donderdag 14 januari 2016

Alles wat er kwam vanochtend om tien uur, geen koper. Terwijl ik het de meneer duidelijk hoorde herhalen: Tienoer. Om vijf voor half elf smste ik ‘Kom je nog?’

Geen reactie.

Vijf minuten later: ‘Je zou toch voor de Ford komen, hadden we afgesproken.’

Geen reactie.

Vijf minuten later: ‘Als ik over tien minuten niks hoor ben ik weg.’

Geen reactie.

Tien minuten later: ‘Ik zit hier driekwartier te wachten. Je reageert niet, geen telefoontje, niks, de auto gaat naar de volgende.’

Vijf minuten later berichtje terug: ‘Ik kom om twaalf uur, goed?’

Ik: ‘Nee, ik moet aan het werk.’

Telefoon. Iets met net wakker en mijn telefoon bij mijn zoon, maar wil auto nog steeds hebben, prijs geen probleem, is akkoord en ,,Kan ik om vijf uur komen? Tussen vijf en zes? Kunnen vrijwaring direct regelen, hebben zelf garage, alles oké.’’

Ik twijfelen, nu ja, goed, doe maar, terwijl ik ondertussen andere kopers in de wacht zette, alsof ik leeuwen bij een net gedode buffel probeerde weg te houden.

Om vijf uur was ik er klaar voor en om kwart voor zes een telefoontje: ,,Kunnen we nu komen?’’

,,Eh ja, ik zit eigenlijk al drie kwartier te wachten, dus ja, kom maar.’’

De twee mannen keken even naar de auto en waren eigenlijk alleen geïnteresseerd in hoe de motor draaide. Daar zat toch een tikje in. Wist ik niet, achter het stuur hoorde je dat minder en dat tikje, ja, dat leverde in het donker bedenkelijke gezichten op. Terwijl ik dacht dat de vraagprijs akkoord was, begon toch het afdingen. Ik ging er in mee, want ik hoorde dat tikje ook en ik had geen zin aan nog meer volk bij huis.

,,Driehonderd, morgen ophalen?’’

,,Nee, 350. Minimum.’’

,,Tikje in de motor? Is probleem. Auto nu alleen voor onderdelen.’’

,,Dat zal, maar als jij hem niet neemt bel ik direct de volgende. Ik heb zestien man die de vraagprijs bieden.’’

We hadden een deal. Die naar ik dacht meteen kon worden afgerond, maar nee, want vrijwaring moest op de zaak. Of ik daar heen kon rijden morgen? Brachten zij me terug. Nou nee, heb ik geen zin aan. Dus komen ze morgen weer. Met vrijwaringsbewijs en geld. Om vijf uur.

woensdag 13 januari 2016

Marktplaats ontploft en ik begrijp er niks van. Het zit zo: we hebben twee auto’s. De een, een Volvo, is na de zomer gekocht, de ander, een Ford, hebben we al een aantal jaren. Van de laatste doen de remmen raar. Weet niet wat er mee aan de hand is. Iets, denk ik. Als je remt voelt het soms of je met je voet op een zak houtsnippers drukt. Dat is een paar seconden zo, daarna gaat het weer goed. Misschien lucht in de leidingen, weet ik veel, ik heb er geen verstand van. Kunnen we laten maken, doen we niet. Soms voel je dat de tijd is gekomen afscheid te nemen van een auto en dat hebben we met de Ford.

Dus heb ik vandaag een andere gekocht, een Audi, heel blij mee, leuke auto, niet spectaculair, maar Duitse degelijkheid, zo van: alles zit er op en eraan en ding ziet er erg netjes uit, te mooi om te laten lopen en dus dacht ik: ik zet de Ford meteen te koop op internet. Zit nog APK op tot juni en auto is verder prima, tot aan vandaag gewoon gebruikt, edoch: meeneemprijs vanwege die remmen. Doen we niet moeilijk over, weg is weg.

De advertentie stond er nog geen vijf minuten op, of telefoon. Van iemand uit Uithoorn. Waar Slochteren lag. Is ver weg, ja. De meneer bleek niet de enige. Nog meer telefoontjes, appjes, sms-jes.

Het waren geen mannen die luisterden naar de naam Jan, Piet of Klaas, het Groot Dictee der Nederlandse Taal zullen ze nooit winnen, maar ze klonken dolenthousiast. Alsof ik goud in de aanbieding had.

Het is dat ik eind van de middag weg moest, anders had ik zo zes, zeven man bij de deur gehad. Iedereen wilde meteen langskomen. Of ik hem vast wilde houden voor die en die. Ik bied dit en ik bied dat en terwijl ik vanavond elders was, om te praten over de volgende stap richting het boek over Milko Djurovski, zag ik via de Phone de een na de ander een bod doen op de Ford.

De situatie is nu zo dat er morgen om tien uur iemand langskomt, er staat iemand in de wacht en ik kreeg net een sms-je van iemand die zei dat hij ook op het vinkentouw blijft en niet eerder dan zaterdag kan en gewoon de vraagprijs biedt, mochten de anderen willen afdingen. Dat ik dat even wist. Onderwijl heb ik de meneer uit Uithoorn al moeten teleurstellen en een stuk of wat andere. Er stond zelfs een smeekbede op de sms. Met de kreet: gun mij die auto.

Nog niet zo lang geleden had ik een Land-Rover, 109 serie III in de aanbieding. Weet niet hoe lang die te koop heeft gestaan. Maanden. Twee keer in prijs gezakt. Geen hond in geïnteresseerd, terwijl dat een heel wat interessantere auto is dan zo’n Ford. Voor die laatste heb ik binnen een paar uur echter meer reacties gekregen dan op de open brief aan Henk Kamp op deze blog en ik durf nauwelijks nog naar mijn telefoon te kijken, bang voor weer een gretige en wanhopige koper.

Ik zeg net tegen mijn vrouw: ik mis iets.

dinsdag 12 januari 2016

Hoe we het ook wenden of keerden, mijn vrouw en ik ontkwamen er vanavond niet aan dat de zonen een paar uurtjes alleen thuis moesten zijn. Zij had een mr-vergadering en nog iets en ik had de Nieuwjaarsreceptie van de gemeente Bedum. Die van Loppersum moest ik al laten lopen vanwege de verjaardag van de jongste en ik kon deze niet ook nog aan me voorbij laten gaan.

Het probleem is dat je dan niet echt lekker op zo’n receptie staat. Ik was om vijf uur weggegaan, arriveerde er om half zes en je kletst wat, je grapt wat en je pakt een biertje en een bitterbal. Je luistert naar de burgemeester en de voorzitter van de bedrijvenvereniging en normaliter zou je als een dolle gaan netwerken (‘verder nog nieuws’, maar wetende dat er thuis twee jongetjes zitten, een van 12 en een van 8, eigenlijk net te jong, ik bedoel: er zal wat gebeuren, was ik er met de gedachten niet of nauwelijks bij.

De eerste de beste gelegenheid –en dat was drie seconden nadat de beide speeches waren afgelopen – besloot ik om toch weer huiswaarts te gaan. Dat had niks te maken met de sfeer in het gemeentehuis Bedum. Het voelt gewoon waardeloos en ik ben dan ook wel zo iemand bij wie de meest zwarte doemscenario’s door het hoofd spoken.

Van: ik krijg autopech in het niemandsland tussen Ten Post en Stedum (ik nam ik weet ook niet waarom niet de meest logische route) en de mobiele telefoon is leeg, tot: er valt een vrachtwagen van een viaduct bovenop de ringweg waar ik net rij, ik morsdood dus en mijn vrouw overkomt eveneens iets gruwelijks en dan zitten onze zoons te wachten op hun papa en mama die nooit meer thuiskomen.

Je moet dan uitkijken dat je niet als een dolle gaat rijden, met de kans dat het doemscenario selffulfilling prophecy wordt, maar het gaf al rust om weer naar huis te rijden.

Bij wijze van geruststelling had ik eerder op de avond gebeld en gesmst met de oudste. Die had zijn mobieltje naar goed gebruik echter niet aanstaan en reageerde nergens op en ik reed alweer op het Slochterdiep toen mijn Phone ging. Die zei: Hunter, maar het was Reyer. Alles goed thuis, hij was net met de Playstation gestopt, verveelde zich en dacht: ik bel papa. Hij zei letterlijk: even op zoek naar een teken van leven. Ik kon hem op mijn beurt op zijn gemak stellen door te melden dat ik binnen een kwartier thuis was en dat was ook zo.

Waarna ik me voor heb genomen om dit niet meer te doen. Een van ons moet thuis zijn. Simpel. Omdat ik van alles ben: mens, verslaggever, schrijver, partner, vriend, maar eerst en vooral: vader.

donderdag 7 januari 2016

Inkopen gedaan voor de verjaardag van onze jongste zoon Reyer, die morgen negen jaar wordt. De familie en enkele goede vrienden komen na werktijd langs, rond de klok van vijf. Aldus stond op het lijstje: kilo karbonade, een prei, 500 gram droge bonen, pakje groentesoep, roggebrood, bacon, want ze hadden geen katenspek meer; drie blikken bonen, pakje Honig-mix voor chili con carne, een rode paprika, kilo rundergehakt; pond tomaten, twee pakjes Tomaten cremesoep, kilo half-om-half gehakt, uien; 300 gram boterhamworst, twee potten augurken, 10 eieren, 2 ons rookvlees, twee metworsten, één chorizo-worst; drie zakken Dorito chips nachocheese flavor, Guacamole- en cheesedip, pak koffie, koffiemelk, Milka chocoladerepen, pak wc-papier, schoonmaakdoekjes, twee blikken knakworsten, blok kaas, twee komkommers, cherry tomaten, een kilo Franse frietjes voor in de frituur, twee flessen cassis, twee sinas, twee cola, vier pakken dubbelfris, twee pakken jus, vier flessen witte wijn, vier flessen rode wijn, een krat bier, voor twintig euro krasloten en een speciale FC Groningen-taart, gemaakt door een dorpsgenoot in de wijk achter ons. We zijn er klaar voor. Goede kans overigens dat ik morgen qua bloggen verstek laat gaan.

woensdag 6 januari 2016

Na twee weken kerstvakantie en nog eens twee dagen ijzelvrij en met een derde dag ijzelvrij in het verschiet mogen ze wat mij betreft de bedenker van Skype afknallen, een uurtje of wat nadat hij (of zij) door de knieëen is geschoten.

dinsdag 5 januari 2016

Het is om en nabij vijf uur als ik wakker ben. De waarschuwende berichten op social media maken dat ik niet goed slaap, omdat er vandaag iets gaat gebeuren. De eerste tweets onderstrepen dat. Voor het eerst sinds jaren, eigenlijk sinds 1987, ligt het dagelijks leven plat door ijzel. De wegen zijn zo glad dat mensen wordt afgeraden de deur uit te gaan. Echt in slapen komen lukt niet meer. Om de haverklap check ik berichten en naarmate ik meer berichten check wordt het duidelijker: dat gaat hem niet worden vandaag.

Het wachten is eerst op de berichten van de scholen. Of ze ijsvrij zijn of niet. De bevestiging komt even voor zevenen. Ik weet dan al dat ik thuis moet blijven. Al had ik best willen proberen op het werk te komen.

Ik loop naar de kamer, zet het koffiezetapparaat aan en start de laptop op. De wetenschap dat we niet de deur uit hoeven haalt de druk van de ochtend. Gewerkt moet er wel, meer precies een omvangrijke reportage voor de zaterdagkrant die af moet, maar daar heb ik de hele dag de tijd voor.

Een voor een druppelt de rest van het gezin de kamer in. De zoons nestelen zich met laptop op de bank, vrouw is aan het bellen. Ik proef in haar stem dat zij nog niet in de stand staat dat ze thuisblijft. Ondanks code rood. ,,Kan zijn dat we het tegen tien uur proberen’’, klinkt het. Even voor uw beeld: ze werkt bij een onderwijsorganisatie. Zowat alle scholen houden de deuren gesloten, zij gaat aan het werk. Daar ben ik het niet mee eens. Maar ik weet dat mijn tegenwerpingen (‘Het is spekglad op de weg!’, ‘Zowat iedereen blijft huis!’) van tafel worden geveegd. Als zij denkt dat ze moet, dan gaat ze.

Ik meld de krant dat ik thuis blijf, werk me gestaag door de ochtend, maak door het keukenraam een foto voor de website van het DvhN, check af en toe Twitter en mail. Ik begrijp dat er meer mensen die keuze hebben gemaakt, bijna iedereen en serveer de mannen rond het middaguur gehaktballetjes in satésaus en knakworsten. Zelf neem ik een kopje tomatensoep en vier broodjes met kaas.

Nadat de verbinding twee keer is weggevallen sommeer ik mijn zoons van internet te gaan. Ik moet werken dus ik heb het harder nodig. Dat leidt tot protesten, maar ze kunnen me wat. De heren moeten dankbaar zijn dat ze vandaag thuis zijn. Ik hoef geen gezeur. Om het half uur vragen ze of ze weer op internet mogen. Nee, dat wordt niet eerder dan een uur of vier.

,,Ga maar even iets anders doen’’, opper ik.

,,Wat dan?’’

,,Ja, dat hoef ik toch niet te verzinnen?’’

,,Zullen we naar buiten gaan’’, zegt de oudste tegen de jongste.

Ze gaan naar buiten.

,,Wel eerst tanden poetsen’’, roep ik. Het duurt even voordat dat gebeurd is, maar uiteindelijk gaan de mannen de deur uit. Ik zie ze op het gras, heel even en ik zie de jongste een paar keer binnenkomen en weer met een flesje naar buiten gaan. Met warm water maken ze een paadje op de oprit. Tot drie keer toe roep ik dat-ie de deur achter zijn kont dicht moet doen. Daarna nog twee keer. Hij snapt het niet of wil het niet snappen.

De oudste komt weer binnen: ,,Het is fokking koud.’’

,,Waar is die kleine?’’

,,Blijft nog even buiten.’’

Ik zie hem bij de vijver staan. Beukt met een schep op het ijs. Zuchtend loop ik naar de deur en leg hem uit dat dat niet handig is. De vissen bevinden zich in een soort slaapstand. Met een hartslag van één per minuut of zo. Elke schokgolf door het water kan voor hen dodelijk zijn. Hij begrijpt het en zegt dat-ie de motorkap van de Volvo ijsvrij heeft gemaakt.

,,Met die schep’’, vraag ik.

,,Ja.’’

maandag 4 januari 2016

Met hangen en wurgen een ruitenkrabber vinden, die bij de eerste de beste halen kapot breken, schuur en garage overhoop halen voor een spuitbus met ramenontdooivloeistof, die niet kunnen vinden en twintig minuten later de weg opgaan met half ontdooide spiegels en zijramen en geen zicht naar achteren omdat de achterruitverwarming van de Volvo het niet doet. Achteraf had ik de Ford moeten pakken, maar de ABS van die auto heeft kuren.

De hele kerstvakantie, twee weken lang, hebben we naar buiten gekeken, in de hoop op sneeuw. Die kwam niet, maar op de eerste werkdag van het nieuwe jaar wel.

De wereld ziet er mooi uit alstie wit is, maar niet als je twintig minuten later dan gepland weg wilt rijden en nog niet kunt, omdat de jongste zoon net weer naar binnen is gerend om handschoenen te pakken en je bezweet en verhit zit te toeteren dat-ie moet opschieten en de oudste zoon ondertussen de verwarming in de auto op dertig graden zet om de ramen met warmte van binnenuit schoon te krijgen en omdat ‘ik ijskoud ben’.

Tijd voor het kopje koffie om half negen op de lagere school van de jongste, bij wijze van nieuwjaarsgroet, is er niet. Hij moet zich maar even alleen redden. Als ik hem afzet weet ik immers al dat de oudste te laat op zijn, middelbare, school komt. Dat, meld ik hem, is vandaag niet zo erg. Als er een keer een goede reden is voor een verlate entree, dan is het op deze maandag. Hij zal niet de enige zijn, voeg ik er aan toe.

Meneer zit er niet mee. Is meer geïnteresseerd of ik een beetje kan slippen. Ook wil hij weten of we eten genoeg in huis hebben. Die vraag verrast me: ,,Hoezo?’’

,,Nou, voor als we ingesneeuwd raken.’’

,,Nee, daar had ik wel op gehoopt in de vakantie. Toen hadden we genoeg in huis om het een week of wat te kunnen volhouden.’’

,,Maar toen lag er geen sneeuw.’’

,,Nee, toen lag er geen sneeuw.’’