dinsdag 14 oktober 2014

Voorbij de Watertoren (31) - Ik raak Zwarte Piet kwijt

Ik raak Zwarte Piet kwijt. Een van de hoofdpersonen in dat vreemde verhaal, waarin je half november werd meegesleurd, deels in doodsangst, deels vol verwachting omdat de kans groot was dat het eindigde met een zak kadootjes voor de deur met net de dingen die je graag wilde, moet uit mijn herinneringen worden gewist.

Zwarte Piet stond voor al het goede dat kinderen overkwam, maar mensen die ik niet ken, waarvan ik niet weet welke autoriteit ze bezitten, beweren dat de vrolijk rondspringende knecht het symbool is van discriminatie, onderdrukking, slavenhandel, kolonialisme, racisme en apartheid.

Sinterklaas, daar deed je het voor in je broek. Maar ik denk met plezier aan alle Zwarte Pieten die ik in mijn leven ben tegengekomen. Ze stopten je handen vol pepernoten, lieten je lachen en gaven elk kindje een cadeautje, al was het nog zo’n klootzak of loser.

Als de stoomboot binnenliep en je zag ze op het dek staan lachen, dan liepen de rillingen je over de rug. Die angst had niks te maken met dat een groep donkere mannen in een bootje het land probeerde binnen te komen. Je huiverde omdat je je geen stomme dingen meer kon veroorloven. Omdat je niet meer zeker wist of je lief was geweest.

Dat Piet zwart was, was een gegeven. Er bleek in het leven van elk kind een aantal zekerheden. Je ouders hadden geen seks, alleen bij oma mocht je cassis, je won nooit wat op de kermis en Zwarte Piet klom door schoorstenen. Logisch dat hij er zo uitzag. Wat verwachtten we dan? Goed, hij had een roe en dreigde je in een zak te stoppen, maar is er in de geschiedenis van de viering van dit kinderfeest één kind door Zwarte Piet geslagen? Is er één kind mee naar Spanje genomen?

Ondanks dat normen en waarden in de Veenkoloniën rekbare begrippen waren, leidde Zwarte Piet in mijn jonge jaren niet tot discriminatie, onderdrukking, slavenhandel, kolonialisme, racisme en apartheid van leeftijdsgenoten. Die link kan ik nog steeds niet leggen. Iemand die dat wel doet praat onzin. De reden waarom Piet is is onduidelijk. Al bestaan er verschillende lezingen. Ik noem de bekendste op Wikipedia. Zwarte Piet is:

Een schoorsteenveger en dus zwart van het roet.

De Ethiopische zwarte slaaf Piter die door Nicolaas op een slavenmarkt in Myra werd vrijgekocht.

Een demon die door de heilige gedwongen wordt goede daden te verrichten.

Een voorchristelijke godheid die zich moet onderwerpen aan de christelijke sint.

De bedwongen satan, plaatsvervanger van de overwonnen Wodan, of diens helper Nörvi, de zwarte vader des nachts.

Een afstammeling van de zwarte raven Huginn en Munnin, metgezellen van Odin.

Een nazaat van berserkers, die hun lichaam zwart verfden en dierenhuiden droegen.

Gemodelleerd naar een Saraceen.

Voor geen van deze verklaringen bestaat sluitend bewijs. Daarbij: geen van alle is racistisch. Wie zich door Zwarte Piet gediscrimineerd voelt, die wil gediscrimineerd worden.

Dat kan ik zeggen. Ik kom uit Oost-Groningen en mijn voorvaderen weten wat onderdrukking, discriminatie, slavenhandel, kolonialsime, racisme en apartheid is. Om Roddy Doyle te parafraseren, wij zijn de negers van Nederland.

In een doorsnee jaar in het deel van het land waar ik woon is Sinterklaas naast de Zuidlaardermarkt en Oogstfeest Schildwolde een van de weinige hoogtepunten, maar het kinderfeest zal vanaf 2014 niet meer hetzelfde zijn. Hoewel het noorden zich wederom manmoedig verzet, sluit ik niet uit dat dit het begin van het einde is. Een oude man met een baard, een katholieke geestelijke, die wil dat de kinderen bij hem op schoot komen zitten, daar kun je net zo’n ethische boom over opzetten.

Mijn jongste zoon zal straks naar het Sinterklaas Journaal willen kijken, maar ik durf het niet aan. Dat wordt niks. Ik overweeg te verklappen dat Sint niet bestaat. Dat wij het zijn. Een samenzwering van alle ouders. Het best bewaarde geheim van Nederland. Ik wil hem de gekleurde Pieten besparen. Ik wil dat mijn kinderen later met weemoed terugdenken aan Zwarte Pieten.

Zoals ik mijn leven lang het weekje Schiermonnikoog blijf koesteren. Mijn oudste zoon was klein, de jongste nog niet geboren. Het was in de eerste week van december. We fietsten door de duinen, zingend van ‘Zwarte Piet ging uit fietsen’ en als we tegen de wind in schreeuwden dat het een pepernootje was, gierde Hunter het uit van de pret. Met Blauwe Piet of Blanco Piet krijg je een heel ander verhaal. Zwarte Piet ging uit fietsen. Punt.

In ons huis blijven we, zo lang ik het voor het zeggen heb, zingen over Zwarte Piet. Dat doen we uit een oud Sinterklaasboek, waar mijn vrouw als kind al uit zong. Met plaatjes van Sint op de daken, van een maan die door de bomen schijnt en jaren vijftig-kinderen die dolblij zijn met een bromtol, kaatseballen en een letter van banket. Al staan er stokslagen op, al krijg ik een proces aan de broek, ik blijf geloven in Zwarte Piet.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen