donderdag 12 februari 2015

Voorbij de Watertoren (47) - Lessen Over Het Leven, Opgedaan Tijdens Het Klussen

Wat klussen is, wat klussen écht is, realiseerde ik me toen ik tijdens de twee dagen R&R (rest and recuperation) na de weekenddienst aan de slag ging met het bevestigen van osb-platen aan de keukenmuur en de schroeven en pluggen niet vast bleven zitten.

Mijn eerste reacties waren: ‘godverdejanpeerdekeurel heb ik weer’ en ‘waarom lukt mij nooit iets’. Maar in plaats van met de hamer op de muur beuken, wat ik normaal doen, deed ik wat aanpassingen - iets grotere schroeven en iets minder wild boren – en floepten de latjes er bij de eerste de beste ruk niet uit en besefte ik dat het natuurlijk altijd zo gaat.

Klussen is niet: je pakt wat hout, een accuboormachine en een doosje zelftappers en aan het einde van de dag heb je een Piet Hein Eek-keuken. Nee, er gaan voortdurend dingen mis. Bij iedereen. Dat is geen door mij verworven recht. Het is een aaneenschakeling van verkeerde beugels, stompe boren, krom hout en een stoot 220V door je botten omdat je geen zin had het stroom er af te zetten en je het blauwe draadje aanraakte.

Waar het om gaat is hoe je het oplost, dát je het oplost en dat is wat gepokte en gemazelde timmerlieden onderscheidt van de figuren die met een soldeerbout dwars door hun hand bij de Eerste Hulp zitten.

Mijn vader is jaloersmakend handig. Hij verandert onze schuur beetje bij beetje van een donker hol, gevuld met lukraak op elkaar gegooide fietsen, een krat bier en een tas met lege flessen in een kekke doeplek, compleet met werkbanken en gereedschap-ophang-wanden. Hij creëert zoveel opbergruimte dat ik niks weer kan vinden. Al het hout dat ik uit de keuken sloop krijgt bij hem een nieuwe functie. Je ziet het restmateriaal zelfs opfleuren.

Het is slechts een kwestie van tijd of onze schuur is mooier dan onze keuken.

Als we - bij hoge uitzondering, want ik kan ook knettergek van hem worden – samen aan het timmeren zijn en ik zeg: ‘dat wil nait’, klinkt het: ‘ah, wacht moar even. Als we dit nou even zo doun, dat doar – hol es vast - en dit hier, den moust doe es zain.’

‘Wat knap van jou’, zegt mijn vrouw dan. Tegen mijn vader.

Aan de zijkant van onze carport had ik betongaas bevestigd. Daar wilde ik een klimop langs hebben. Als een natuurlijke wand. Duurzaam, eco, groen label, zoiets. Maar we hadden een opbergprobleem inzake hengels.

Wat doet die ouwe van mij?

Buigt ie aan de bovenkant een paar uiteinden van dat gaas naar buiten zodat je ineens een paar beugels hebt waar je de hengels in kunt hangen. Goed, je moet er niet met je oog tegenaan lopen want dan ligt-ie eruit, maar ik zou daar nooit opkomen.

Als ik alleen aan het klussen ben en denk: ‘dat wil nait’, dan kan ik hoog springen en laag springen en meestal doe ik dat ook en dan lukt het alleen met grof geweld en dat zie je aan zo’n kastje.

‘Hoe heb je dát gedaan?’, zegt mijn vrouw dan. Om er even later aan toe te voegen: ‘Kunnen we niet beter iemand bellen?’

Klussen is tegenvallers als dat het hoogglans moet zijn in plaats van zijdeglans en dat pas zien als je het hele plafond hebt gedaan, onverwachte gebeurtenissen als de kat die door een vers gestort vloertje banjert en als je hem een peun wilt verkopen net de verkeerde kant oprent en dat is: nog een keer door het natte cement en deze keer over de hele lengte en onachtzaamheden als vergeten de accuboormachine op te laden te accepteren en je niet verliezen in gevloek en getier en oneindig sombere gedachten, maar denken in oplossingen.

Zoals dat ook moet in Het Echte Leven.

Je mag je handen al stijf dichtknijpen dat je geboren bent en voor de rest is het hopen en bidden dat het allemaal goed gaat, maar meestal gaat het dat niet. Wat je plant komt nooit uit, dus ga je over tot plan B, of C. Of D. Ik bedoel: ik wilde in eerste instantie samenwonen met Raquel Welch, maar ik ben blijven hangen aan een vrouw uit Veendam. Ook lief, maar, om met mijn zwager (die met haar zus gaat) te spreken: ‘d’r zitten gain papieren bie.’

Profvoetballer ben ik niet geworden, voor mijn naam staat geen drs. of dr. en mijn naam staat ook dit jaar weer niet op de longlist van de Libris Literatuur Prijs. Het doel was oud worden in Santa Barbara, maar dat zal waarschijnlijk bejaardenzorgcentrum ’t Olderloug zijn. Als we al oud worden, want de kans is groter dat de hele handel hier in elkaar sodemietert met ons onder het puin.

Leven in Noordoost-Groningen is zoals onze boerderijen op foto’s in de landelijke media. Je staat nog overeind, maar vraag niet hoe. Aan alle kanten gestut en je kunt niemand bellen. Je bent alleen en je hebt te kleine pluggen. Het enige wat je kunt proberen is grotere schroeven. Of iets minder wild boren.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen