woensdag 30 september 2015

Het ging gisteren, bij de stadse presentatie van De eeuwige Veenkoloniaal in Boekhandel Godert Walter, alweer over mijn chocoladetaart. Een van de vrouwen uit het publiek wilde graag het recept. Bij deze.

Men neme: een taartbodem (zo’n ding voor een vruchtentaart die in elke supermarkt ergens onderin de schappen ligt). Onderstaande hoeveelheid is overigens genoeg voor twee, dus koop gelijk twee bodems.

150 gram boter

150 gram pure chocolade

4 eieren

200 g fijne tafelsuiker

Drie eetlepels siroop (ik gebruik gewoon die voor de pannenkoeken; wij hebben zo’n dichte donkergele fles met oranje dop)

Drie volle eetlepels crème fraiche

In een steelpannetje laat je op een heel zacht vuur boter en chocola al roerende tegelijk smelten. In een andere kom mix je eieren, suiker, crème fraiche en siroop. Als boter en chocola een mooi egale massa vormen mieter je dat door het eiker en suikermengsel. Goed roeren en dan verdeel je het over de taartbodems.

Tip: zet de taartbodems eerst op de bakplaat alvorens de vulling er in te gieten, als je de bodem wilt verplaatsen met vulling scheurt hij.
De taart, of twee taarten vervolgens 40-45 minuten in een voorverwarmde oven van 150 graden en klaar is Kees.

Het recept is overigens van Jamie Oliver, dus hem komen alle credits toe. Eet ze en ik hoor wel of het smaakte of niet.

dinsdag 29 september 2015

Een van de laatste restjes van het feest van zaterdag geregeld. Vanwege mijn 50e verjaardag, ja, bedankt nog, had mijn vrouw voor dit weekeinde een partijtje georganiseerd. Met een hoop goede vrienden en een hoop goede vrienden niet (konden niet, waren niet te bereiken) werd dat een gezellig samenzijn, waarvan het goed was dat de eigenaar van de minicamping in het ruige land om 22.00 uur zei dat de muziek uit moest.

Ik ken mezelf en mijn goede vrienden. Dan waren we nog aan het feesten geweest. De zondag ging nu al grotendeels op aan opruimen en dat viel niet mee met een kater. Mijn vrouw, de schat, heeft twee uur staan afwassen en we moesten een keer of vijf, zes heen en weer naar huis om alle spullen mee te krijgen.

Ik werkte vandaag uit huis, omdat ik met twee verhalen bezig ben voor het laatste optreden van Normaal in Siddeburen (Sibboern, in goed Gronings) en op de terugweg ging ik langs de supermarkt om de drankrekening te betalen.

Omdat een van de fusten nog halfvol zit mag ik de mobiele tap een tijdje thuis houden. Het allerlaatste loodje is de warmhoudbakken terugbrengen waar de Indische rijstmaaltijd inzat en dan is ook dit heuglijke weekend weer een herinnering.

 

maandag 28 september 2015

De rode maan gisteren konden we niet zien. Het was weer eens bewolkt in ons deel van het land. Daartegenover staat de schoonheid van een dikke mistdeken over de velden, zoals ik die vanavond zag, onderweg naar huis na mijn eerste raadsvergadering in Loppersum.

Als ik thuis kom is alles stil. De lichten in de woonkamer zijn uit en ook in de keuken is het donker. Alleen het bedlampje in de kamer van de jongste brandt nog. Ik doe hem uit en zie dat hij in zijn FC Groningen-shirt slaapt.

vrijdag 25 september 2015

De klassejuf meldde dinsdag op de ouderavond dat haar ter ore was gekomen dat ‘de vader van Hunter beroemd is om zijn chocoladetaarten’. Dus de klasseavond van L1A, aldus de leerkracht, waarbij het de bedoeling was dat iedereen zelfgemaakt lekkers meenam, beloofde wat te worden.

Ik keek een beetje half lachend om mij heen van ‘o ja, dit gaat over mij’, verwonderde me over het feit dat je dus geen idee hebt wat jouw kinderen op school allemaal over jou zitten te verkondigen en vond het niet erg dat het snel weer over huiswerk ging.

Maar het is waar: ik bak fantastische chocoladetaarten, al proef ik er zelden van. Ik ben meer van de metworst en boterhamworst met augurk. Ik snap ook niet goed wat er aan is, maar de dag na mijn verjaardag bekende een collega dat hij van mijn taart gedroomd had. Hij wilde met alle geweld het recept en dat heeft-ie nu.

Mocht die collega er niet uitkomen, verzekerde ik hem, ik doe aan nazorg. Dan nemen we even door wat er fout is gegaan.

Het probleem is dat als iedereen vindt dat je goed kunt taarten bakken, dat je dus ook om de haverklap die taarten moet bakken. We hebben morgen een groot feest, nog voor mijn vijftigste verjaardag. Er komen tussen de vijftig en zestig man, dus, zei mijn vrouw, jij moet even acht taarten bakken. Daar ben ik om 21.30 mee begonnen.

donderdag 24 september 2015

Als verslaggever voor Loppersum en Bedum rij je een paar keer per week door een eeuwenoud cultuurlandschap. Aardappelland ook, doorkruist met kronkelige weggetjes waar je soms, en soms ook niet, minuten achter tractor of vrachtwagen hangt.

In de twee maanden dat ik er werk stond ik inmiddels op een kerkhof, in een 150 jaar oude druivenkas, hoorde ik het verhaal over een vrome boer die een heilige werd en vandaag had ik een afspraak in een kerkje van meer dan achthonderd jaar, een van de oudste in de provincie Groningen.

De Mariakerk in Oosterwijtwerd.

Het godshuis was gerestaureerd en wel zo, dat het leek alsof het niet gerestaureerd was.

Oosterwijtwerd is een klein dorp in Midden-Groningen, omringd door grasland, met een kleine begraafplaats en huizen en wegen die net als de kerk heel oud zijn.

Loppersum en Bedum hebben meer van die plaatsjes, al of niet op een wierde (terp is het Friese woord voor wierde en niet andersom) en altijd is er een klein café, een kerk en een school. Soms met de bijbel, soms niet.

Als ik zo’n school zie, denk ik aan een verhaal, lang geleden in Voetbal International. Het ging over Volendam en de toenmalig godfather van het palingdorp heette Hein Schilder. Ondernemer, aannemer, voor zover ik me herinner. Waarom de man geportretteerd werd ben ik vergeten, het zal omdat hij de plaatselijke voetbalclub sponsorde, maar wat ik me wel herinner is een foto van een gebouw, met op de zijkant, of op zo’n bord de tekst: ‘Hier bouwt Hein Schilder scholen huizen en kerken, om te wonen, te bidden en te werken’.

Dat doen de mensen in Loppersum en Bedum nog steeds: wonen, bidden en werken.

Als ik door het gebied rij heb ik de radio aan. De cd-speler is kapot, dus luister ik of naar Radio 1, of naar Freez FM. Op de terugweg van Oosterwijtwerd naar Kantoor Lübeckweg realiseerde ik me waar ik beter naar kan luisteren, onderweg in het land van huizen, scholen en kerken: Radio 4.

woensdag 23 september 2015

Afstand, zei ik vanavond bij het programma ‘Kunststof’ van Radio 1, is een aspect van het leven in de Veenkoloniën. Naast het feit dat we wingebied zijn (gas, zout en turf) en een in vroeger tijden hiërarchische samenleving waarin je, als je op de onderste sport stond, weinig had te vertellen.

Dat alles zit nog in ons dna en daarom is de Veenkoloniaal een lokale variant van de soort mens. Een mens die, kort samengevat, gewend is dat er weinig van de cake voor hem overblijft en daar ook geen amok over maakt omdat het toch geen zin heeft. We zien er verder wel uit als homo sapiens. De mens is immers een universeel wezen.

Afstand, bijvoorbeeld tot de rest van de wereld. Oost-Groningen is geen Amsterdam, geen Berlijn, dus als er iets gebeurt is het meestal niet hier en als je iets wilt moet je dus op pad. Die afstand zorgt er voor dat je hier in betrekkelijke rust kunt leven, maar die afstand maakt ook dat we bij de landelijke overheid niet agendapunt 1 zijn. Hoewel dat soms prettig zou zijn, want we redden het niet helemaal alleen.

De afstand Slochteren – Amsterdam, noemde ik als voorbeeld. Als je in de hoofdstad woont ga je op de fiets of met de tram naar de studio, ik moet dat regelen en plannen. Zorgen dat je kind ’s middags ergens anders ondergebracht wordt, dat je vrouw hem van voetbaltraining ophaalt en zelf op tijd weg. Ik werd om 18.45 uur verwacht en dan zit ik om drie uur ’s middags in de auto. Dat lijkt vroeg en dat is het ook. Maar. Het is twee uur rijden en ik hou rekening met allerlei rampen en rellen. Bruggen open, ongelukken, alle stoplichten op rood. Een uur is niks bij een beetje file.

Alleen: als er niks gebeurt ben je om half zes in Amsterdam. Wat me de gelegenheid gaf in een brasserie aan de Plantage Kerklaan vlakbij de studio even een hapje te eten en een borreltje te drinken.

Afgaand op de reacties viel het gesprek alleszins mee, heb ik geen bokken geschoten en was ik goed verstaanbaar. Toen ik met presentatrice Jellie Brouwer na afloop naar buiten liep zag ik in het centrum van Amsterdam volle cafés en terrasjes, terwijl, kon ik niet nalaten te denken, je in Slochteren en Stadskanaal op dat moment een kanon zou kunnen afschieten. Sterker, Slochteren heeft niet eens een centrum.

Afstand, had ik ook willen illustreren met wat ik vanochtend zag: de vader van een klasgenootje van mijn jongste zoon die met de auto naar zijn postbus reed.

dinsdag 22 september 2015

Wakker worden is de laatste weken geen favoriete bezigheid. We hebben een uur tussen 7 en 8 om op te staan, te plassen, koffie en thee te zetten, broodjes te smeren, tassen in te pakken, een jongensfiets achterin een auto te vouwen, de vaatwasser uit- en in te ruimen, aankleden, tanden poetsen, kapsels model Rusnak te modelleren en als we pech hebben moeten er vier man tegelijk poepen en douchen.

Ik zie er elke ochtend als een berg tegenop. Als iedereen zich van het korte tijdsbestek bewust was en deed wat-ie zou moeten doen ging het nog, maar ik heb het idee dat ik de enige ben met dat besef.

Dat begint met opstaan. Er is niemand die er gelijk met mij af gaat. Ze blijven allemaal ‘nog even’ liggen en komen om kwart over zeven de woonkamer ingesloft om met deken en al in de zithoek neer te ploffen, de televisie op ‘YouTube’ en ‘Gamende en Volslagen Onzin Uitkramende Malloten met Headphones Die Daarmee Ook Nog Meer Verdienen dan Pappa’ te zetten en met lange tanden hun broodjes opeten, omdat ze jam willen als ik er vlokken op doe en vlokken als ik er jam op doe.

Ooit, lang geleden, zaten we ’s ochtends met zijn vieren aan de keukentafel te ontbijten. Dat zou ik graag weer zien. Ik vind dat een goed begin van de dag. We zien elkaar al zo weinig. Maar ik heb het opgegeven. We zijn los zand en als ik een nieuwe vuilniszak in de pedaalemmer wil doen zit-ie zo vol dat de zak scheurt en ligt de grond bezaait met vier dagen oude macaroni en een gescheurd koffiefilter. Als ik vloek klinkt de stem van de jongste vanaf de bank: ,,Gaat het goed, pap?’’

De oudste wilde vanochtend Cup-a-Soup en ik maakte het nog ook. Slaaf in mijn eigen huis. Slaaf van mijn kinderen. Slaaf van de moderne tijd.

Mijn vrouw ging even na achten de deur uit: ,,Nou, we zien elkaar vandaag wel weer hé? Ergens.’’