donderdag 19 juni 2014

Oerol WK-column 7: S.E.P.

Met Meindert Talma verzorg ik tijdens Oerol de Wonderlijke WK Voetbalshow. Daarvoor schrijf ik een dagelijkse column. Hierbij die van donderdag 19 juni 2014. Geen nieuwe, maar wel een die in de voorstelling zit: S.E.P. Ik heb gisteren wel een verhaal over Oranje gemaakt, maar die staat op de voorpagina van het Dagblad van het Noorden van vandaag.


De eerste verzorger die ik meemaakte was een ex-bokstrainer, de tweede werkte bij aardappelmeelfabriek AVEBE. Geen mannen bij wie je terecht kon als je geestelijk even moeilijk zat. Wat regelmatig voorkwam aangezien mijn vaardigheden nogal achterliepen bij mijn ambities. In geval van zielenpijn (uit vorm, uit geweest) varieerden de adviezen van ‘trek diezulf moar even goud aan de potlood’ tot ‘weet ik niet’. De verhalen van teamgenoten deden mij besluiten om ook in geval van ernstige blessures níet bij de verzorger op consult te gaan.

Onze laatste man had chronische rugpijn en ik zat met open bek te luisteren naar zijn belevenissen in het behandelkamertje van de bokstrainer. Er waren oefeningen met basaltblokken en binnenbanden van dumptrucks en ik geloof dat ie met een kletsnatte dweil werd geslagen. Hij kwam telkens kotsend thuis, al hielp het gek genoeg wel. De bokstrainer had meestal dezelfde diagnose: ‘die boel zit muurvast’. En wat vastzat moest los. Getrokken of geslagen. Ongeveer zoals ze op scheepswerven vastgeroeste bouten losbeuken. Met ‘Au!’ moest je niet aankomen. Hij was in de zeventig en had een betere mentaliteit dan wij. Je kon ook pilletjes en zalfjes krijgen. Daar ging je op als een speer. Enige bijwerking was dat je drie dagen met een boner liep. Het was experimenteel spul, luidde de uitleg. Je mocht het aan niemand laten zien. De teksten op de potjes waren in het Armeens. De Spetsnaz zocht hem en ook de Mossad kende zijn naam.

De man van de AVEBE lachte overal om en had op alles één antwoord: “Weet ik niet. Ik ben geen dokter.”

“Arnold, als ik mijn voet op de grond zet dan zwik ik er doorheen. Wat kan dat zijn?”

“Weet ik niet. Ik ben geen dokter.”

“Arnold, mijn knieschijf zit aan de achterkant. Is dat erg?”

“Weet ik niet. Ik ben geen dokter.”

Arnold masseerde zich niettemin een ongeluk. Want zo gaat dat met voetballers. Je hebt een verzorger en iedereen ligt meteen op de massagetafel. Die stond midden in de krappe kleedkamer en ik vond het niet echt bevorderlijk voor de concentratie. Of je had het klokkenspel van een teamgenoot op een halve meter voor je neus, of je keek in een paar harige neusgaten. Bij echte kwetsuren gaf niemand thuis. Ik brak eens mijn arm. Het deed in de rust best wel zeer, maar toen ik vroeg of het gebroken kon zijn was het antwoord: “Weet ik niet. Ik ben geen dokter.”

Ik kon me amper aankleden. Geen mens kwam op het idee dat er wel eens iets aan de hand kon zijn. ’s Maandags ging ik voor de zekerheid toch naar de huisarts. Ik kon meteen in het gips. Waarop ik besloot om niemand ooit nog iets te vragen. Niet bij fysieke kwetsuren en nog minder bij psychisch onheil.

Leiders had je helemaal niks aan. Zeker niet als het je eigen vader was. Op een vrijdagavond was ik thuisgekomen in een leeg huis. Mijn toenmalige vriendin had alleen een briefje in de nog kale kerstboom gehangen. Veel zin aan voetballen had ik zaterdags derhalve niet. Paps klopte me op de schouder bij het betreden van het veld en zei: “Alles vergeten, mienjong.” Dus in plaats dat ie meeleefde, had ie veel liever dat ik mij op de wedstrijd concentreerde. Ik merkte eens tegen de leider van W.V.V. 5 op dat ik bij hem een gebrek aan empathie bespeurde.  Dat woorde kende hij niet. De man was vijf minuten stil en blafte mij vervolgens toe dat dit geen praatgroep was en dat ik wel eens de volgende wissel kon zijn.

Ik heb in dertig jaar tijd geen normaal antwoord gehad. Ook bij Helpman 4 niet, terwijl de selectie aardig wat academici bevatte. De aanvoerder/spits/leider/organisator van tripjes naar België/afzender van rare mailtjes, had het alleen over seks. Zijn oplossing om hoofd en lichaam helemaal ‘leeg’ te maken was een goede wedstrijdvoorbereiding en die heette S.E.P.

Seks, Ei, Poepen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen