewd, tijdens zijn overstap naar Cambuur, toen hij niet met de pers wilde praten. Alleen met die ene jongen. Daar ga ik volgende week heen.

Ook ikzelf raak meer en meer in de ban van Milko. Als ik goed kijk is hij overal. Zelfs onze grijze container draagt zijn naam.

Een echt goede schrijfdag is het overigens vandaag niet. Ik had de interviews met Hagenauw en Nielsen willen uittikken, maar een groot deel van de tijd gaat op aan dit schrijfdagboek. En om drie uur moet ik alweer stoppen. Kinderen van school halen en dan naar mijn ouders. Mijn moeder is jarig.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen