woensdag 29 april 2015

Voorbij de Watertoren (58) – Over de Vaste Maar Zo Langzamerhand Totaal Ongeloofwaardige Patronen van de Moderne Thriller(serie).

Oost-Groningen, mijn land, zou het perfecte decor zijn voor een thriller of detective (film of serie). De depressief makende leegte, de zwijgzame en bokkige Veenkolonialen, alsmede het abominabele klimaat zijn gemaakt voor een urenlange whodunnit.

Zoals Hollands hoop zonder schaamte Breaking Bad kopieerde, zo is eenvoudig een storyboard te verzinnen op basis van mijn kijkervaringen bij Silent Witness, Morse, The Following, The Killing, Dalziel & Pascoe, Witnesses, Wallander, Varg Veum en The Bridge. De patronen in al die series zijn immers dezelfde.

De Hoofdpersoon

 
Man, vrouw, jong of oud, alles kan, mits een loner. Sociaal onaangepast. Humeur om op te schieten. Je ziet nooit een protagonist die geld inzamelt voor het jaarlijkse personeelsuitje of op kraamvisite gaat. Alcoholist. Zorgt slecht voor zichzelf. Loopt er slonzig bij. Eten is bijzaak. Vertoont echt therapeutisch gedrag. Lacht nooit. Kijkt veel voor zich uit. Hannest met mobieltje, die te pas en te onpas afgaat, zonder dat ie ooit aan de lader hoeft.

De Assistent

 
Sullig type. Jan Modaal, Otto Normalverbrauch. Komt nooit met beslissend inzichten, maar is wel nodig, bijvoorbeeld om af en toe te zeggen: ‘Ga er niet alleen op af.’

Wat de hoofdpersoon natuurlijk wel doet. Een keer of wat springt hij of zij in de auto en gaat in zijn/haar uppie een verlaten gebouw/bos/loods/kelder in. Wat vrij dom is, maar waarschijnlijk luidde de instructie op de politieschool: wat je ook doet, vraag nooit om back-up.
 

De Chef

 
De protagonist staat op gespannen voet met baas/chef/hoofdcommissaris. Minstens twee keer per aflevering hebben ze ruzie, waarbij een van de twee boos wegloopt. Op zich bijzonder omdat de hoofdpersoon nauwelijks op het bureau is. De held schrijft geen rapporten, levert geen urenbriefje in en ATV hoort er niet bij. Het is 24/7 op de zaak. Ondanks bewezen diensten en een voor elke werkgever jaloersmakende betrokkenheid, hangt hem of haar voortdurend een schorsing boven het hoofd.
 

Gezin/Familie

 
Gescheiden. Altijd. Net als moeizame relatie met ex. Rechercheur heeft nergens tijd voor. De zeldzame keren dat er thuis gegeten wordt, met de kinderen, komt al snel een telefoontje. Je ziet hem of haar nooit op ouderavonden, ’s ochtends de broodtrommels inpakken, of een pleister op een zere knie plakken.
 

De Zaak

 
Moord. Bij voorkeur. Kinderen of vrouwen. In bizarre settings. Nooit eens iemand die gewoon boos wordt en een rivaal omlegt, volgens het vertrouwde recept van de Maffia: oog om oog, tand om tand. Dader is standaard een freak. Vecht persoonlijke vete met rechercheur uit.
 

Het Verloop

 
Na de eerste dode volgen er meer. Allemaal gruwelijk. Aanwijzingen worden op ingenieuze manier verstopt, maar stuk voor stuk door rechercheur ontrafeld. Hij of zij neukt soms met verdachte/getuige/collega.

Als halverwege confrontatie met dader volgt (hoeft niet), kan hij/zij de held eenvoudig vermoorden. Hoewel dat de zaak voor de freak zou vergemakkelijken laat hij/zij dat om onduidelijke redenen achterwege.

De patholoog/anatoom doet tussentijds uitspraken. Levert nooit een afgerond rapport in, dat in een team besproken wordt. Doet die mededelingen uit de losse pols, als rechercheur toevallig de sectiekamer binnenloopt, waar het lijk (nog) steeds klaar ligt.

Het hele politieapparaat kampt tot zeker driekwart van film/aflevering/seizoen met alleen maar tegenslag en loopt voortdurend achter de feiten aan. Rechercheurs overleggen door elkaar vaak zwijgend aan te kijken.
 

Het Verhoor

 
Hoofdpersoon verhoort soms verdachten, maar doet dat op een Allejezus halfbakken manier. Maakt het nooit af. Altijd wordt hij of zij geroepen en gaat dan de verhoorkamer uit om in zijn/haar auto te springen richting bosje/loods/verlaten huis.
 

Ziekenhuis

 
Protagonist belandt minimaal een keer in het ziekenhuis. Met gebroken ribben/hersenschudding/schotwond. Zit de herstelperiode niet uit. Trekt opeens de kleren aan, die gewoon op de stoel naast het bed hingen en hinkt, al dan niet met een bebloed verband om het middenrif, de afdeling af. Dat lukt ongezien, omdat er op zo’n moment nooit een verpleegster in de buurt is.

Als verdachte of slachtoffer in het hospitaal ligt, is er wel bewaking, maar ook die is in geen velden of wegen te bekennen als de gewonde ontsnapt (verdachte) of alsnog wordt vermoord (slachtoffer).
 

De Ontknoping

 
In dezelfde verlaten schuur/bos/huis als waar de hoofdpersoon al eens is neergeschoten. Eindigt steevast in één-tegen-één duel met moordende freak. Dat blijkt iemand die aan het begin even te zien was, verder niet meer in het verhaal voorkomt en aan het einde plotseling opduikt en vlak voor het eindgevecht met een onduidelijk verhaal zijn daden verantwoord. Heeft iets met vroeger te maken.

Daarna volgt slotduel, waarbij de held eerst in kansloze positie wordt gemanoeuvreerd, zijn wapen kwijtraakt, zich op miraculeuze wijze herstelt en de freak uitschakelt. De held loopt dan naar de auto, terwijl zijn mobieltje afgaat.
 

Einde

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen