dinsdag 25 februari 2014

Voorbij de Watertoren (8) - Aan de beurt

Je hebt het lang kunnen uitstellen – ‘die voetafdruk boven de televisie vind ik wel arti’ – maar je bent weer aan de beurt. Je staat bij die altijd grijnzende jongens van de Hubo voor een emmertje of wat saus, afplakband, kwast, roller en Alabastine en terwijl de rest van de wereld selfies en hullies vanuit zonnige wintersportoorden op Facebook post (‘we willen niet snakken hoor, maar…’) heb jij de hele vakantie witte nagelranden en als je toch bezig bent kan die open haard er eindelijk uit en dat muurtje was haar ook al tien jaar een doorn in het oog.

‘Pappa mag ik helpen?’

Je ziet andere mannen in de buurt wel eens bezig en dan lijkt het altijd een ver van mijn bed-show, maar het valt je al een tijdje op dat je vrouw steeds met een peinzende blik de kamer rondkijkt, er veel tijdschriften van het type VT Wonen en Eigen Huis & Interieur uit de bibliotheek door het huis slingeren en op een goede dag is het: ‘Zeg, Herman…’

Je kunt niet zeggen dat je het vervelend werk vindt. Verven is zelfs een dankbare bezigheid, je ziet wat je aan het doen bent en je weet dat ze dan echt blij met je is.

‘Mag ik ook een stukje doen?’

Je zou best vaker dingen willen aanpakken, maar het probleem is: je hebt nooit tijd. Alleen tijdens schoolvakanties en alleen als je het van te voren plant.

Je zorgt dus dat je het jezelf comfortabel maakt, met jouw muziek, met voldoende ruimte en als zij de kinderen uit de buurt houdt, nou, dan kun je het lang volhouden en dan zet je, om eens een mooie Groningse uitdrukking te gebruiken, aardig wat uit het stro.

‘Pappa mag ik helpen?’

‘Nee.’

‘Waarom niet?’

‘Kan ik niet uitleggen.’

Je wordt alleen wat onrustig als de kinderen om de een of andere reden jou interessanter vinden dan Tankionline of Clash of Clans. Je hoopt niet dat ze heeft gezegd: ‘Nu erachter weg, jongens.’ Oh nee, denk je bij jezelf, blijf gamen. Je weet ook niet goed wat te zeggen als je vrouw met iPad naast je komt staan, ingelogd op www.marktplaats.nl en aan jou, met de sausspetters in je wimpers, vraagt: ‘hoe vind je dit kastje? Zal ik een bod doen?’

‘Eh… ja.’

Je voelde je al moe worden in de Hubo, toen je uit zestien kleuren lichtblauw moest kiezen en na zestien keer ‘ja, die kan wel’, naar een zeventiende kleur moest kijken en opnieuw vond dat die heel goed kon.

‘Het interesseert je niet echt, hé?’

Je wilt zeggen dat het niet uitmaakt, omdat het verschil tussen kleur nummer twaalf en kleur nummer vijftien zo miniem is dat het geen mens opvalt, ook omdat er toch weer kasten, schilderijen, lampjes en meubels voor komen te staan. Zelfs meer dan eerst.

Je wordt tijdens het schilderen langzaam peu nerveux, omdat je zoons met alle geweld willen meehelpen, terwijl er niks te meehelpen valt omdat je weet dat jij de klodders saus van de vloer kunt dweilen én omdat je vrouw zo nieuwsgierig is hoe kleur nummer achttien eruit ziet, dat ze zelf de roller wil pakken en dat is niet handig omdat jij daarna het blauw er uit moet spoelen omdat je nog niet klaar was met wit.

Je hoopt dat het in een keer dekt, maar je moet wachten tot het echt droog is en dat is pas de volgende ochtend. Je weet dat je daardoor onrustig zal slapen en je kijkt naar de puinhoop die eerst de woonkamer was. Je ziet de voetsporen van de kat in het laagje cement dat je had gestort op de plek van de open haard, je ziet dat waar die ene muur stond de vloer een merkwaardige kleur heeft, je vermoedt oude teerresten en je weet dat na het sauzen de plinten komen. Die moeten in ieder geval twee keer en je vraagt je af of je het redt voor zaterdag, want dan is je vrouw jarig en die wil natuurlijk een show-off en je denkt nu al aan het commentaar van je vader, je vrienden en je zwagers.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen