dinsdag 17 juni 2014

Oerol WK-column 5: De Dronken Rechtsbuiten

Met Meindert Talma verzorg ik tijdens Oerol de Wonderlijke WK Voetbalshow. Daarvoor schrijf ik een dagelijkse column. Hierbij die van dinsdag 17 juni 2014. Geen nieuwe, maar wel een die in de voorstelling zit. Over waarom drinken toch niet zo goed is: filmpje


Zijn aankomst op het sportpark was al een belevenis. Gerrie was de eerste die hem zag. ‘Moet je kijken wie dáár aan komt’, klonk het opeens. De mannen van het vijfde gingen voor het raam staan en ook de anderen in de kantine verdrongen zich om maar niets van het schouwspel te missen. Want daar kwam de Rechtsbuiten, hun ploegmaat, aangefietst. Kaarsrecht en in zo’n laag tempo dat hij net niet omviel. Zijn toestand was dramatisch. De voorzitter schudde zijn hoofd: ‘Godogodogod…’. De jongen zag er uit alsof ie onder een trein door gekomen was. De ogen straalden totale leegte uit. Hij was zo dronken als een kanon.

Op zich geen nieuws, de Rechtsbuiten stond zaterdags vaker brak op het veld, maar deze keer had ie het wel heel bont gemaakt. Wat later, of nee, veel later, toen hij zich beetje bij beetje dingen begon te herinneren, werd duidelijk dat ie de hele nacht niet naar bed was geweest en minimaal een liter wodka op had, alsmede een ongelooflijke hoeveelheid bier. Het verjaardagsfeestje van een kameraad was geëindigd met wilde drankspelletjes en volledig uit de klauwen gegierd met de klassieker ‘De beer komt en de beer gaat’. Een zeer populaire bezigheid in die delen van Rusland waar het ook zomers min veertig graden Celsius is.

De deelnemers zitten rond een tafel met daarop één groot glas bier en een fles wodka. Het glas bier gaat rond, om beurten nemen ze een slok en na elke slok wordt het niveau weer aangevuld met wodka, tot het glas gevuld is met pure wodka. Waarna het ritueel zich herhaalt, maar dan in omgekeerde richting en elke slok wodka wordt vervangen door bier, tot er weer puur bier in het glas zit. Dat hadden ze gelezen in een boekje van Sylvia Witteman, dat de jarige cadeau had gekregen.

De Rechtsbuiten had genoeg binnen om een olifant een week buiten bewustzijn te houden, maar de jongen was in leven gebleven, al hield het niet over. Op de een of andere manier was er het besef geweest dat ie ergens werd verwacht en was hij er in geslaagd het sportcomplex te bereiken. Eenmaal ter plekke was de man aan het einde van zijn krachten en liet zich met fiets en al in de bosjes glijden omdat remmen een te moeilijke opdracht bleek.

Zijn teamgenoten pulkten hem onder het toeziend oog van de hele kantine en een groep nieuwsgierige buurtbewoners uit de struiken en zetten hem overeind. Omdat dat ongeveer het enige was waartoe de Rechtsbuiten in staat was, ondersteunden ze de ongelukkige richting kleedkamer. Daar hielpen ze de jongen van zijn gewone kleren in voetbaltenue, dat tot niet geringe verbazing van zijn maten keurig opgevouwen in zijn tas zat, inclusief handdoek, schone onderbroek en shampoo.

Iemand in zijn toestand zou niet hebben mogen voetballen. Iemand in zijn toestand had zich überhaupt niet op de openbare weg mogen begeven. Een normaal mens was in die toestand met loeiende sirenes naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis vervoerd. Het probleem met het vijfde was dat ze met de Rechtsbuiten erbij net elf man waren. Zoals elke week en aangezien er weinig verschil zou zijn met wat de Rechtsbuiten normaliter presteerde bleek de beslissing gauw genomen. Daarmee werd immers ook recht gedaan aan het verantwoordelijkheidsbesef, waarmee de jongen zich met zijn laatste krachten naar het sportcomplex had begeven. Het structureel tekort aan mensen moet ergens zijn blijven hangen, in het kleine deel van zijn bewustzijn waar die ochtend nog wat leven in zat.

In de lagere echelons zijn er per elftal altijd wel een of twee die op stap zijn geweest. De gevolgen daarvan worden meestal met veel mis- en gebaar ondergaan. Opzichtig veel koffie drinken, aspirines eten en klagen over hoofdpijn, afgewisseld met sterke verhalen en knalharde boeren en altijd eindigend in een bezoek aan het toilet waar in no time een ongelooflijke stank vandaan komt. Of ze sprinten naar de bosjes om het daar op een kotsen te zetten. Het wezen van de Rechtsbuiten was dat stadium ver voorbij. Hij bevond zich in een totaal andere wereld. Zijn geest had zich losgemaakt en het lichaam was zonder signalen uit de hersenen tot niets meer in staat.

Met een mannetje of wat hebben ze hem voor aanvang van de wedstrijd op de rechtsbuitenplek gezet, tegen de middellijn aan. Daar is hij tot de rust blijven staan. Als een standbeeld. Hij heeft geen stap verzet. Niet vooruit, niet achteruit, niet naar links, niet naar rechts. Voor aanvang van de tweede helft draaiden ze hem om en heeft ie drie kwartier de andere kant op gekeken. In de pauze hadden ze de Dronken Rechtsbuiten op het veld laten staan. Dat was wel zo gemakkelijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen