woensdag 27 augustus 2014

Voorbij de Watertoren (24) - Mensen aan de deur


Ouderen kunnen nog onder de indruk zijn van mensen in nette kleren en het was ook met een mengeling van verbazing en ontzag dat mijn vader meedeelde dat er een man en een vrouw aan de deur waren geweest: ,,Mooi in het pak. We zeiden maar dat wij de oppas waren. Ze zouden weer komen.’’

Inmiddels weet ik dat iemand in een net pak bij voorbaat schuldig is. Je weet niet meteen waaraan, maar het komt altijd uit en ik verwachtte dan ook niet dat die mensen ‘weer zouden komen’.

Dat deden ze echter wel en toen ik de deur opende zag ik een jonge man en een jonge vrouw en mijn haren stonden meteen rechtop toen zij vroeg: ,,Lekker gewerkt vandaag?’’

Het eerste wat in me opkwam om te antwoorden was: ‘Wat gaat jou dat aan? Kennen wij elkaar? Terzake. Who are you en what’s the deal? Ik ben 48, te oud voor dit soort gelul.’

Maar in plaats daarvan zei ik: ,,Pardon?’’

Zij weer: ,,U heeft toch gewerkt vandaag? We zijn hier eerder geweest. Dat waren toch uw ouders?’’

Wat ik wilde antwoorden was dat het haar geen bal aanging wie dat waren. Al waren het criminelen op de vlucht in plaats van opa en oma die nu bij mijn kinderen aan de keukentafel zaten en dat ze in de streek waar ik vandaan kwam wel raad wisten met mensen die te veel vragen stelden. Maar ik hield het bij: ,,Sorry, waar gaat dit over?’’

De jongedame wilde praten over onze energiehuishouding. Dat was vast niet goed geregeld en het kon veel goedkoper en groener en…

Het lag me op de lippen om al vloekend te vragen waar zij, een mij volslagen onbekend iemand, het gore lef vandaan haalde om te suggereren dat onze zaken niet op orde waren en dat ik, áls ik daarover al twijfels had, dat zeker niet met twee gladjakkers aan de deur ging bespreken, mocht ik daar tijd voor hebben, want op het platteland loopt het ons 365 dagen per jaar over de schoenen, zo druk hebben we het met ons land en ons vee, maar ik hoorde mezelf zeggen: ,,Ik hou niet van deze manier van benaderen. Dus ik ga hier niet op in.’’

De jonge vrouw deed doodleuk een volgende poging en de jongeman begon zich er mee te bemoeien door te herhalen dat ik het zelf moest weten als ik te veel wilde betalen, maar dat ze me alleen wilde helpen, want echt, het kon zoveel goedkoper.

In gedachten – en als ik boos ben denk ik in het Gronings - schreeuwde ik: ‘Bist doof, enorme klotenklapper? Ik zee net da’k hier gain zin aan heb. Opsakkedaaien, moven. Wie hebben gain verlet van rappalie aan deur. Zuik die fatsounlijk waark op en vaal mie nait lastig. En nou oafnokken, aans kist dien tanden aine veur aine uut t oafdakje plukken.’

Echter, ik antwoordde: ,,Volgens mij zei ik net dat ik hier geen zin aan heb.’’

Hij kon dat moeilijk vatten, of hij had op de colporteurscursus geleerd altijd het laatste woord te hebben en terwijl de vrouw mij verder een goedenavond wenste, zei de vent: ,,Kijk even op internet.’’

Ik keek hem een minuut lang zwijgend aan en als je zwaar geïrriteerd bent is dat heel lang en in mijn hoofd was ik los: ,Internet???!!! Internet???!!! Man, wie zitten dag en nacht op internet. Wat binnen we nou aan t doun? Denkst da’k achterliek bin, doe arrogant stuk vreten? Nog ain opmaarking en hest lipke dik. Weg-we-zen!’

Maar in plaats daarvan haalde ik met mijn beste Jesse Pinkman-imitatie mijn schouders een beetje op, draaide mijn handpalmen ietwat naar buiten en zei: ,,Wat?’’

En nog hield die snurker niet op: ,,Gewoon een tip.’’

Ik bleef zwijgen en deed in gedachten dingen waarvoor ik vier keer levenslang had kunnen krijgen en mijzelf een plekje had verworven in het rijtje ‘Charles Manson - Ted Bundy - Son of Sam (foto) – The Killer Clown – Pedro Alonso Lopéz. Ineens moet die vent mijn talent voor ‘sudden outbursts of frustrated violence’ (citaat Hunter Thompson) hebben herkend, want ze zeiden snel gedag en ik schoof weer bij mijn ouders aan: ,,Die mensen van vanmiddag. Liepen er inderdaad netjes bij.’’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen