woensdag 3 juni 2015

Voorbij de Watertoren (62) - Oude Mannen Voetballen

In het grote raam van de kantine zie ik het silhouet van een man met een Aad de Mos-kapsel, dikke buik en benen die de Eerste Wereldoorlog nog hebben gemaakt.

Die man ben ik.

Het is niet goed te verklaren waarom ik daar loop. Dat wat ik aan het doen ben, proberen het voetballen weer op te pakken, daarvoor ben ik te oud.

Ik ben bijna 50.

Dat ik in gezelschap ben van mannen waarvan je liever ook geen poster boven je bed hebt hangen, biedt weinig troost. Hoe zij er uit zien moeten zij weten, voor mezelf leg ik de lat op alle vlakken zeer hoog. Tegen beter weten in, want ik voldoe er meer niet dan wel aan en als ik mezelf op die zonnige zaterdag in het raam zie denk ik, zoals ik steeds vaker denk als ik langs een spiegel loop: tja.

Mijn vrouw zegt meestal: maakt niet uit joh, je hebt een vrouw. Maar als ze het niet erg vindt dat ik met mijn honderd kilo in korte broek over het veld ren, waarom komt ze dan pas de laatste vijf minuten van de kleine finale kijken, als we al dik achterstaan en geen kans meer hebben op welk glorieus moment dan ook?

Eerste wedstrijd

 
Het moet de herinnering zijn aan de eerste wedstrijd dat ze mee ging kijken, toen ik twintig jaar jonger was. Ook zij weet dat er sindsdien veel seizoenen zijn gekomen en gegaan en dat van die jongeman weinig meer over is.

Ik ren zo goed en kwaad als het kan met de aanvallen mee, tik er toch nog drie in, maar ik word niet vrolijk van mezelf. Het spelinzicht is gebleven, maar wat heb je aan het zien van ruimtes, als je het niet meer kunt belopen? De passes die van mijn voet komen lijken op vuurpijlen waarvan het kruit plots op is.

De meeste indruk maak ik door tegen een medespeler die oprukt en mij in het vizier heeft te roepen: ,,Marcel vrij aan de andere kant.’’

Daar komt een goal uit en ik krijg ook complimenten, maar dat voelt onverdiend.

Handen in de zij

 
Wat vertrouwd aanvoelt is met de handen in de zij bij de middenlijn staan. Bij de zoveelste corner tegen, kijk ik naar de twee handenvol kinderen die op veld twee in een kluwen achter de bal aanrennen.

Ik ben jaloers.

Het is lang geleden dat ik in wedstrijdverband speelde. Maar in de voetballerij heeft de tijd stilgestaan. Er is altijd iemand die niet op komt dagen en in de kleedkamer staat een teamgenoot beteuterd te kijken naar een paar geleende schoenen, van een onduidelijk merk. In de linker zitten geen veters.

Wat ik miste aan het voetbal was het voetbal zelf. Rennen, schieten en passen en dat het ergens om gaat. Dat ik een poging doe het weer op te pakken heeft niks te maken met de derde helft, al zit ik er aan het einde van de middag middenin. De tafels worden dit keer niet in een kantine aaneen geschoven, maar in een feesttent.

Andere gezichten

 
Het zijn andere gezichten dan vroeger, de sfeer is hetzelfde. De band speelt muziek voor oude mannen. Lynyrd Skynyrd, De Dijk, dat werk.

Mijn zoons zoeken mijn portemonnee. Of zij de lootjes mogen vasthouden? Dat mag. In de prijzen herken ik de lokale middenstand. Zoals in de kantines van mijn jeugd altijd een set mistlampen te winnen was, zo gaan we nu voor een brandalarm, een onkruidkrabber, een rollade en een tegoedbon van de lokale snackboer. Die is voor één persoon en er staat duidelijk bij: kleine milkshake. Dus geen grote. Al snap ik het wel. Geef Groningers een gratis maal en ze komen met twaalf man aanzetten: ,,Stond ja niet op voor hoeveel.’’

Glas leeg

 
Het is acht uur als mijn vrouw vraagt of we zo zullen gaan. Maar als ik het glas leeg heb is ze aan het appen en in gesprek met de vrouwen van de andere oude mannen. Dus pak ik een van de volle glazen op tafel. Ze kijkt me even later vragend aan, na een blik op het glas dat net nog leeg was. Ik haal mijn schouders op.

Dat ritueel zal zich nog een paar keer herhalen.

Ik begin te hikken. Mijn zoons hangen op mijn schoot. Ze zijn moe van het voetballen en het springkussen, vol van cola en patat en hebben al meer dan vier uur niet op een beeldscherm gekeken. Zou ik ook onrustig van worden.

Als ik mijn tas haal loop ik langs de kantine. In het grote raam zie ik opnieuw het silhouet van de man die ik ben.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen