donderdag 9 april 2015

Voorbij de Watertoren (54) – Goede Moeder, Slechte Vader

Een herinnering: ik sta bij de schoorsteenmantel in het ouderlijk huis en ik ben boos. Ik roep: ‘Ik leer niet meer voor jullie.’ Mijn vader schampert: ‘Je leert niet voor ons, je leert voor jezelf.’

Wat er aan voorafging weet ik niet meer. Ik vermoed dagen, weken, wellicht maanden strijd. Of erger, een discussie zonder begin en eind, over het al of niet huiswerk maken. De rolverdeling is duidelijk: zij willen dat ik mijn best doe, ik heb geen zin. Deze echo uit mijn jeugd klinkt als een wanhopig slotakkoord van iets. Een kind met de kont tegen de krib, ouders die ik weet niet wat geprobeerd hebben.

Al is het allesbehalve symptomatisch voor mijn jonge jaren, want er was weinig om mij te doen. Mijn zusje, die was pas moeilijk. Althans, afgaand op dia’s van vakanties aan de Moesel. Zij met de bokkenpruik op omdat ze niet wilde wandelen. Met geen stokken voor- of achteruit. Het was ook in die zomer dat mijn moeder na een middagje Koblenz moest huilen, helemaal klaar met het oeverloze gebekvecht tussen oudere broer en jongere zus.

Of het een keerpunt was is me na zoveel jaren onduidelijk. Ook hier zijn de voor- en naverhalen gewist. Je kunt je nu eenmaal niet alles herinneren uit 49 jaar leven.

Ik zeg nee, zij zegt ja

 
Een moment: oudste zoon vraagt of ie bij zijn moeder mag slapen. Ik zeg ‘nee’, zij zegt ‘ja’. Zoals we ook doen in kwesties als ‘mag ik langer opblijven?’, ‘ik ben ziek, kan ik thuisblijven van school?’ en ‘heb ik mijn bordje genoeg leeggegeten?’

Mijn vrouw en ik hebben elk een rol. Good cop, bad cop. Zij is meegaand, begrijpend, biedt ze een sigaretje aan, ik ben de hardliner. Nog geen advocaat mogen ze bellen.

Het verschil tussen het warme bed van een goede jeugd dat je wilt bieden en de les dat je niks cadeau krijgt in het leven: dat je daar wel wat voor moet doen. Werken bijvoorbeeld.

Onze houdingen hebben we niet bedacht, is nooit afgesproken. Zo zijn we er in gegroeid. Het zal des mans en des vrouws zijn, patronen uit het collectieve bewustzijn.

Ik heb me laten vertellen dat het goed is. De een aan deze kant, de ander aan de overzijde. Links-rechts, Yin-Yang, licht-schaduw, hard-zacht, boos-lief. Het een bestaat bij het ander. Zonder Duivel geen God.

Basis voor later

 
Zoekend naar balans kom je uit in het midden. Basis voor later. Kweek je evenwichtige persoonlijkheden mee die de juiste afwegingen kunnen maken. Wanneer dat zal zijn is nog onduidelijk. Als er iets te vragen is, lopen ze nooit naar mij. Soms, voor de vorm. Mijn zoons volgen de aanwijzing op het bord langs de N33: Afslag gemist, neem de volgende. Krijg je het bij de een niet, dan bij de ander. Of nee, we lopen meteen naar de ander.

Nog een herinnering: op vakantie aan de Edersee, Achensee, of Sorpesee. We staan bij stuwdam, Middeleeuws kasteel, stoomtrein, rondvaartboot, zoiets. Zusje en ik willen een ijsje. Nee, zegt mijn vader. Dou toch, zegt mijn moeder, die haar man meteen uitmaakt voor zunige poiter. Hij blijft onvermurwbaar, pas na lang emmeren kan er een raket af. Weet je wat een cornetto kost? Zo ging het door: Bratwurst, fünfzig Pfennig voor de gokkast in de Raststätte, niets kwam ons zomaar toe.

Tien paar sportschoenen

 
Een beeld: in de gang een kast met tien paar sportschoenen, in de hoek vier hockeysticks. Nauwelijks gebruikt. In de tuin zes ballen. Ze vormen tezamen een overzicht van de jongste spaaracties van de lokale supermarkten en de recente geschiedenis van het mondiale voetbal. De Brazuca (WK 2014) ligt achter de rododendrons, de Capitano (Champions League 2014) in de vijver en de Jabulani (WK 2010) vast in de Laurier. Lek of vergeten.

Wellicht ten overvloede: niet door mij gekocht. Ik vind: alles moet eerst op of kapot, pas dan denken we na over vervanging. Geld groeit me niet op de rug. Net zo min als geduld.

Ergens in de toekomst: herinneringen van twee mannen aan een jeugd in Slochteren, begin 21e eeuw. Wat hangen blijft is te voorspellen. Gezellig onder de dekens bij mamma. Net even langer opblijven. Broodje hamkaas net na het warm eten. Ik ben niet zielig, ik ken mijn plek, maar ik hoop dat ze zich op een dag realiseren dat ‘nee’ zeggen moeilijker is.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen