zondag 11 mei 2014

Voorbij de Watertoren (17) – Goa weg plaaze


Het voorgerecht, stokbrood met kruidenboter, is net geserveerd, maar de jongen vraagt of ze ook nog wat wil drinken. Ze glimlacht en schudt het hoofd. Hij wenkt de ober en bestelt een tweede biertje. Dat snelle drinken is normaal, zo gaat het in de voetbalkantine ook, nu komt het een beetje van de zenuwen.

Het is hun eerste afspraakje en zoals bij alle jongeren in alle provincieplaatsen in het noorden van het land, is dat in een Balkanrestaurant, net buiten het centrum. Je kunt 365 dagen per jaar naar de Chinees, niks mis mee, maar niet bij het eerste afspraakje. Een Balkanrestaurant is precies goed. Beetje exotisch en een beetje vertrouwd, want de uitbater is een ingeburgerde Macedoniër die alle plaatselijke clubs sponsort.

‘Echt niet nog een wijntje?’

Maar meisjes drinken nooit snel.

Zoenen in de kroeg

 
Ze zijn voor het eerst echt samen, na een aantal avonden zoenen in de kroeg, achter de kerk en bij het bosje voor de laatste bocht voor haar huis, leunend tegen de scooter. Voor het eerst zonder haar vriendinnen er omheen te smoezen en zonder zijn vrienden die om de haverklap een biertje omhoog steken, bij wijze van proost. Een etentje is anders. Een etentje is een keuze.

Ongemerkt, naar hij hoopt, beziet de jongen haar, terwijl ze praten over school, voetbal en uitgaan en een beetje roddelen en het flakkeren van de druipkaarsen maakt alles bijzonder en als hij, wat zelden voorkomt in provincieplaatsen in het noorden van het land, zegt dat ze zo mooi is, zegt zij: ‘Goa weg plaaze.’

Het betekent zoveel als ‘scheer je weg, gekkie’, maar het zou de leus kunnen zijn van stakende arbeiders op een van de scheepswerven langs het Winschoterdiep en als je het uit de kelen van een paar honderd boze mannen hoort kun je slechts een ding doen: je bureau leegruimen, maken dat je wegkomt in je Jaguar en je gelukkig prijzen als je de bocht om bent zonder een steen door de achterruit.

Mujer

 
Zoals ‘mujer’ het mooiste woord is in het Spaans, zo is ‘plaaze’ het mooiste Groningse woord en je spreekt het uit alsof je halverwege de ‘aa’ een stomp in je maag krijgt.

Daar moet je mee om kunnen gaan, dat frêle meisjes praten alsof ze in de schaftkeet van een sloopbedrijf zitten, maar de jongen weet niet beter en zegt ‘jij bent anders.’

Waarna ze toch maar een slokje witte wijn neemt, een beetje uit het raam kijkt en ziet hoe de wind de regenwolken meeneemt en de zon eventjes doorbreekt en het gesprek snel over iets anders gaat, omdat je het ook niet moet overdrijven, complimentjes geven.

Een plaaze is een zwetser, iemand die onzin verkoopt, kond doet van avonturen die geen avonturen zijn, theorieën ontvouwt die nog minder interessant klinken dan de gebruiksaanwijzing van een soldeerbout en de een na de andere cliche de lucht inklapt. Clichés die zulke open deuren zijn dat je alleen maar ‘ja’ kunt knikken, iets dat de plaaze opvat als een uitnodiging, want het belangrijkste verschil met u en ik, die zich keurig beheersen, is dat de plaaze van geen ophouden weet. Je verzucht het als de verzekeringsagent na drieenhalf uur met een ‘ik bel joe’ de deur uitgaat: ‘Mien God nog aan tou, wat n plaaze.’

Iets liefs zeggen

 
De plaaze die tegenover het meisje zit is geen plaaze die je wilt doodkijken. De jongen moet nog iets liefs zeggen, alleen, daar vraag je niet om, want meisjes die dat doen zijn eelsk, dat zijn eigenlijk hoeren en je wilt niet dat mensen je zo zien dus doe je alsof het allemaal niet zo hoeft, van dat mooi en zo, zodat de jongen het nog een keer moet zeggen.

Daar moet hij dan niet te lang mee wachten, want van Balkanrestaurants in Oost-Groningen is bekend dat de eigenaars vroeg of laat bij je aan tafel komen zitten ouwehoeren over voetbal en als het de uitbater niet is, dan wel teamgenoten die met veel kabaal binnenvallen, direct twintig bier bestellen, lodderig de andere gasten beloeren, plots de jongen en het meisje herkennen en de onvermijdelijke kreet volgt: ‘hé jongens, kiek wel doar zit mit zien poedie.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen