zondag 2 november 2014
woensdag 29 oktober 2014
Voorbij de Watertoren (33) - Open brief aan Henk Kamp
Dag meneer Kamp, of mag ik Henk zeggen?
U kent mij niet,
maar ik woon in Slochteren. Slochteren is rampgebied en dat is rampgebied omdat
er gas wordt gewonnen. Daardoor zakt de aarde, verzakken onze huizen en lopen
wij gevaar. Ik vertel niks nieuws. Dit weet u allang. Wij ook en hoewel wij
Groningers geen mensen zijn die zeuren, maken wij ons zorgen. Ondanks de enorme
risico’s gaat het boren door en des te meer uit de grond gehaald wordt, des te
groter de kans op aardbevingen en des te meer kans dat er iets heel ergs
gebeurt.
Wij hebben het idee dat niemand buiten Noordoost-Groningen
dat echt snapt. Of wil snappen. Misschien wel wil snappen, maar vooral kijkt
naar wat het de schatkist oplevert. Wij weten niet zo goed hoe wij duidelijk
moeten maken – daarom deze open brief – dat wij feitelijk zitten te wachten op onze
eerste dode. Onze eerste dode als gevolg van aardbeving door gaswinning.
Een meneer die bij de NAM werkte, dat is zoals u weet het
bedrijf dat het gas naar boven haalt, zei onlangs hardop wat wij allemaal al
een tijdje denken. Hij zei het moment te vrezen dat er een school instort.
Ik heb kinderen, meneer Kamp. Sorry, Henk.
Ik heb ook vrienden. Daarmee zaalvoetbal ik soms. De
gesprekken gaan op vrijdagavond echter niet over boogballetjes, blunders of
blessures, tijdens de derde helft doen we wedstrijdjes wie de meeste scheuren
heeft, de meeste schade en wie het langst op zijn geld wacht. Zo zijn wij,
Groningers.
Ik heb niet veel vrienden en die paar wil ik graag houden
dus over hen maak ik me ook zorgen en ook voor hen kom ik op, maar ik schrijf
deze brief vooral omdat ik bang ben dat mijn kinderen iets overkomt.
Heeft u kinderen, meneer Kamp? Henk.
Zo ja, zou u daarmee gaan gokken? Met hun levens, bedoel ik?
De roep om een spoeddebat, meteen nadat in de stad Groningen
een beving werd gevoeld, wijst in die richting. Als een stad van 200.000
inwoners gevaar loopt gaan de alarmbellen bij volksvertegenwoordigers ineens
rinkelen. Ik zou de vraag willen stellen of het uitmaakt of één iemand de kans
loopt onder een muur te worden bedolven of 200.000, maar ik zal hem anders formuleren.
Hoeveel is een leven waard?
De overheid en dat bent u, is bezig met die rekensom. Wat u
doet is doorgaan met boren zo lang het kan. Tot het echt te erg wordt. Oh, ik
snap het wel. Een miljard euro gasopbrengst per maand is een prima argument. Maar,
beste Henk Kamp, het is heel simpel. Als er een dode valt, dan is dat uw
schuld. U bent diegene die kan zeggen: stop.
Ik werk bij de krant en ik sprak in februari dit jaar met twee
advocaten van PlasBossinade. Dat zijn slimme jongens, die hebben doorgeleerd en
zij vertelden mij over het Europees Verdrag ter
bescherming van de Rechten van de Mens. Nederland heeft zich daaraan te houden
en daarin staan drie belangrijke regels. Ik vat ze samen.
1: De overheid is verplicht het
leven van burgers te beschermen en mag geen levensbedreigende situaties creëren.
2: We hebben, zelfs als
Groningers (die toevoeging is van mij, vond ik wel grappig), recht op een
veilige woonomgeving.
3: Burgers hebben recht op
ongestoord genot van eigendom.
U bent eveneens een slimme
man, Henk Kamp, deze regels kent u ook, maar ik herhaal voor de zekerheid toch
nog even de slotzin van het interview: ,,De overheid kent het risico en brengt
dus willens en wetens de levens van de eigen burgers in gevaar.’’ (als u het
zelf nog even wilt lezen hier de link).
Wij lezen dat alle
aardbevingsschade wordt vergoed. Ik hoor nu een bedrag van twee miljard euro dat
we moeten hebben. Dat zal wel gebeuren, het is immers niet meer dan de
opbrengst van twee maanden en dat is een schijntje afgezet tegen vijftig jaar
boren, maar daar gaat het niet om.
Waar het om gaat, minister Henk Kamp, is dat
als een van mijn kinderen iets overkomt als gevolg van aardbeving door
gaswinning, ik niet weet wat ik zal doen. Dan sta ik niet voor mezelf in. Wat
ik wel weet is waar ik moet zijn.
En mocht ikzelf het eerste
slachtoffer worden, die kans bestaat, dat gevaar loopt iedereen in de driehoek
Hoogezand-Delfzijl-Groningen, dan kom ik bij u spoken. Dan zult u nooit meer
rustig slapen.
vrijdag 24 oktober 2014
woensdag 22 oktober 2014
Voorbij de Watertoren (32) - Mijn vrouw wil ook een courgette worden
Een cougar is een roofdier. Een poema. Maar cougar
is ook de benaming van een ‘situatie’. Een situatie ontstaat als mensen dingen
doen die ze niet zouden moeten doen en in dit geval zijn dat: een vrouw van boven
de veertig en een jongeman van tussen de achttien en 25.
Een middelbare scholier praatte ons onlangs op een feestje bij over zo’n
situatie. Mijn vrouw en ik knikten en zeiden van ‘oh’ en ‘ah’ en ‘dat meen je?’
,,Cougar, zei je?’’
,,Ja.’’
,,Is dat iets nieuws?’’
,,Nee hoor. Bestaat al jaren.’’
,,Goh.’’
,,Interessant.’’
Dat laatste zei mijn vrouw. Ik keek haar even aan en ging in
gedachten met de cougar aan de haal. Ik visualiseerde de situatie. Stelde me
beide partijen voor. Een rijpe dame, nog goed strak in het vel en ‘hot as
hell’. De oudere vrouwen uit mijn jeugd kwamen om de hoek kijken: Paloma Picasso,
Charlotte Rampling, Adèle Bloemendaal.
De beelden van jongemannen kwamen minder
vlot. Wel zag ik mezelf op achttienjarige leeftijd. Hoe ik als achttienjarige
had willen zijn. Een hongerige jongen, zich niet bewust van zijn appeal, die
uren kon doorgaan omdat hij bijna uit zijn vel knalde van de hormonale
spannings. Al schrijvende kwam ik toch op wat van die types: Jack
Noseworthy (clip). Jean en Pierre Sarkozy. Zoiets.
Cougar ligt overigens voor de hand. De ideale match, heb ik
geleerd, is die tussen een jongen van achttien en een vrouw van 36. Beide zijn
dan op hun seksuele hoogtepunt. Of het echt zo is weet ik niet. Het was wat wij
elkaar vertelden. Daar bleef het bij, want we waren zo bleu als jonge kaas. We
peinsden er niet over op een oudere vrouw af te stappen. Ook niet op een
jongere trouwens. We stapten nergens op af. Met het gevolg dat ik pas mijn
achttiende voor het eerst zoende.
De jongeman in de situatie cougar heet overigens toy boy.
Zoals elke moderne journalist haal ik mijn informatie van Wikipedia en daar
worden Madonna en Demi Moore als voorbeelden opgevoerd. Er is een verwijzing
naar de film The Graduate, met Dustin
Hoffman en Anne Bancroft (foto). In Nederland hebben we het dan over Patricia
Paay. Wie anders, zou ik bijna willen zeggen.
Als ik aan Patricia denk, denk ik vooral aan die beroemde
Playboy-middenposter (toen ze zelf nog de leeftijd van een toy boy had). La Paay was ook de eerste in
Nederland met een ‘Hollywood’. Een Hollywood is dat je je kruis helemaal kaal
scheert. Over het waarom zei Paay, in een andere Playboy, of bij Jan Lenferink:
,,Op een racebaan groeit ook geen gras.’’
De cougar was op het feestje allang geen gespreksonderwerp meer tot er een
paar jongens binnenkwamen. Een kenden we. Een niet. De vrouwen in de kamer, waaronder
die van mij, keken elkaar onmiddellijk aan. In een soort code. Ze klakten met
hun tong, werden een tikkeltje luidruchtiger, begonnen wat te draaien en te
doen en toen de jongemannen chips en cola grepen en maakten dat ze wegkwamen,
zei mijn vrouw tegen mij: ,,Zag er goed uit. Ik wil ook een courgette worden.’’
,,Wat?’’
,,Zo'n courgette. Waar jullie het over hadden.’’
,,Hoezo?’’
,,Nou ja, die jongen. Dat was een lekker ding.’’
,,Pardon?’’
,,Precies zoals ik het zeg. Moet kunnen tegenwoordig.’’
,,Wat?’’
,,Courgette.’’
,,Cougar.’’
,,Whatever.’’
Omdat ik mijn vrouw alles gun en nooit iets zeg, zelfs niet
als ze zeer regelmatig naar kapper, schoonheidsspecialist of ‘even naar Hoogezand’
gaat, wilde ik ook nu geen spelbreker zijn. Integendeel. Ik zag mogelijkheden.
,,Nou, van mij mag je, lieverd. Maar even voor de
helderheid. Als jij cougar wil worden, mag ik dat ook.’’
,,Hoe bedoel je?’’
,,Zoals ik het zeg. Er zijn denk ik best jongedames, vanaf een
jaar achttien, die op ietwat uitgebluste en dikkige mannen vallen. Iemand met
een grijzende baard, die eruitziet alsof ie net uit zijn bed is gerold, maar
nog met een zekere uitstraling. In plaats van een puisterige branieschopper,
zo’n strak opgewonden wekkertje dat ineens afgaat, een belezen mens, sad en
wise, bij wie ze zichzelf kunnen zijn. Bij wie ze echt vrouw kunnen zijn. Jan
Mulder wordt ook nog steeds sexy gevonden. Sommige jonge vrouwen vinden dat héél
interessant.’’
,,Komt niks van in.’’
,,Jij mag toch ook?’’
,,Da’s anders.’’
vrijdag 17 oktober 2014
dinsdag 14 oktober 2014
Voorbij de Watertoren (31) - Ik raak Zwarte Piet kwijt
Ik raak Zwarte Piet kwijt. Een van de hoofdpersonen in dat
vreemde verhaal, waarin je half november werd meegesleurd, deels in doodsangst,
deels vol verwachting omdat de kans groot was dat het eindigde met een zak
kadootjes voor de deur met net de dingen die je graag wilde, moet uit mijn herinneringen
worden gewist.
Zwarte Piet stond voor al het goede dat kinderen overkwam,
maar mensen die ik niet ken, waarvan ik niet weet welke autoriteit
ze bezitten, beweren dat de vrolijk rondspringende knecht het symbool is van
discriminatie, onderdrukking, slavenhandel, kolonialisme, racisme en apartheid.
Sinterklaas, daar deed je het voor in je broek. Maar ik denk
met plezier aan alle Zwarte Pieten die ik in mijn leven ben tegengekomen. Ze
stopten je handen vol pepernoten, lieten je lachen en gaven elk kindje een
cadeautje, al was het nog zo’n klootzak of loser.
Als de stoomboot binnenliep en je zag ze op het dek staan lachen,
dan liepen de rillingen je over de rug. Die angst had niks te maken met dat een
groep donkere mannen in een bootje het land probeerde binnen te komen. Je
huiverde omdat je je geen stomme dingen meer kon veroorloven. Omdat je niet
meer zeker wist of je lief was geweest.
Dat Piet zwart was, was een gegeven. Er bleek in het leven
van elk kind een aantal zekerheden. Je ouders hadden geen seks, alleen bij oma
mocht je cassis, je won nooit wat op de kermis en Zwarte Piet klom door
schoorstenen. Logisch dat hij er zo uitzag. Wat verwachtten we dan? Goed, hij
had een roe en dreigde je in een zak te stoppen, maar is er in de geschiedenis van de viering van dit kinderfeest één kind door
Zwarte Piet geslagen? Is er één kind mee naar Spanje genomen?
Ondanks dat normen en waarden in de Veenkoloniën rekbare
begrippen waren, leidde Zwarte Piet in mijn jonge jaren niet tot discriminatie, onderdrukking, slavenhandel, kolonialisme, racisme en
apartheid van leeftijdsgenoten. Die link kan ik nog steeds niet leggen. Iemand die dat wel doet praat onzin. De reden waarom Piet is is onduidelijk. Al bestaan er verschillende lezingen. Ik noem de bekendste op Wikipedia.
Zwarte Piet is:
Een schoorsteenveger en dus zwart van het roet.
De Ethiopische zwarte slaaf
Piter die door Nicolaas op een slavenmarkt in
Myra werd vrijgekocht.
Een demon die door de heilige
gedwongen wordt goede daden te verrichten.
Een voorchristelijke godheid
die zich moet onderwerpen aan de christelijke sint.
De bedwongen satan, plaatsvervanger
van de overwonnen Wodan, of diens helper Nörvi, de zwarte vader des
nachts.
Een afstammeling van de zwarte
raven Huginn en Munnin, metgezellen van Odin.
Een nazaat van berserkers,
die hun lichaam zwart verfden en dierenhuiden droegen.
Gemodelleerd naar een Saraceen.
Voor geen van deze
verklaringen bestaat sluitend bewijs. Daarbij: geen van alle is racistisch. Wie
zich door Zwarte Piet gediscrimineerd voelt, die wil gediscrimineerd worden.
Dat kan ik zeggen. Ik kom uit Oost-Groningen en mijn
voorvaderen weten wat onderdrukking, discriminatie, slavenhandel, kolonialsime,
racisme en apartheid is. Om Roddy Doyle te parafraseren, wij zijn de negers van
Nederland.
In een doorsnee jaar in het deel van het land waar ik woon
is Sinterklaas naast de Zuidlaardermarkt en Oogstfeest Schildwolde een van de weinige
hoogtepunten, maar het kinderfeest zal vanaf 2014 niet meer hetzelfde zijn. Hoewel het noorden zich wederom manmoedig verzet, sluit ik niet uit dat dit het begin van het einde is. Een oude man met een baard, een
katholieke geestelijke, die wil dat de kinderen bij hem op schoot komen zitten,
daar kun je net zo’n ethische boom over opzetten.
Mijn jongste zoon zal straks naar het Sinterklaas Journaal
willen kijken, maar ik durf het niet aan. Dat wordt niks. Ik overweeg te
verklappen dat Sint niet bestaat. Dat wij het zijn. Een samenzwering van alle
ouders. Het best bewaarde geheim van Nederland. Ik wil hem de gekleurde Pieten
besparen. Ik wil dat mijn kinderen later met weemoed terugdenken aan Zwarte
Pieten.
Zoals ik mijn leven lang het weekje Schiermonnikoog blijf koesteren.
Mijn oudste zoon was klein, de jongste nog niet geboren. Het was in de eerste
week van december. We fietsten door de duinen, zingend van ‘Zwarte Piet ging
uit fietsen’ en als we tegen de wind in schreeuwden dat het een pepernootje was,
gierde Hunter het uit van de pret. Met Blauwe Piet of Blanco Piet krijg je een
heel ander verhaal. Zwarte Piet ging uit fietsen. Punt.
In ons huis blijven we, zo lang ik het voor het zeggen heb,
zingen over Zwarte Piet. Dat doen we uit een oud Sinterklaasboek, waar mijn
vrouw als kind al uit zong. Met plaatjes van Sint op de daken, van een maan die
door de bomen schijnt en jaren vijftig-kinderen die dolblij zijn met een
bromtol, kaatseballen en een letter van banket. Al staan er stokslagen op, al
krijg ik een proces aan de broek, ik blijf geloven in Zwarte Piet.
vrijdag 10 oktober 2014
Abonneren op:
Posts (Atom)
