woensdag 1 oktober 2014

Voorbij de Watertoren (29) – De aarde beeft, ik ruik boontjessoep

Als de optocht De Roeden indraait, ruik ik boontjessoep. Dat heb ik vaker in Slochteren, dat ik ergens ben en draadjesvlees ruik, of hutspot. In een dorp geurt het altijd naar eten, open haard, of mest. De kindertjes lopen achter het dweilorkest dat op haar beurt achter de tractor loopt, door de straten van de woningbouwwijk, als opwarmer voor het vuurwerk en dat is weer de opwarmer voor het feest en dat is allemaal op de vooravond van de jaarmarkt.

Dat de aarde die middag beefde, daar had niemand het over. De kindertjes zwaaiden met lampionnetjes, schreeuwden naar opa’s en oma’s met iPads, liepen door tuintjes en vertrapten elkaars lichtjes. Zoals kindertjes altijd doen. De wereld draaide door in Slochteren. De schok was dit keer in de stad, althans, werd vooral in de stad gevoeld en dat betekent dat vooral de stad in rep en roer was.

Mijn vrouw zei de volgende dag dat ze op het werk met vijf man aan een tafel zaten toen die begon te schudden. Waarom ze er met vijf man zaten weet ik niet. In één opzicht had minister Henk Kamp gelijk. Er veranderde niks. Aardbevingen hoorden erbij. Voor Groningen dan. Eerst voor Noordoost-Groningen en nu ook voor de provinciehoofdstad. Nee, er verandert niks. Dat is het probleem. Dat was al.

Arie Roos, Jan Prins en Bob Evers zeggen het in Lotgevallen rond een locomotief, een van mijn favoriete avonturenboeken van het drietal. Als ze in New Mexico een of andere Latino te pakken hebben die treinen opblaast en hij net doet alsof zijn neus bloedt, zeggen ze het hem voor: ,,Oh, dat was zeker al?’’ Waarbij ze refereren aan kinderen die iets kapot hebben gemaakt en dat afdoen met: ,,Nee hoor, dat was al.’’

Het zal het laatste jaar zijn geweest dat ik mee heb gelopen in de optocht. De oudste was er nog wel bij, maar op de fiets. Met zijn vriendjes stond ie op verschillende punten te kijken. Als er reuring in het dorp is moet je er bij zijn, om het even waar bij. Er waren ouders van kinderen even oud als mijn jongste, die al niet meer meeliepen. Die gingen iets anders doen, in de wetenschap dat de grote groep veiligheid genoeg bood en dat als er iets gebeurde, er genoeg andere ouders waren. Of grote broers of zussen.

Mijn jongste zoon gaf een schouderduw, kreeg er een terug, botste daardoor tegen een ander en die viel op de grond. Ik waarschuwde de groep en tilde het ventje overeind. Gaat het? Ja hoor.

De straf voor die van mij was een verkreukelde lampion. ,,Moet ik hem uitdeuken’’, vroeg ik. Nee, dat hoefde niet. Zijn jas mocht ik wel vasthouden. Het was warm voor de tijd van het jaar.

Een minuutje later tikte ik een mij onbekend kind op de schouder: ,,Stop je even met stokken gooien?’’

,,Was jij dat hele eind met de auto’’, had een moeder gevraagd. Ze wist dat ik op tweehonderd meter woonde van het Olderloug, het traditionele beginpunt van de optocht. Ja, zei ik, ik moet straks direct weg. Werken. ,,Ok, dan is het goed.’’

In de stad wonen pak hem beet tweehonderdduizend mensen. Dat zijn er veel. Heel veel. In ons dorp tweeduizend. Dat zijn er minder. Een stuk minder. Maar het aantal mag niet uitmaken. Ook daarin sprak Kamp een waar woord. Ze zijn me even lief, zei hij. Nu ja, een waar woord… Als ik hem was zou ik voorzichtig zijn het woord ‘lief’ in combinatie met ‘Groningen’ te gebruiken. Hoeft niet. Zeg maar helemaal niks. We weten het wel.

De beving van dinsdag, die goed in de stad en op Twitter werd gevoeld, was geen reden tot paniek in Slochteren. Angst heeft bij ons al plaatsgemaakt voor berusting. De woede is er nog wel, maar als er niemand luistert heeft schreeuwen weinig zin.

Of ik nog naar het feest ging?

Nee. Ik had niet gelogen tegen die moeder. Ik moest echt werken. Ook al was dat niet het geval geweest, is het de vraag of ik zou zijn gegaan. Op zeker moment kom je op een leeftijd dat je niet alles meer hoeft. Ik denk dat het bij mij zover is. Laat ik het maar benoemen: ik ben klaar met rennen en vliegen. Een pan boontjessoep op tafel om zes uur, dat is wat ik wil.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen