dinsdag 4 maart 2014

Voorbij de Watertoren (8) - Willem


Willem is een collega. Een jonge collega. Zeg dat ie twee jaar binnen is, hooguit drie. Eerst als televerkoper, nu als coördinator games. Althans, dat vermoed ik, want eerlijk gezegd heb ik geen idee wat Willem doet. Hij recenseerde eerst spelletjes. Voor Nintendo, pc, PlayStation, of weet ik wat. Dat deed hij naast het verkopen van advertenties. Dat ging heel goed. Zo goed dat er inmiddels een aparte site is en inmiddels doet ie dat niet meer alleen. Nu en dan loopt Willem langs onze bureau’s, met in zijn kielzog een stuk of twee, drie, vier jongens en meisjes die, zo vertelde hij, voor hem games recenseren. Als beloning mogen ze die houden.

Willem heeft een eigen kantoor.

Soms loop ik er binnen om even te bellen. Want het kantoor is vaak leeg. Ik zie er de bizarste dingen. Gadgets. Cadeautjes. Een minizwaard uit Game of Thrones. Een stuur uit Gran Turismo, dat werk. Te vergeven bij acties, voor een stukje service naar de lezers toe, zeg maar. Veel T-shirts en posters. Ook een mooie kist van Jack Daniels. Ik denk niet van een game, maar het is een kist die opvalt.

De recensies van die jongens en meisjes verschijnen in onze week- en dagbladen. Want games, daar gaat veel over tegenwoordig, daar is de jeugd in geïnteresseerd en als krant moet je met je tijd mee.

Willem ziet er cool uit. Altijd een muts op. Gympies, lange zwarte jas, verschoten spijkerbroek, rugzakje. Op een nonchalante manier de juiste kleding om je reet. Zoals alle leden van alle bands in muziektijdschrift Oor er uitzien. Zoals ik er eigenlijk ook zou willen uitzien, maar waarvoor ik eigenlijk een beetje te oud ben.

Als ik een muts opdoe of hippe gympen wil, staat mijn vrouw hoofdschuddend naast me. Mijn vrouw staat vaak hoofdschuddend naast me. Omdat ik dingen doe die volgens haar niet bij mijn leeftijd passen. Maar mannen blijven jongens. Ze worden alleen ouder.

‘Waarom kan dit niet? Is toch hip?’

‘Je bent 48. Dan zijn er grenzen.’

‘Alle mannen lopen met mutsjes.’

‘Maar geen lichtblauwe.’

Als ik vervolgens een colbertje met elleboogstukken pas, iets waarvan ik denk dat zij het meer bij mijn leeftijd vindt passen, is er een nieuw hoofdschudden.

‘Ik dacht dat het intelligent leek.’

‘Dat is niet zo.’

Willem komt binnen op een tijdstip waarop ik mijn eerste pauze heb. Sjokkende tred, ongeschoren hoofd, vrolijke ogen. Tot hoe lang hij blijft weet ik niet. Dat weet niemand. Wie zijn baas is, tot welke afdeling hij behoort, ik zou het evenmin kunnen zeggen. Terwijl deze jonge collega nog geen tien meter verderop zit. In zijn eigen kantoor. Willem is een bedrijf binnen een bedrijf.

Soms staat ie bij ons bureaublok. Lullen over voetbal. Over FC Groningen. Dat is het enige wat ik van hem weet. Dat hij elke twee weken in de Euroborg zit. Afgaand op zijn verhalen niet ver van de Z-side. Hij wist ook van tevoren dat het mis zou gaan in Haren, dat wat we nu Project X noemen.

 ‘Daar komt niemand’, had ik die vrijdagmiddag tegen mijn uitgever gezegd, ‘waarom zou je ergens heen gaan waar niks is?’

Willem lijkt me geen man voor een gezin. Meer iemand voor ongure kroegen in ongure buurten. Of supporterscafés in volkswijken. Soms vraag ik me af of hij zijn vitaminen wel krijgt. Eet je wel gezond, jongen? Af en toe een geperst sinaasappeltje is goed voor je. Kiwi’s ook. Elke dag een appel.

Andere collega’s, de mannen die sinds jaar en dag de weekbladen maken, mannen waarvan ik weet dat ze wél gezinnen hebben, die kijken soms bedenkelijk naar Willem. Wij, want ik hoor daar ook bij, schrijven al veel langer voor de krant. Degelijke stukjes, want wij zijn degelijke mensen. Wij schrijven over wat degelijke mensen bezighoudt.

Mijn collega’s vinden die games daarom niks. Verderfelijk vrijetijdsvermaak. Gaat alleen maar over schieten, mensen het hoofd afhakken, huurmoordenaars, over fantasy figuren in een fantasywereld. Altijd maar vechten. Dat beaam ik, want mijn zoons zijn er ook verslaafd aan. Gaat dus nergens over, zeggen mijn collega’s.

Misschien.

Maar Willem is de toekomst. Wij niet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen