dinsdag 4 november 2014

De laatste boekverkoper


Erik Kweksilber nam zaterdag 1 november 2014 afscheid. Hij was 37 jaar lang eigenaar van Boekhandel Godert Walter in de Oude Ebbingestraat. Zijn vrouw Hanneke en hij werden uitgeluid door tout Groningen. Kweksilber kreeg daarbij de Erepenning van de stad. Een aantal mensen sprak daarbij enige woorden. Dit was mijn bijdrage.

Met het afscheid van Erik Kweksilber verdwijnt de laatste boekverkoper uit de stad. Een man
van een uitstervend ras. Een archetype die je met winkel en al zo in een oude Joodse wijk in
New York kunt neerzetten. Als ik bij hem ben sta ik in een Woody Allen-film. Zijn kantoortje
is de enige plek waar ik koffie heb gedronken die ik qua smaak zou willen omschrijven
als ‘neurotisch’.

Ik kwam er meestal lichtelijk verward weg. Een kopje koffie bij Erik gebruikte ik om wat
wijzer te worden, om iets te toetsen, vragen of ik het wel goed zag. Maar de gesprekken
waren redelijk saai. We waren het overal over eens. Als het over stadse aangelegenheden
ging, meer precies de wereld van de cultuur en nog meer precies de wereld van de literatuur
en er was weer een hype, kwestie, of iets met de PvdA en ik vroeg: ,Erik, ben ik nu gek of...’
dan stelde hij me gerust.

Dat vond ik grappig want het verschil in onze achtergrond kan niet groter zijn. Als je als
Veenkoloniaal een plekje wilt tussen de stadse intelligentsia, dan moet je je daarheen
knokken. Jan Teuben, emeritus hoogleraar anorganische chemie en broer van de zingende
melkboer uit Winschoten, benoemde dat eens: ‘Wij komen van klei en veen, wij moeten van
ver komen. Hij is er al. Hij was er altijd al.’

Als ik weer een boek presenteer krijg ik van Jan en zijn vrouw Jannie een maaltje droge
bonen. Om stamppot van te maken. Als ik van Erik iets krijg is dat een boek. Een titel die ik
in de verste verte niet verwacht. Nescio, Joseph Roth en ‘Leo Vroman, Tekenaar’. Als ik die
uitgave moet omschrijven kom ik niet verder dan ‘apart’.

Dat ik op zijn afscheid aanwezig was, zegt alles over mijn band met Erik Kweksilber. Ik
heb drie prijzen gewonnen. Het Kees Stip Dictee haalde ik op eigen kracht, de andere twee
werden toegekend en beide keren zat hij in de jury. Zowel bij de eerste Groninger Persprijs
in 2008 als bij Het Beste Groninger Boek in 2011. Op het moment dat Erik en Hanneke uit
werden geleid, vond de bekendmaking plaats van de winnaars van het Beste Groninger Boek.
Ik had twee ingezonden, voor elke categorie één. Maar daar was ik niet bij, want Erik zat niet
in de jury.

Toen ik vroeg of hij niet bang was dat dat zou opvallen, maakte hij een opmerking die ik niet
zal herhalen. Als Oost-Groninger hou je dat voor je.

Met die Groninger Persprijs zadelde hij mij overigens op met een probleem. Ik ontkom er
niet aan zitting te nemen in het genootschap dat jaarlijks die onderscheiding uitreikt en als ik
mijzelf ergens ongeschikt voor acht, dan is het wel daarvoor.

Agnes van Gelder, de weduwe van Godert Walter noemde hem ‘die kleine Joodse
boekverkoper. Er zijn veel mensen in de stad, zelfs die boeken lezen, die denken dat Erik
Kweksilber Godert Walter heet, maar dat is niet zo. Ik interviewde Van Gelder voor De
Parelduiker en toen zei ze dat ze zo dankbaar was dat die kleine Joodse boekverkoper de
winkel heeft gemaakt tot wat ie nu is. Die term moest ik van hem uit het verhaal halen. Hij
vond het verschrikkelijk, maar hij kan nu geen kant op, dus ga ik hem lekker nog een keer zo
noemen.

En zij had gelijk. Erik Kweksilber heeft Godert Walter gemaakt tot wat het is: een winkel
waar ik de boeken vind die ik zoek. Van ‘Lake Wobegon Days’ tot ‘Die Moorsoldaten’. Hij
hoeft ze niet te bestellen, ze staan al in de kast.

Het zal moeilijk zijn hem op te volgen. Mijn eerste gedachte toen ik hoorde dat er mensen
waren die het toch gingen proberen was dan ook ‘dat wordt niks’. Al ligt dat vooral aan mijn
achtergrond. Daarom wil ik de mannen een eerlijke kans geven. Niet alleen dat, ik trek dat
door naar een wens, een opdracht: zorg dat Erik Kweksilber niet de laatste boekverkoper is.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen